Metro 06-06-2003

De man (1) en zijn sokken

"Als je die sokken nou niet in de wasmand gooit dan was ik ze vanaf vandaag niet meer." "Tuurlijk schatje", was het voorspelbare antwoord. Maar ja, ik wist wel beter. Het was
pas de zesentachtigste keer dat ik het vroeg. Net zoals al die andere, voor vrouwen zo ongelofelijk normale, huishoudelijke handelingen die ik van hem verwachtte. De wc-rol op de daarvoor bestemde houder hangen - en dan ook nog met de afrolkant de goede kant op - , simpelweg je remsporen uit de pot wissen of, nog simpeler: het aanrecht en de tafel schoonmaken als je zegt: "Ik ruim de boel wel af schat."

En dat waren nog maar de minste ergernissen. Hij vond bijvoorbeeld dat mannen mochten boeren en winden (wat klinkt dat keurig voor zo'n smerige bezigheid) maar vrouwen dat gewoonweg niet deden. Vrouwen poepten ook niet. Ja, dat deden ze wel, maar dat hoefde hij niet te weten. Toen ik - nadat we een tijdje samenwoonden - in een romantische bui voorstelde om, na ons diner voor twee, eens lekker de massageolie uit de kast te halen, werd ik meteen voor de komende twee weken op rantsoen gezet. Hij was fantastisch in bed maar de vraag was altijd: wanneer? Want vrouwen wachten rustig hun beurt af. Dat mocht duidelijk wezen.

Een andere ex, want u begrijpt dat die zevenentachtigste keer van die sokken er nooit van kwam, had een andere manier van veel beloven en niets doen. Hij had wilde plannen met zijn carrière en onze toekomst. Leuk hoor zo'n vrouwtje met een eigen bedrijfje, maar dat moest toch grootser en beter kunnen. Hij startte zijn eigen 'onderneming', waarna hij binnen een half jaar tot de conclusie moest komen dat zakendoen vanuit je luie stoel alleen in maffiafilms bleek te werken. Hij was lui. Aartslui. Dat kwam vooral ook tussen de lakens tot uiting. Het was meer het type sultan dat lui achterover op zijn brede rug lag af te wachten. En het ergste was: hij hield zijn sokken er bij aan.

Net toen ik besloot dat mannen prima waren; maar niet voor mij, kwam ik het snoepje van de week tegen. Vreselijk lekker ding; groot, breed en donker, lief én romantisch. Hij had maar een dingetje waar ik aan moest wennen; hij was keurig. Té keurig. Alles moest op linie; de kopjes, de glazen, de stapels T-shirts. Ja, zelfs zijn sokken. Zijn appartement zag eruit alsof Mien Dobbelsteen herself er de scepter zwaaide. Er lag geen krantje te slingeren en lege enveloppen gingen meteen bij het oud papier. In bed was hij net zo. Hij klom er soms zelfs in het heetst van de strijd uit om het dekbed recht te leggen. Geen kans op een spontane samensmelting op de bank, keukentafel of aanrecht: eerst wassen en tandenpoetsen. Bovendien had hij niet voor niets zo'n prachtig - veel te duur - designbed.
Binnen de kortste keren was ik er helemaal klaar mee. Alweer.

Het ontplofbeest waarmee ik nu het bed deel kan geen twee dingen tegelijk. Rekeningen verdwijnen ongeopend tussen de oude kranten, hij zoekt zich suf naar al die losse papiertjes met belangrijke telefoonnummers, de batterij van zijn gsm is altijd leeg en ook hij hangt de wc-rol verkeerd op, als hij dat al doet. Hij schrijft zijn afspraken nooit in de agenda, belooft een heleboel, maar vergeet het allemaal net zo snel weer. Ik zag zojuist weer een hele stapel vuile sokken onder het bed liggen. Sjonge wat een eikel. Maar ja, hij wil overal en altijd. Dus haal ik straks gewoon tien paar nieuwe sokken voor hem bij de Hema.

Terug ------------ Home ----Geef je commentaar