Tekst:
Ria Kerstens Foto's: Judith van der Heijden Nel
Saes herinnerde haar collega's bij Philips er vorig jaar november nog eens aan
dat ze nu echt haar laatste jaar inging. Of ze niet nog een jaartje wilde blijven?
Of ze nog projecten wilde doen? Uiteindelijk kwam het er op neer dat afgelopen
september pas duidelijk werd wie haar taken als Coördinator Sponsoring bij
Philips zouden gaan overnemen. Joyce van Nielen werd (parttime) verantwoordelijk
voor de evenementenorganisatie, Marij Beerens voor de lopende zaken en Leon van
der Vorst (per 1 december) voor de contacten met o.a. de Raad van Bestuur in Amsterdam.
Of Nel nog wel de organisatie voor het jaarlijkse Philips nieuwjaarsconcert wilde
blijven doen? Dat wilde ze. Vijftien jaar lang fungeerde Nel Saes als een spin
met duizend poten in het sponsorweb van Philips. Maar ze was meer dan dat. Naast
de ruim 50 uur die Nel gemiddeld per week bij de 'gloeilampenfabriek' werkte,
was ze nog volop in touw voor de diverse stichtingen en organisaties in de stad.
Daarvoor werd ze dan vorig jaar ook onderscheiden tot Ridder in de Orde van Oranje
Nassau. Te
gast bij de Luytervelde: Nel Saes Nel:
'We moeten de tijd in de gaten houden. Ik heb om drie uur een afspraak." Marij:
'Het is pas half drie.' Nel: 'Oh, dan kan die tweede koffie nog wel."
Binnen één seconde is het gesprek weer hervat. Zet vijf vrouwen
bij elkaar en er valt geen minuut stilte. Drie uur lang is de grote ronde tafel
bij Restaurant de Luytervelde gevuld met de heerlijkste gerechten en wijn, klinken
er prachtige dialogen, lachsalvo's, kreten en heerst er vooral gezelligheid. Het
is typisch Nel Saes om op de uitnodiging voor het gesprek met Eindhoven in bedrijf
te antwoorden: 'Ik wil wel komen hoor, maar dan neem ik mijn twee collega's die
mijn taken gaan overnemen, mee. Wat volgde was een boeiend gesprek met haar, collega's
Marij Beerens en Joyce van Nielen en Luytervelde eigenaresse Karin Smits. Over
eten, kinderen, carrières, glazen plafonds, mannen en afscheid nemen. Na
40 jaar Philips, waarvan 15 jaar als sponsorcoördinator, neemt Nel Saes (haar
lach is echt én aanstekelijk) op 14 januari officieel afscheid. Hoe
moeilijk is het, Marij en Joyce, om Nel's plaats en taak over te nemen? Joyce:
'Bijna onmogelijk. We hebben nu al besloten een hotline aan te leggen. Marij
en ik kunnen goed door één deur, en onze krachten zijn goed verdeeld.
Maar we zullen het op onze eigen manier moeten gaan doen. We gaan zeker niet proberen
Nel te imiteren.' Marij: 'De manier waarop Nel werkt is uniek. Ze heeft ons
opgeleid en dan neem je veel over. Bijvoorbeeld het servicegevoel. Wij kennen
geen nee.' Joyce: 'Ook al kan iets niet, we kijken altijd of we een alternatief
kunnen bedenken. We zijn een serviceafdeling, weten allemaal wat een klant is.
