|
Tekst:
Ria Kerstens -
Foto's: Margot Jans
Rein
Welschen. Bij zijn afscheid in september 2003, noemde wethouder Mittendorf
hem 'een groot cadeau aan deze stad' en 'de man die alles mee had: zijn
lengte, intelligentie, charme en creativiteit.' Toch had de burgervader
liefst een jaar eerder al afscheid genomen. Zijn geloofwaardigheid stond
op het spel vanwege de niet nagekomen beloften van het kabinet Balkenende
over de herindeling van Zuidoost Brabant. Elf jaar eerder nam hij het
stokje over van Jos van Kemenade. Hij trof, naar eigen zeggen, in '92
een stad zonder ambitie aan. Kort daarna raakte Eindhoven diep in de economische
malaise: bezuinigingsoperaties bij Philips en het faillissement van DAF.
Gebeurtenissen die Rein Welschen nog steeds dieptepunten in zijn Eindhovense
carrière noemt. Maar hij sloeg terug. Bundelde de krachten in het
bedrijfsleven, regelde miljoenen guldens in Brussel als initiator van
een regionaal stimuleringsprogramma en hielp mee om het technologisch-industrieel
imago van de stad neer te zetten.
Rein
Welschen:
Nog altijd op zoek naar verruiming en vernieuwing
Passie en drijfveer in zijn tijd als
burgemeester, en nog immer verbindend thema in zijn (werkzame) leven,
is zijn behoefte aan innovatie. Hij kan er uren over vertellen. Over zijn
tijd als onderzoeker op de Universiteit in Rotterdam. Hoe hij en zijn
team elke vrijdagmiddag, met de benen op tafel, problemen en eventuele
oplossingen bespraken en alsmaar proeven bleven doen om uiteindelijk tot
resultaat te komen.
Is innovatie het thema waarmee
u, met alles wat u doet, bezig bent?
'Ja, eigenlijk wel. Het is vooruitzien. Zoals in de ouderenzorg waarin
ik nog actief ben bijvoorbeeld. Er worden nu appartementen gebouwd van
75m2. Dat lijkt groot, maar over een aantal jaren nemen de mensen geen
genoegen meer met één kamer. Vooruitkijkend op die generatie
ouderen moet je zorgen dat zo'n appartement voorzien is van moderne technieken,
zoals een internetaansluiting. Uitdaging is dan hoe je die plannen het
beste én financieel zo voordelig mogelijk kunt uitvoeren.'
Wanneer werd innovatie uw leidraad?
'Ik denk rond mijn twaalfde. Ik ben eigenlijk altijd een onderzoeker geweest,
altijd op zoek naar vernieuwing. In bijna ieder gesprek kun je tot nieuwe
dingen komen. Maar goede ideeën krijg je in heel veel gesprekken.
Het zó organiseren dat er ook iets gebeurd, dát is het cruciale.
Mijn sterkste punt is misschien het enthousiasmeren van mensen daarin.
Dan probeer ik één of twee mensen te krijgen die de uitvoering
kunnen organiseren. Ik ben zelf net te slordig om dat goed te kunnen doen.
Zo probeer ik overal kleine groepjes van de grond te krijgen. Ja, eigenlijk
is dat de beste manier van sturen: gesprekken met mensen hebben en later
horen dat ze hetzelfde verhaal aan een ander vertellen als ware het hun
eigen verhaal. Dat is het mooist.'
Innovatie is uw passie...
'Ja, en de vraag bij innovatie is, hoe je naar een veel duurzamere situatie
kunt komen. Duurzaam voor mij dan op sociaal gebied en milieu. Maar ook
door je af te vragen of je economisch met de goede dingen bezig. Techniek
moet bijvoorbeeld wel een doel dienen. Als we daarmee de medische zorg
kunnen verbeteren en mensen betere levenskansen kunnen geven, is dat zinnig.
Zo hoorde ik Kleisterlee laatst een prachtige lezing geven over Medical
Systems. Zijn verhaal gaat over Philips dat écht een keuze maakt.
Een bedrijf dat gekozen heeft om iets te doen aan de kwaliteit van leven
en daar ook alle beschikbare kracht voor wil inzetten. Philips wil met
die technologie de samenleving menselijker maken.
Als je ziet wat ze daar al ontwikkeld hebben
dat is echt baanbrekend.
