Metro-12-01-2004

Ik lik mijn wonden
Kebeng! Daar lig ik. Het was een frontale, een echte uppercut. Ik kets in een beweging tegen het asfalt. De klap komt zo onverwachts dat ik niet eens in de gaten heb wat me raakt. Het duizelt voor mijn ogen en heel even ben ik knock-out. 'Waar is dit goed voor?, vraag ik me nog af, maar ik ben te groggy om helder te kunnen denken. Ik krabbel overeind en sleur mezelf, met veel pijn en moeite, naar een hoekje. Daar begin ik mijn wonden te likken.

Weg vriendschap. Na al die jaren. En waarom? Waarover? En hoezo?
Dagenlang gonst de klap nog na in mijn hart. De tranen stromen over mijn wangen tot mijn klieren uitgemolken zijn. Met gezwollen ogen en een rode neus zit ik te zitten. Wat is er met me aan de hand? Waarom ben ik zo van de wereld? Waarom ben ik tot niets in staat? Ik zit hier maar en staar voor me uit. De zon schijnt, maar ik zie het niet. Het werk stapelt zich op, maar het kan me niet schelen. Ik ben verbijsterd dat iemand, waarvan ik dacht dat die van me hield, me dit aan kan doen. God wat doet dit zeer.

In de tussentijd flitsten er duizend vragen door mijn hoofd. Is dit mijn dank? Heb ik hiervoor al die tijd klaargestaan? Ik, trouwe vriend, op wie je altijd een beroep kan doen? Ben ik blind geweest? Wat heb ik al die tijd niet willen zien? Ik vraag, maar krijg geen antwoorden. Ik dool door het huis. Ik sta op en ga weer zitten, loop heen, maar weet niet waar naar toe en loop dus ook maar weer terug.

Tot mijn teleurstelling weg ebt en ik verschrikkelijk kwaad word. Heel erg kwaad. Zo kwaad, dat ik wel een heel dorp met een uzi kan uitmoorden. Ik heb behoefte om de glasafdeling van een groot warenhuis aan diggelen te timmeren, of alle auto's uit de straat met een moker tot Dinkytoys te transformeren. Maar ik doe het niet.
Ik sluit mezelf op en krab langzaam de krullen van de trap, het behang van de muur en de voegen tussen de tegeltjes uit. Ondertussen scheld ik, op alfabet, totdat mijn vocabulaire aan scheldwoorden tot op de draad is uitgeput. Hé, dat is dat lekker. Dat lucht op.

Ik pak een emmer met sop en ga de badkamer poetsen. In het gezelschap van knetterharde muziek, sop ik de tegeltjes totdat ze glimmen. Nu de wastafel nog. En de spiegel, want daar kan ik mezelf ook nauwelijks meer in zien. Ik boen en ik boen. Zo, die is schoon.

Hee, hoi! Ik kijk mezelf lachend aan, maar mijn spiegelbeeld lacht niet terug. En hoe langer ik kijk, hoe meer dat mens in de spiegel me aanstaart en haar wenkbrauwen fronst. Wat is er? Wat moet je? En ineens begint ze te praten. Ik wil wegrennen, maar ik ben te laat.

"Jij stomme muts! Je hebt jezelf voor de gek gehouden. Jíj had al die verwachtingen, jij keek, maar wilde niet zien. Jij zag alleen het goede en weigerde naar die andere kant te kijken. Die heeft zich nu tegen jou gekeerd. Wat verwachtte je eigenlijk terug te krijgen voor wat je gaf?"
"Dombo! Je bent weer in je oude, vertrouwde valkuil gedonderd. Ha ha, tegen je eigen vuist opgelopen! Niet zij, maar jij hebt jou teleurgesteld. Je bent pisnijdig op jezelf! "
En met een zelfgenoegzame glimlach lacht het beeld in de spiegel naar me terug. Kebeng! Ik ben er stil van. Ik sleur mezelf naar de badrand en ga mijn wonden maar weer likken.


Terug ------------ Home ----Geef je commentaar

The tekstnuitleg.nl website, including all text and images are copyright Ria Kerstens. All rights reserved. Any replication, modification, or copy of any part of this website without the prior, written consent of TekstnUitleg.nl is prohibited. This copyright notice applies to clients, non-clients, and resellers of Tekst & Uitleg