Daar komt het op neer.' Marij: 'En ook al zit het tegen, vloeken doe je achter
de schermen.' Nel: 'Kijk, dat heb ik er goed ingebrand, dat hoor je hè!' Karin:
'Dat zeg ik ook tegen mijn personeel. De gast moet tevreden de deur uit, al moet
je er voor op je knieën.' Zijn er grenzen? Joyce:
'Jazeker, je eigen grenzen.' Karin: 'Ze moeten niet aan me komen.' Marij:
Iemand van Philips verlangde ooit van mij dat ik aardig deed tegen een vervelende
dronken man. Het ging om een order. Maar nee, zo werkt dat niet.' Mannenwereld Joyce:
'Over grenzen gesproken. Ik begon ooit als een van de weinige vrouwen bij de accountantsdienst
van Philips. Tijdens een bijeenkomst waar ik met een paar collega's naar binnenkwam,
vroeg iemand: 'Oh, hebben jullie je eigen koffiejuffrouw meegenomen? Karin:
'Oh wat erg
' Joyce: 'Maar ik deed de technische richting op het gym én
heb een vader met een zeer technische achtergrond. Dus stelde ik die man een vraag
waarop hij het antwoord niet wist. Toen zong hij wel een toontje lager.' Philips
was toen helemaal een mannenwereld. Hoe is dat tegenwoordig? Hebben jullie je
hoofd gestoten aan het glazen plafond? Nel: 'Ja, dat plafond is er
echt, zeker als je recht door zee bent. Als je niet zo tactisch en diplomatiek
bent als de meeste mannen.' Karin: 'Zou er ooit een vrouwelijke Kleisterlee
komen?' Nel: 'Nee, die komt er denk ik niet.' Was je carrière anders
verlopen als je een man was geweest? Nel: 'Dat denk ik wel ja. Ik kwam op zestienjarige
leeftijd recht van de Philips Ulo als koffiemeisje het bedrijf binnen. Dat was
in 1964. Elk eindejaarsgesprek werd toen dezelfde vraag gesteld: wanneer ga je
trouwen, wanneer begin je aan kinderen? Als vrouw intern doorgroeien bij Philips
ging altijd ontzettend traag. Dat is eigenlijk nog steeds wel zo'n beetje.
Marij:
'Je moet echt iemand hebben die je helpt om verder te komen. Iemand die in je
gelooft. Ik begon ook in januari 1964, als secretaresse op verschillende afdelingen.
Uiteindelijk werd ik directiesecretaresse. Mijn toenmalige baas heeft er voor
gezorgd dat ik verder kon groeien.' Nel: 'Ik ben een paar keer goed boos geworden.
Op een gegeven moment werd een nieuwe mannelijke collega gepromoveerd naar een
functie waar hij geen (moer) verstand van had. Bovendien kwam hij altijd te laat.
Als klap op de vuurpijl zeiden ze tegen hem: 'Als je het niet weet, laat je het
Nel maar opknappen.' Dat pikte ik niet. Tot hier, en niet meer verder. Ik heb
in mijn 40-jarige bestaan drie keer mijn ontslag ingediend en dit moment was er
een van. Dat vonden ze uiteindelijk toch niet zo'n goed plan. Dat was dan wel
weer prettig
' 'Wat tegen ons werkt is dat veel vrouwen tevreden zijn
met waar ze zitten, dus weinig ambitie hebben. Aan de andere kant ben ik ook wel
ouderwets hoor. Ik vind dat bepaalde taken, bijvoorbeeld als het over kinderen
gaat, bij de vrouw horen. Misschien is dat omdat ik er zelf geen heb, maar kinderen
worden niet voor niets bij een scheiding aan de moeder toegewezen. Ik zeg altijd
tegen Joyce: Op de eerste plaats ben jij moeder, dan pas komt de rest. Joyce:
'Kinderen krijgen en parttime gaan werken staat bij Philips meestal gelijk aan
een streep door je carrière. Ik was ook helemaal verbaasd toen ik promotie
kreeg met een parttime baan.' Ligt het krijgen van promotie aan het feit dat
je vrouw bent, of aan wie je bent? Nel: 'Als ik diplomatieker was geweest
of een ander karakter had gehad was ik waarschijnlijk weggegaan bij Philips. Dan
had ik een eigen zaak gehad; zou ik het bij Philips niet volgehouden hebben. Ik
had een heel andere achtergrond dan de tegenwoordige jeugd. Ze komen van de universiteit
af, weten werkelijk niet of een bal rond of vierkant is, en zijn eigenlijk alleen
maar met ikke bezig. Dat vind ik heel erg, dat stuit me tegen de borst. Die
mensen zijn niet bedrijfsgebonden. Als ze morgen van een ander bedrijf een aanbod
krijgen, zijn ze weg.' Is dat een generatieverschil of het verschil in toewijding
