|
Glaasje
draaien Het is alweer jaren geleden. De alleréérste keer dat ik met geesten in aanraking kwam vergeet ik ook nooit meer. Vriendinnetje Leonie en ik zouden na school glaasje draaien. We hadden geen ouijabord maar legden gewoon onze zelfgeknipte letters om een glas op tafel. We wilden weten of de geesten ons konden vertellen of wij verkering konden krijgen met Thom, de allerleukste jongen van de school. We riepen alle goede geesten aan en giebelde wat. Van de zenuwen, want we kenden de waarschuwingen wel. Leonie's Indonesische oma was er duidelijk in geweest: door dit 'spel' te doen zouden we een 'poort' naar gene zijde openen die alleen door een exorcist te sluiten was. Door die poort kwamen vooral negatieve geesten die ons het leven tot het einde der dagen zuur zouden maken. Ze vertelde verhalen van mensen die zo gek werden dat ze uiteindelijke zelfmoord pleegden Maar wij giebelden totdat het glas ineens in beweging kwam en wij het van schrik ook weer los lieten. 'Dat deed jij!', riep Leonie naar mij. 'Nee, jij!', riep ik verbolgen terug. Om vervolgens stil te worden want we geloofden elkaar. En als niet wij wie dan? Onze nieuwsgierigheid won het uiteindelijk van de angst en we vroegen er lustig op los. Niet dat er ook maar één zinnig antwoord kwam. 's Avonds in bed voelde ik me er toch niet zo lekker bij. Maar ik sprak mezelf toe, knipte het bedlampje uit en kneep mijn ogen stevig dicht. Op het moment dat ik bijna in slaap viel, gebeurde het. Het was alsof een onzichtbare hand een soort spinnenweb over mijn gezicht haalde. Met bonkend hart zat ik rechtop. Bedlampje aan. Niets te zien. Maar de schrik zat er in en ging er niet meer uit. Toen ik een kwartier later opnieuw een heldhaftige poging deed, was daar weer dat walgelijke gevoel op mijn gezicht. Als een bezetene rende ik naar de slaapkamer van mijn ouders die verbaasd opkeken van mijn grote schrikogen en verzoek om bij ze te mogen komen liggen. Dat mocht. Ik zweeg over draaiende glazen. Ik was al genoeg gestraft. |
|
|
|
|
||
|
|