Tiendaagse 'survival'training in Turkije:
Je angst in moed omzetten…

Tekst: Ria Kerstens
Foto's: 2 Sirius

Survival. Overleven met vijf wildvreemde mannen en drie vrouwen in de bergen van het Turkse Kusadasi. 12 kilometer bergop én weer naar beneden, speedmars, bungelen aan touwen, kilometers lang mountainbiken, abseilen van een hoge rots én het dak van het - vijf verdiepingen hoge - hotel. Kilometers roeien, klimmen, opdrukken en duiken in zwembad en zee. Voor iemand zonder conditie is dat behoorlijk afzien onder een brandende zon en een temperatuur van boven de dertig graden. Sterker nog, het was kotsen, janken en schreeuwen om mezelf en mijn angsten te overwinnen.

Wat gebeurt er met je als alle zekerheden om je heen wegvallen? Als je niet weet waar je terecht komt, hoe lang je daar zult zijn, wat je gaat doen, wanneer je te eten krijgt, én of je te eten krijgt? Je niet kunt wassen zoals je gewend bent, niet kunt zitten of slapen als je moe bent. Maar ook: waarom laat je je, na een doodvermoeiende lange dag, weer uit je bed halen om één uur 's nachts? Waarom ga je, ondanks je hoogtevrees, toch aan dat touw van de rots af en waarop loop je al die kilometers op die berg, terwijl je eigenlijk al lang niet meer kunt?
Het antwoord is simpel, het proces ingewikkeld. Je komt terug naar de ware essentie van jezelf en het leven én leert dat leven mét de illusie, iets anders is dan leven ín een illusie. Simpeler gezegd: je leert grenzen aangeven en de strijd (vooral met jezelf) opgeven. En dat is inderdaad simpeler
gezegd, dan gedaan.

'Wat bezielt je als je, helemaal vrijwillig, aan zoiets meedoet?', krijg ik als terugkerende vraag als ik bij terugkomst mijn verhaal vertel. Zeker als ik uitwijd over het slapen in de raamloze kelder van het hotel, de wc die niet doorspoelt of de koude douche, waar we alleen onder mogen als we toestemming krijgen. Mijn toehoorders begrijpen ook maar nauwelijks waarom mijn ogen weer wazig worden als ik vertel over de Turkse zwerfhond, die zomaar een traan van mijn wang likt als ik, zittend langs de kant van een bergweg, mijn emoties de vrije loop laat. Of over de hand en de veelzeggende glimlach van de zwijgende, stokoude man op de hoek van een terras in een bergdorp. Misschien is dit verhaal wel niet te vertellen, maar ik doe een poging.

In beweging komt alles los
Het thema van de training van Bob en Trudy Feijen van 2Sirius sprak me wel aan: 'In beweging komt alles los'. 'Door te bewegen wordt het lichaam moe en geeft het weerstanden op. De kracht om emoties binnen te houden wordt minder en de puurheid komt naar boven.' En ik wás op zoek naar mezelf en mijn puurheid. Ik was er tijdens mijn vakantie bij vrienden op een berg in Gran Canaria al wel achter gekomen dat ik niet bezig was zoals ik bezig wilde zijn. Daar op die berg vond ik de rust en realiseerde me dat ik op en top gestresst was en véél te veel uren in de week, aan niet altijd de leukste klussen, werkte. Ik deed alles met mijn hoofd, terwijl het volgen van mijn gevoel altijd zo belangrijk voor me was geweest. Eenmaal thuis probeerde ik de rust van die berg vast te houden, maar het lukte niet. Maar ik was vastberaden die rust wel te krijgen en schreef me in voor de 10-daagse training.

Al in het vliegtuig naar Kusadasi kom ik naast een vrouw te zitten aan wie ik mijzelf aardig kan spiegelen. Ze is tien jaar ouder dan ik, hard en verbitterd en alles behalve lovend over mannen, die ze dan ook niet nodig heeft in haar leven. Zo wil ik niet worden, maar realiseer me dat ik er aardig naar toe op weg ben. De confrontatie met haar gebrek aan zachtheid en gevoel én haar semi-onafhankelijkheid, bevestigt de juistheid van mijn deelname aan deze training.

