|
Metro
25-10-2002 Stel je voor dat je op een goede dag zwaar geconcentreerd de kwaliteit van de saus wil gaan controleren en nét even iets te ver naar voren buigt, je evenwicht verliest en - plons - recht voorover met je hoofd in jouw saus terechtkomt. Niemand kan je redden en je sterft. Wat een pech. Niemand denkt meer aan je als de man van kruid x. Je foto in het bedrijfsrestaurant laat je collega's meewarig het hoofd schudden en herinnert hen nog slechts aan je tragische dood. Wat had je leven dan voor zin? De zin van het leven. Als puber pijnigde ik mijn hersens én mijn ziel dagelijks op zoek naar het antwoord op die levensvraag. Ik las alle filosofen, van Aristoteles tot Descartes. Ik vond het antwoord niet. Er moest meer zijn tussen hemel en aarde. Op zoek naar licht in mijn duisternis bleef ik een tijdje steken in de twilightzone. Ik verslond alle boeken over parapsychologie van Van Praag tot Tenhaeff. Ik las over reïncarnatietheorieën en geboortevisies. Als
ik de schrijver van mijn eigen levensverhaal was geweest toen ik nog in
de grote energiewolk van de schepper hing, waarom had ik dan in hemelsnaam
geen ander script bedacht? Ik keek naar de mensen om me heen en vroeg
me af waarom ik ze had uitgekozen en wat ik er mee moest. Ik kwam bij
mensen die contact hadden met doden die op hun beurt weer de toekomst
voorspelden van de levenden. En als de toekomst vast stond, met welke
illusie leefde ik dan. Als je voor je geboorte zelf bepaalt dat je verdrinkt
in een groot vat met vissaus, waarom doe je dan in hemelsnaam nog moeite
om die klotesaus lekkerder te maken? Na al die overpeinzingen kwam ik tot de conclusie dat je de toekomst maar beter niet van te voren kon kennen. Toch bleef die schemerzone met zijn levende doden en dode levenden me mateloos boeien. En dat doet ze eigenlijk nog steeds, zo moest ik deze week constateren toen ik de krant las. Is
Juliana nou dood, of leeft ze nog? Rolt ze de hele dag kleedjes op terwijl
ze vrolijk liedjes neuriet of plukt ze vlijtig dode blaadjes van de geraniums?
Misschien bladert ze dagelijks door wat fotoalbums op zoek naar wie ze
was. Maar wat heb je aan: ik was, als je niet meer weet wie je bent? Als
je geheugen zoveel gaten vertoont dat alle herinneringen er door zijn
verdwenen. Als de mooiste filmpjes in je hoofd vergaan zijn tot een grijs
gespikkeld testbeeld. |