tussen man en vrouw? Nel: "Ik weet zeker dat er geen oorlog in de wereld
zou zijn als er vrouwen aan de macht waren. Daar ben ik echt van overtuigd. Vrouwen
hebben niet dat hanengedrag tegenover elkaar. Voor mij is prettig werken en een
fijne werkomgeving en collega's het belangrijkste. Bovendien vind ik 60 uur per
week werken genoeg. Mannen denken daar vaak anders over. Hoe dacht/denkt jouw
eigen man? Nel: 'Die dacht zo wel. Ik hield mijn hart ook vast toen hij met
pensioen ging. Mannen zijn workaholic. Dat is wat anders dan toegewijd zijn. Mannen
hebben dat gedrevene in zich qua presteren. Dan krijg je vragen als: hoe laat
ben je thuis? Ga je nou al weg? Waar ben je mee bezig? Waar kom je vandaan? En
als je thuiskomt de vraag: ben jij niet om kwart over vijf afgewerkt? Na enige
tijd heb ik hem kunnen overtuigen dat ook werkende vrouwen een overvolle agenda
hebben en geen werkdag van 9 tot 5 uur. Nu gaat het gelukkig heel goed. Pensioen Ben
je van plan om samen veel te gaan reizen straks? Nel: 'Nou, om te beginnen
wil ik wat actiever worden. Ik doe niks.' (een opmerking die Marij en Joyce hard
laat lachen) 'Ik houd enorm van de natuur en reizen en heb ook door Philips
veel van de wereld gezien. Ik heb me voorgenomen om één dag in de
week, weer of geen weer, de natuur in te gaan. Naar de Biesbosch bijvoorbeeld,
daar ben ik nog nooit geweest. En een hond aanschaffen. Dan moet je wel je huis
uit.' Ga je je collega's missen? Nel: 'Dat is mijn grootste zorg.' Joyce:
'Dat zal wel meevallen denk ik, wat dacht je van die hotline?' Karin: 'Je zei
straks dat je je sociale leven een beetje hebt verwaarloosd, dat moet je nu weer
gaan opbouwen. Nel: 'Ik blijf nog wel mijn dingen doen in de verschillende
besturen. Maar een stuk van mijn sociale leven heeft zich bij PSV afgespeeld.
Ik zit in het PSV-platform, een overlegorgaan tussen sponsors, Business Club en
Businessroomhouders en bouw dat rustig af. Ach, ik zie 't wel straks.' Marij:
'Je kunt nog altijd op de kinderen van Joyce gaan passen.' Nel: 'Harry Hendriks
zei ook nog: 'Als het eind januari niet gaat, kun je altijd nog even bellen
'
Ik zeg, dat denk ik niet, maar je hebt wel kans dat Wim tegen die tijd belt om
te smeken of jullie nog een klusje voor me hebben
' | 
dialoog:
Vrouwen Karin: 'Vrouwen laten veel meer van zichzelf zien.' Marij: 'Wij
zijn nu, zoals we altijd zijn.' Nel: 'Bij ons op kantoor is het ook altijd
gezellig. Veel mensen komen vaak bij ons op de afdeling zomaar even een kop koffie
drinken. Komen ze de kaarten zelf wel ophalen. Dat komt waarschijnlijk toch omdat
wij toch met zes vrouwen op kantoor zitten. Mensen komen bij ons soms even 'afschakelen'.
Joyce: 'Ja, daar gaan we straks gewoon mee door. Net als grapjes maken over
de zweep van Nel.' Nel lachend: 'Als me iets niet zint, roep ik soms wel eens
heel hard: Joyce! Marij: 'Dan roept ze helemaal geen Joyce.' Nel: 'Nee dan
roep ik: 'Van Nielen!' Want Joyce doet nooit iets verkeerd, Van Nielen doet iets
verkeerd. Ik kan heel boos worden, dan ben ik heel direct. En dan heb ik 't gezegd
en is het klaar.' Marij: 'Wij gaan ook niet in de verdediging, laten haar gewoon
razen.' Nel: 'Het blijft ook niet hangen. Ik roep gewoon nog een keer 'muts'en
ga weer naar mijn hok.' Dialoog:
Koken Nel houdt van koken. Haar favoriete eten is stamppot, maar ze kookt
ook graag liflafjes. Marij: 'Ja, dan nodigt ze ons wel eens uit voor minstens
acht gangen.' Nel: 'Dat vind ik leuk om te doen. Ik zit al jaren op kookles.'
Kookt je man ook? Nel: 'Hij maakt heel lekkere ontbijtjes met versgeperste
jus.' Maar jij bent er vaak niet, wat eet hij dan? Nel: 'Dat weet ik niet.' Zet
je niks klaar voor hem? Nel: 'Ja, dat is ook zoiets. Als een man een vergadering
heeft of een etentje, vraagt hij echt niet: 'En vrouwtje, wat ga je eten?' Als
Wim dat vraagt dan zeg ik: jij eet precies hetzelfde als ik at toen jij weg was.'
Als ik dan thuiskom en hij vraagt: 'lekker gegeten?' Dan zeg ik: héérlijk!