Lieve vrouw
Ik ontmoette de overige deelnemers een week eerder tijdens een kennismakingsavond. Stuk voor stuk leuke mensen waar ik me wel mee door de bocht leek te kunnen. Na drie dagen trainen is het Wendy die tegen me zegt dat ze niet wist wat ze met me aan moest toen ze me voor de eerste keer zag. Ik leek zo afstandelijk en iemand voor wie ze op moest passen. Iemand die haar met de grond gelijk zou maken als ze iets verkeerds zou zeggen. ´Maar je blijkt eigenlijk een heel lieve vrouw te zijn…´ Of Cees die me, de avond van de vierde dag, vraagt de uitstraling die ik dan heb, vast te houden. ´Durf bij je gevoel te blijven Ria, dat maakt je zoveel mooier.´ Ik voelde dat ze gelijk hadden. En er was nogal wat voor nodig geweest om bij dat gevoel te komen.
Ik had vooral mijn angst om gekwetst te worden ingeleverd. Mijn defensieve houding die er voor zorgde dat iedereen afstand hield. De houding die duidelijk uitdroeg dat ik niet gekwetst kón worden en mensen dat vooral ook niet moesten proberen. Bovendien ben ik niet op mijn mondje gevallen en behoorlijk adrem. Dat schild zorgde er alleen ook voor dat ik veel mooie échte ontmoetingen aan me voorbij liet gaan. En ja, eigenlijk was ik best lief, maar wat had me dat in hemelsnaam tot nu toe opgeleverd, behalve ellende?

Strenge leider
Inpakken en binnen een kwartier klaar staan. Kistjes aan, koppel en veldfles om en overall in de rugzak. Hup de bus in. Ergens halverwege een berg stoppen we en ligt er een touw klaar dat we met z'n allen van de grond moeten houden, want anders… Iedereen heeft eigenlijk maar een vaag vermoeden van wat dat 'anders' kan zijn. Opdrukken, een nog hoger tempo? En hoewel we allemaal vrije geesten zijn, (en op een uitzondering na, allemaal ondernemers) onderwerpen we ons vrijwillig aan het regiem van de leiding. Waarom eigenlijk? Omdat je intuïtief aanvoelt dat deze training goed voor je is? Omdat je een strengere leider voor je zelf bent dan een ander ooit kan zijn?

Binnen twintig minuten wordt het tempo en de zon mij al bijna fataal, maar Wendy coacht me omhoog en het touw blijft van de grond. Later helpen we elkaar steile heuvels op en af en trekken onszelf als echte commando's, liggend op het touw, omhoog over een flinke diepe sloot. We hijsen elkaar de boom in en laten ons achterover vallen vanaf een betonnen huisje van twee meter hoog, terwijl de rest van de groep klaar staat om ons op te vangen. Loslaten en vertrouwen, heet dat. En jeetje wat is dat eng. Maar goed, I can do it, denk ik. Het lijkt zo hoog niet, en dat is het de eerste meter ook niet. Maar op het moment dat je die voorbij bent, lijk je in het niets te vallen en kun je niet meer terug. Net voordat mijn lichaam de armen van mijn teamgenoten raakt, echoot mijn eerste noodkreet door het bos. Er zouden er nog veel meer volgen.

Ik slik het niet meer
Mijn arme, doorrookte longen zijn niet meer in staat om nog een spoortje lucht binnen te halen. Ik begin te hyperventileren (en dat deed ik voor het laatst toen ik 18 was) en denk dat ik zelfs niet meer in staat ben een laatste adem uit te blazen. Het hyperventileren blijkt een laatste poging van mijn lichaam om mijn emoties binnen te houden. Na een korte stop wordt mijn adem weer enigszins normaal en komen de tranen. Die ik ook net zo snel weer inslik om verder te kunnen gaan. Ik ga niet janken, denk ik. Ik zal potverdomme die heuvel hier op komen. Hoezo grenzen aangeven? Zeker niet toegeven dat ik op ben, en niet alleen lichamelijk. Doorgaan, gewoon doorgaan...