Er is een revolutie in de gezondheidszorg gaande. Artsen zullen in tien
jaar tijd totaal anders gaan werken.'
'Als wij onszelf staande willen houden tussen Amerika
en China, dan moeten we dat doen met ontwikkelingen die gaan over de kwaliteit
van leven. Daarnaast is design een belangrijk onderwerp voor de stad Eindhoven.
Maak nou ook eens iets dat niet alleen technisch belangrijk is, maar ook
esthetische waarden heeft. Qua vorm, qua manier van organiseren. De Technische
Universiteit heeft een paar jaar geleden al de studierichting Industrieel
Ontwerp gestart. Verder hebben we geprobeerd de Design Academy op alle
mogelijke manieren te helpen. Ik zie het zo: de eerste campus is de TU,
de tweede de High Tech Campus, en de derde Strijp S. Daar moeten de designmensen
en mensen die ook in die sfeer werken, de kans krijgen om werkruimtes
te krijgen zoals in de pakhuizen in New York en Londen. Het is belangrijk
dat Eindhoven zijn creativiteit zichtbaar maakt. Dat geeft verruiming.
Ik denk dat een duurzame samenleving meer van dat typen waarden moet hebben.'

U houdt de ontwikkelingen op Strijp S nog met
argusogen in de gaten?
'Op Strijp S liggen fantastische kansen. Kijk, als dat saaie gebouwen
worden, en er komt ook nog eens - ik zeg maar wat - een verkooppunt van
tweedehands auto's, dan kunnen we dat vergeten. Bij de Witte Dame hadden
we ook de hoop om autonome kunstenaars de ruimte te geven, maar vanwege
het financiële plaatje, moet je concessies doen. De Witte Dame geeft
voor mij nog steeds een heel goed beeld. Dat daar een bank inzit en de
ANWB, het zij zo. Bij Strijp S zullen de concessies ook niet verder moeten
gaan dan de randverschijnselen. Waarbij de kern heel goed zichtbaar moet
blijven.'
Het houdt u bezig dus
'Ja, Eindhoven moet een eigen positie kiezen. Kijken naar wat zijn eigen
kracht is. Dat creatieve hoort nou eenmaal heel erg bij ons. Strijp S
is dé kans om de stad een beter gezicht te geven. We hebben veel
kunstenaars, maar ook het spanningsveld dat het een saaie, zakelijke stad
lijkt, ondanks die vele creatieve mensen. Je moet ze bundelen zodat zij
en hun activiteiten zichtbaar worden. Ontwikkeling van dit soort gebieden
kan alleen als iedereen er in gelooft.'
Net als op de High Tech Campus. Die ontwikkeling
verloopt beter dan we destijds hadden durven hopen. Je ziet nu dat grote
bedrijven voorposten op de campus zetten en mensen van allerlei pluimage
elkaar daar echt ontmoeten. Het vonkt. Dan krijg je uitwisseling, kruisbestuiving.
Dat is het leuke. Je krijgt innovatie als mensen van verschillende disciplines,
die normaal gesproken nooit met elkaar praten, bij elkaar komen. Daarom
vind ik ook: meer psychologen, meer bedrijfskundigen en logistieke deskundigen
en ingenieurs het ziekenhuis in, want die anders is dan artsen.'
Dat geldt natuurlijk ook voor het bedrijfsleven
'Om mensen tot innovatie aan te zetten, kun je het beste een halve crisis
organiseren. Dan komen er nieuwe dingen. Als het goed gaat, leunen ondernemers
vaak achterover. Dat is niet verstandig. Je moet aan de gang blijven,
vooruitdenken. En áls je naar nieuwe dingen zoekt, laat dan eens
mensen uit een heel andere hoek naar je probleem kijken. Ik zeg altijd:
Verzamel een stel 'gekken' en een groepje jongelui en kijk maar wat er
uitkomt. Ook bij bedrijven. Zet een stel jonge gasten in een taskforce
en geef ze twee jaar om het uit te zoeken.'