En jij? Marij: 'Ik heb altijd relaties gehad die voor mij kookten. De omgedraaide
wereld. Nu nog steeds touwens.' Karin: 'Ik kook eigenlijk nooit voor mezelf.
Als mijn kinderen er niet zijn, neem ik maar een boterham of zo.' (waarop Nel
het niet kan laten om lachend uit te roepen: 'Dus toch blond.') | 

wil
je krassen in mijn
gastenboek?
Webdesign, vraag
meer informatie

|
Roomnumber? Omdat
Nel geen kinderen kreeg, groeide ze door als secretaresse naar de afdeling bedrijfsopleidingen,
waar ze uiteindelijk 21 jaar zou blijven zitten. Daar maakte ze een behoorlijke
groei door. Terugkijkend, ze was toen dertig: 'Ik had wel een eigen uitzendbureau
kunnen beginnen. Alle cursussen moesten in verschillende talen worden vertaald
en uitgetypt. Ik had geregeld dat collega's die kinderen kregen, thuis met een
typemachine van Philips aan het werk konden. Eigenlijk heb ik mijn groei vooral
doorgemaakt door zelf allerlei dingen te bedenken, te doen en te ervaren. Soms
ook door in het diepe gegooid te worden. Ik vergeet nooit meer dat ik op mijn
26e totaal onverwacht naar Engeland werd gestuurd. De collega die eigenlijk zou
gaan was ziek en er moest daar een cursus gegeven worden. Ik had nog nooit gevlogen
en zat daar ik als enige vrouw tussen een club mannen. De voorzitter van die club
zei: 'Gentleman, this lady is now going to explain what we are going to do today.'
Ik dacht oh god, en zei: hello, my name is
Maar voor ik verder een woord
kon zeggen, riep er iemand: 'What's your roomnumber? Maar goed, ik heb t allemaal
overleefd.' Toen haar baas met pensioen ging stapte Nel over naar Philips Nederland.
"Destijds besloot ik dat degene die nog ooit voor mij zou werken dit soort
dingen niet zou overkomen. Dat is geen goede leerschool. Je moet iemand meenemen,
duidelijk maken waar ze op moeten letten en wat ze moeten doen' Het
lintje van Nel Nel Saes kreeg haar lintje niet vanwege 40 jaar trouwe dienst
bij Philips. Wel voor het vele vrijwilligerswerk dat ze daarnaast nog deed en
doet en waarvoor haar baan als sponsorcoördinator haar mede de mogelijkheid
bood, net zoals haar bestuursfunctie voor de St. Topzwemmen Zuid Nederland. Dit
jaar nog werd Nel uitgeroepen tot ' 't Goei Vrouwke' van 2004, een onderscheiding
voor mensen die zich verdienstelijk hebben gemaakt voor het carnavalsfeest in
de stad. Nel stak bovendien energie in de Marathon Eindhoven en heeft een bestuursfunctie
bij theatergroep Echt Eindhoven. Ook is zij betrokken bij sponsorwerving voor
een kindertehuis in Polen. Nel: Ik ben blij dat ik dat lintje vorig jaar kreeg,
en niet nu. Anders kwam het zo over als: 'ze gaat weg, dus krijgt ze een lintje.
Op 28 april 2003 werd ik opgebeld of ik aan een praatgroep mee wilde doen. Wanneer?
Morgenvroeg om half 9? Ik zeg, nou sorry hoor, dan kan ik niet. Die dag werd de
moeder van Joyce om 10.00 uur begraven en daar wilde ik per se bij zijn. En zij
bleven maar aandringen: het begon om half negen en ik zou gewoon om half tien
weer weg kunnen.' Typisch Nel Saes om de volgende dag toch om acht uur, in haar
'nette' pak vanwege de begrafenis, volgens afspraak Frank Stroeken op te halen.
Die stuurde haar met allerlei smoezen links en rechts de stad door. Het was druk
bij het stadhuis, maar bij Nel ging geen lampje branden. Bovendien wist ze niet
beter of de lintjesregen was op koninginnedag. In de hal liep ze haar man tegen
het lijf. Nel: 'Ik denk wat is hier aan de hand? Toen viel het kwartje, dan
overkomt het je. Ik was wel verbaasd. Waarom ik? Ik heb toch niets bijzonders
gedaan?' Joyce: 'Wat haar dan siert en bovendien Nel ten voeten uit is, is
dat ze daarna alsnog bij mij langskwam.' Nel: 'Ja, dat moest. Dat is het rare
aan het leven. Verdriet en vreugde liggen zo dicht naast elkaar.' |