Uitgeteld op mijn matrasje kan ik de slaap niet vatten. Mijn hart bonkt en slaat over als een bezetene. Dat, wat tijdens de enorme inspanningen van die dag omhoog is gekomen én weer ingeslikt, wil er toch uit. En daar lig je dan tussen tien, voor jou zo goed als onbekende, mensen. Dus houd ik mijn mond. Ik kan het zelf wel oplossen, het gaat wel over. Ik ben gewend hulp te geven, niet te vragen. Maar het gaat niet over. Mijn hart bonkt als een bezetene en ik krijg het steeds benauwder.
'Wendy, ik voel me niet goed', piep ik er na een half uur toch uit. Ze neemt me mee naar buiten waar het huilen begint en niet meer op lijkt te houden. De grote schoonmaak is begonnen, zelfs mijn maaginhoud wil naar buiten. Mijn weerstand is gebroken. Ik geef het gevecht met mezelf op. Vierenveertig jaar opgekropte emoties lijken er ineens uit te willen komen. Ondanks de hulp van trainers Trudy en Bob (´Je slikt het niet meer´, is de treffende opmerking van Trudy) duurt deze ontladingssessie nog ruim drie kwartier. Alsof er zich een film voor mijn ogen afspeelt, komen er voorvallen en mensen naar boven. Mijn grenzeloosheid in de hulp naar anderen, het ja zeggen als ik nee bedoel, het stoer en sterk zijn als ik al lang niet meer kan. Maar ook de angst om mijn hart te openen, omdat het al te vaak teleurgesteld en gekwetst is.

Oude man
Tijdens het mountainbiken de volgende dag geeft mijn lijf het sneller op. Hoezeer ik ook mijn wil inzet om de trappers rond te krijgen, het gaat niet meer. Mijn stroom emoties is nog (lang) niet opgedroogd. Ik voel het verdriet dat ik nooit heb willen en durven voelen en ik kan mezelf wel voor mijn kop slaan voor de grenzeloosheid die ik heb ten opzichte van de rest van de wereld, net als voor de hardheid naar mezelf. Ik kon eigenlijk al lang niet meer, maar ging maar door. Ik ben blij dat ik achterin die bus tot mezelf mag komen, maar voel me een opgever, en ik geef nooit op… Bovendien knaagt er een schuldgevoel ten opzichte van de rest van de groep, die wel verder moet afzien onder de brandende zon. Achteraf verbaas ik me over het groepsproces dat zo snel op gang is gekomen. 24 uur per dag samen zijn en jezelf niet kunnen verstoppen, verbindt blijkbaar. Bovendien worden we als groep beoordeeld, beloond én afgerekend. 'Samen' is het sleutelwoord. En nu waren zij samen, zonder mij. Verwarring alom in mijn hoofd en hart. Tijdens een rustpauze wordt duidelijk dat niemand het me kwalijk neemt. Dat vind ik onvoorstelbaar. 'Je bent niet gewend aan krijgen, zonder te geven', zegt trainer Trudy als we weer in de bus zitten. En nee, dat ben ik inderdaad niet. Ik kan er niets mee.
'Kijk, er zit een hond op ons te wachten', zegt Trudy als we bij de volgende rustplaats aangereden komen. Turkije is vergeven van de zwerfhonden, maar deze zit er wel heel erg klaar voor. Enthousiast komt hij naar me toe, laat zich aaien en rent weer weg. Vlak voor we weer in willen stappen, is hij er ineens weer. Hij komt naar me toe, geeft me een lik op mijn wang en precies op het moment dat ik hem wil aaien stapt hij opzij en kijkt me aan alsof hij wil zeggen: die lik is voor jou, daar hoef je niets voor terug te doen. Weg is hij weer.
Iets soortgelijks gebeurt me tijdens een stop in de bergen, later die middag. De gerimpelde oude man onder de boom van het terras pakt ineens mijn hand als ik terug naar de bus loop.
Hij knijpt er zachtjes in, kijkt me aan, glimlacht en laat me weer los. Zijn veelzeggende, liefdevolle blik raakt me dieper dan diep.