'Verder vind ik dat veel mensen maar een paar maatlatten
hanteren bij de beoordeling van het leven. Die maatlatten zijn vaak de
geijkte: succes, geld en de vraag: hoe doe ik het thuis. Maar vragen rond
cultuur, of je afvragen hoe we samen in de samenleving staan, is een ander
verhaal. Iedere mens heeft 'intelligenties'. De een kan dit goed, de ander
dat. Er zijn veel meer intelligenties dan die, die te maken hebben met
succes en materie. Iedereen moet dat kunnen en als dat niet lukt, ben
je achtergebleven. Het overige geven we weinig kans en hechten er te weinig
waarde aan. De meeste van ons houden zich weinig bezig met culturele zaken
en zijn nauwelijks zelf in die richting actief. Toch is het iets waar
veel mensen het zelfvertrouwen uit kunnen halen terwijl dat bij de geaccepteerde
parameters misschien niet het geval is. Ik denk dat ook uit die 'intelligenties'
veel voort kan komen om de manier waarop wij leven echt een beetje rijker
te maken. Laatst zei iemand tegen mij: 'Wij zouden moeten leren om anderhalf
uur onder een boom te zitten. Leren die rust te hebben. Daar heeft hij
wel gelijk in denk ik. Want als je niet uitkijkt word je te rationeel
en dus te robotachtig. Uiteindelijk denk ik dat ons probleem in de vraag
zit of je snapt dat er meer waarden zijn dan de geijkte. En of je begrijpt
dat er een bredere manier van leven mogelijk is dan je nou doet.'
|
wil
je krassen in mijn
gastenboek?
Webdesign, vraag
meer informatie

|
terug |
|
Het gaat goed met Rein Welschen.
Hij zat de afgelopen twee jaar alles behalve verscholen achter de geraniums.
Integendeel. Welschen is actief in alle circuits waarin hij vroeger werkte.
Snel na zijn afscheid in Eindhoven ging hij aan de slag als waarnemend
burgemeester in het Westland. Dat vond hij prettig, want de overgang van
burgemeester van een stad, naar helemaal geen enkele invloed en bemoeienis,
was best een grote.
'Ik kon mijn aandacht onmiddellijk op iets anders richten. Kijk, alles
wat er in Eindhoven gebeurt, interesseert me buitengewoon. Dat verandert
niet. Maar de vraag of dat je de dingen zelf anders gedaan zou hebben
of andere initiatieven zou hebben genomen, daar denk ik niet over. Je
weet overigens heel snel niet meer precies welke afwegen er gemaakt worden.
Als je alleen nog maar door de krant geïnformeerd wordt, merk je
hoe groot de afstand is tussen wat je in de krant leest en wat er daadwerkelijk
gebeurt. Bovendien weet je niet of er soms een aantal schijnbewegingen
wordt gemaakt. Je weet niet meer wat er in de hoofden zit.'
Maar hoe werkt dat dan? Laat je dan ineens alle
touwtjes los waar je eerst zo hard aan getrokken hebt?
'De passie is er en die blijft ook. Als ik langs Tilburg rijd, kijk ik
nog steeds naar het type woningen dat zij bouwen en hoe wij dat in Eindhoven
doen. Halen zij ons in? Maar je belangstelling moet van actief naar passief
gaan. Het zijn nou eenmaal anderen die het doen. En ik heb gelukkig een
heleboel andere dingen te doen. Ben vrijwel elke dag weg. En weinig in
Eindhoven, bijna alles landelijk of internationaal. Dat werkt voortreffelijk.'
Ook voor uw vrouw waarschijnlijk?
'Ja, die vindt dat ook wel prettig. Zij was gewend haar eigen dingen te
doen en dat doet ze nog steeds. We doen wel een hoop dingen samen, maar
het is fijn als je allebei je eigen belangstelling hebt.'
Was het hebben van meer vrije tijd even wennen
in het begin?
'Als burgemeester maak je veel uren. Ik had één weekend
in de maand vrij en verder was ik eigenlijk altijd met de stad bezig.
Ook met leuke dingen. Maar zelfs als je naar de schouwburg gaat ben je
met je taak bezig. Burgemeester ben je eigenlijk 24 uur per dag. Nu is
dat weg. De weekenden en de avonden staan nu veel minder onder druk dan
destijds. De rest van de tijd is het lekker doorwerken. Ik ben meestal
voor achten de deur uit, dat vind ik eigenlijk wel prettig. Natuurlijk
zijn er mensen die zich afvragen waarom ik niet ga golfen. Maar ik vind
het puzzelen met maatschappelijke opgaven het leukst.'
Kunt u überhaupt golfen?
