|
Tweelingzielen 'Mam, ergens op deze wereld, tussen al die miljarden mensen, moet er toch iemand zijn die net zo denkt en voelt als ik?' Deze uitspraak van mijn toen zevenjarige zoon bracht mij terug naar mijn eigen jeugd. Naar het moment waarin ik me, in de stilte van de nacht, in mijn bed ooit precies hetzelfde afvroeg. Ik kan me niet meer herinneren of ik me die vraag destijds stelde vanuit een diep gevoel van (existentiële) eenzaamheid of pure, (vroeg) filosofische nieuwsgierigheid. Ook later in mijn leven bleef die vraag door mijn hoofd spoken. 'Is dit het nou?', vroeg ik me in wanhoop af als de bloesem van een relatie weer eens uitgebloeid en verdort op de tafel lag en het water in de vaas hoognodig ververst moest worden. En ik bleef maar op zoek. Naar die ene mens die me woordeloos zou begrijpen. Aan wie ik niet hoefde uitleggen hoe ik me voelde. Iemand bij wie ik thuis kwam. Onvoorwaardelijke liefde. Mijn andere helft , mijn tweelingziel. Ik heb meer dan eens gedacht dat ik hem gevonden had. Maar die blinde zoektocht bleek uiteindelijk meer te maken te hebben met een niet te stuiten verlangen naar harmonie en heelheid in mezelf. En die moet éérst gevonden worden volgens de kenners van het fenomeen. Volgens Patricia Joudry en Maurie Pressman, auteurs van het boek 'Tweelingzielen, bestaat die ideale andere helft wel degelijk. Tijdens de schepping is één ziel opgedeeld in een mannelijke en vrouwelijke helft. In de vele levens die volgen doet iedere helft ervaring op en is het de bedoeling dat ze hun mannelijke en vrouwelijke deel in balans brengen. De 'herinnering' aan elkaar zorgt voor de onlosmakelijke verbinding én de drang om elkaar weer terug te vinden. Zucht. Wie wil dat niet? Maar de kans dat je in dit leven met je tweelingziel 'samensmelt' is klein. Je moet er op de eerste plaats wél tegelijk voor op deze aardbol rondlopen en dan moet die ander ook nog niet je kind, broer of zus op opa en oma zijn geworden. Want ook dat kan. Bovendien: zo lang je denkt dat die ander jouw leven leuk moet komen maken of zin geven, kun je lang wachten. Iedere helft moet de hoogste mate van onafhankelijkheid bereikt hebben. Je moet dus eerst blij en gelukkig worden met jezelf Het is de bedoeling dat je dat oefent en je lessen leert in de relaties die je tot dé grote ontmoeting aangaat. En dan is het zover. En dat weet je. Dat voel je. Ondanks dat je hem of haar misschien al langer kent of al eerder tegenkwam. Herkenning. Nooit meer alleen. Die ander houdt je een spiegel voor, vult je perfect aan en is mateloos fascinerend. Geen relatie zonder ruzie of pijn, maar omdat je elkaars pijn voelt, moet die zo snel mogelijk worden opgelost. Je ideale partner bestaat dus. Maar zoeken heeft geen zin; je wordt gevonden. Want de manier waarop tweelingzielen bij elkaar gebracht worden is geregisseerd door de kosmos...
|
|
|
|
|
||
|
|