Alsof de storm die in mij woedt nog niet heftig genoeg is, sta ik 's avonds laat 'ineens' op het dak van het vijf verdiepingen hoge hotel. Ik zie de touwen hangen en denk: aan mijn never nooit niet. Hier ga ik niet naar beneden. Met ogen zo groot als schoteltjes nestel ik me onwrikbaar tegen de muur van het trappengat. Ik ga niet! Ik wil iedereen die in de buurt komt het liefst knock-out slaan. Niemand krijgt mij zover dat ik aan een touwtje dertig meter boven de grond ga bungelen. Totdat Trudy me herinnert me aan een afspraak die ik 's middags in de bus met haar maakte. Ik mocht afhaken met het fietsen, maar de rest van de activiteiten zou ik allemaal mee doen, erewoord. En mijn erewoord is heilig… Dus ben ik het zelf die me over mijn doodsangst heen zet en op de dakrand laat stappen. Het gejuich van mijn mede-abseilers hoor ik pas als ik beneden sta met twee heftig trillende benen, én een onvoorstelbaar gevoel van victorie. Ik heb mijn angst in moed omgezet.

Engel
Op een ochtend is het D-day. We gaan naar de top. Trainer Bob gaat er vanuit dat iedereen de top wil bereiken (in het leven). Onderaan de berg van natuurpark Millipark ligt het touw weer klaar. We worden er allemaal met onze belt aangehaakt. Niks afhaken dus. De zon staat hoog en brandend aan de hemel en (gelukkig) hebben we geen idee van de hoogte van deze berg. Ik verwacht iedere bocht een gezellig bergrestaurantje. Met grote koppen koffie en zoete lekkernijen. Maar meer dan een waterbak en een zoete reep uit de tas van de trainers, komt er niet. Nadat de eerste door de knieën gaat, krijg ik een zwaardere rugzak op. Die draag ik, ondanks dat ik al lang niet meer kan, toch nog twee kilometer de berg op, vóór mijn knieën pudding worden en het licht uitgaat. Eenmaal overeind en mijn adem hervat, smeek ik mijn engeltjes om hulp. De engel die te hulp komt is Frans, mijn groepsgenoot die altijd ieders probleem wil oplossen, en liever nog wil voorkomen. Hij mag tijdens de training alleen nog maar hulp bieden als er om gevraagd wordt. Ik kan bijna niet anders meer dan smeken. Het touw mag los en Frans wordt mijn lifeline voor de rest van de 24 kilometer. In het ritme van zijn stappen én adem verdwijn ik in de grote leegte, terwijl mijn benen gewoon stug doorklimmen. Eenmaal boven komt er, als beloning voor ons doorzettingsvermogen, een stel wilde paarden uit het niets tevoorschijn. De paarden, bij de Indianen het symbool van kracht, komen even heel voorzichtig onze kant opgelopen, kijken ons aan, hinniken een keer en verdwijnen weer. Daar sta ik dan op de top van 'mijn' berg met uitzicht op de allermooiste vallei die ik me maar kan voorstellen. Open en 'bloot' tot op het bot, krachtiger dan ooit, bewust van mijn eigen illusies en nooit meer bereid mezelf te verschuilen of op te geven voor een ander. Leven ná Kusadasi zal nooit meer hetzelfde zijn…

http://www.2sirius.nl/

wil je krassen in mijn gastenboek? / reageren?