'Nee, maar ik heb wel wat proeflessen gehad. Dat soort dingen doe ik wel
als ik oud ben
'
Wanneer is dat ongeveer?
'Geen idee.'
Bij uw afscheid veronderstelde u dat u misschien
weer wat meer in de politiek zou gaan doen. Is dat het geval?
'Ik doe voor de kamerfractie nogal wat op het gebied van innovatie. En
op het gebied van milieu en gezondheidszorg. Op allerlei andere onderdelen
probeer ik de politiek redelijk te beïnvloeden, maar vanuit een andere
positie. Ik krijg iedere week twee of drie verzoeken om ergens aan mee
te werken. Vrijwilligers zoals ik zijn nog redelijk populair.'
Het zou toch ook zonde zijn als zoveel kennis en ervaring ineens in
het niets verdwijnt?
'Dat is ook niet het geval. Ik kwam na mijn studie in Rotterdam terecht
en promoveerde daar in de geneeskunde. Deed een behoorlijk aantal jaren
onderzoek en die kennis gebruik ik nu om, weliswaar vooral organisatorisch,
wat klussen te doen in de geneeskundige hoek.'
'Na mijn promotie werd ik wethouder Wonen in Breda,
daarna milieugedeputeerde in Brabant. Nu houd ik me ook met milieu en
bouw bezig. Voor een aantal ministeries doe ik een aantal dingen, die
ik als burgemeester ook deed. Eigenlijk komt het er op neer, dat ik -
al is het op een andere stoel - actief ben in alle circuits waarin ik
vroeger werkte. Om een paar dingen te noemen. Bij de thuiszorg in Eindhoven
zit ik in de Raad van Toezicht. Door de marktwerking in de geneeskunde
wijzigt de rol van die grote organisaties erg. Ze moeten zich nu in de
markt gaan waarmaken. Moeten zich afvragen met wie ze gaan samenwerken
of eventueel fuseren. Dat vind ik een spannende job. Verder ben ik betrokken
bij de Nederlandse Hoorstichting in Leiden. De stichting helpt mensen
hoorproblemen vroegtijdig herkennen. Bijvoorbeeld door www.oorcheck.nl.
Maar we kijken ook of we MP3-spelers kunnen laten waarschuwen als het
volume te groot wordt. Dat gaat puur over de vraag hoe je een gehoorbeschadiging
kunt voorkomen. Het gehoor herstelt zich namelijk niet als het beschadigd
is.'
'Op medisch gebied ben ik verder betrokken bij
de Longstichting. Longziekten worden hoe langer hoe belangrijker als doodsoorzaak
of reden om in de WAO terecht te komen. We proberen de samenwerking tussen
patiëntenverenigingen, onderzoekers en specialisten te verbeteren.
Verder de voorlichting te verbeteren, nieuwe onderzoeken op te starten
en fondsen te werven. Dat is bestuurlijk werk, maar een medisch-biologische
achtergrond is wel gemakkelijk. Verder ben ik voorzitter van de Raad van
Commissarissen van de grootste ouderenhuisvester in Nederland. Zij krijgen
ook steeds meer te maken met marktwerking. Ook dat is een spannende business
en een groot bedrijf.'
Weinig tijd om uzelf te vervelen hoor ik wel
'Ik doe nog meer hoor. Ik ben bijvoorbeeld betrokken bij een grote aannemer
die veel doet met stadsvernieuwingen en voorzitter van het klimaatcentrum
van het Rode Kruis in Nederland.
Heeft u eigenlijk wel voldoende tijd voor uw kleinkinderen?
'Het organiseren is allemaal wat ingewikkeld. Ik heb geen secretaresse
meer en moet nu alles zelf doen. Daarom probeer ik mijn vergaderingen
te combineren en er bijvoorbeeld vier achter elkaar in Utrecht te plannen.
Ik werk tegenwoordig zelfs met een computer. Eigenlijk ben ik altijd bezig
met stukken lezen, reacties verzamelen en vergaderen. Maar door de week
heb ik tegenwoordig eigenlijk een heel normaal ritme. Zoals gisteravond.
In plaats van dat ik naar Eindhoven terugreis, ben ik naar Houten gegaan,
naar dochter en kleinkinderen. Anneke was eerder die middag al gekomen.
In het weekend kun je ook heel veel gezellige dingen doen. Mijn leven
is er wat dat betreft zeker op vooruit gegaan.'
|