|
Metro
04-062003
Wat er ook gebeurt, ik ga niet roken Als een bezetene beuk ik tegen de boksbal. De tranen stromen over mijn wangen en zien doe ik de bal met zijn veer al lang niet meer. Verdriet, frustratie en boosheid sturen mijn armen met het perfecte ritme van een metronoom aan. Op de achtergrond scheurt Intwine op volume 10 zijn Happy uit de boxen van mijn computer. Happy? Kop dicht. Maar wat er ook gebeurt: ik ga niet roken. Wat
een gevecht. Harder! Nog harder moet ik slaan, want het val-maar-dood-gevoel
wint het bijna van de keuze voor mezelf. Teleurstelling, boosheid en verdriet.
Het kotst als een grote golf uit mijn lijf omhoog. Is dit wat ik al die
jaren heb weggerookt? Twee dagen eerder gieren, na een telefonische scheldkanonnade door mijn ex, de opgekropte emoties tot voorbij mijn neusgaten. Maar mijn werk moet af, dus geen tijd om er lang over na te denken. Die avond rook ik mijn tweede pakje sigaretten (op twee na) van die dag. Jakkes, bah, wat smerig. Benauwd. Klaar wakker en doodsbenauwd lig ik die nacht in mijn bed te malen. Ik krijg het steeds benauwder en hoest als een teringlijder om een beetje lucht te krijgen. Ik kan nu niet janken want anders zit ik morgenvroeg om half tien met dikke ogen bij mijn afspraak. Opeens realiseer ik me dat dit mijn voorland is als ik mezelf blijf wegroken. Ik pomp mijn lichaam vol met nicotine en teer en maak mezelf wijs dat het lekker is. Ik lijk wel gek. Idioot! Ik masseer een paar acupressuurpunten en val uiteindelijk om half vijf in slaap. Zo benauwd heb je het ook als je over tien of twintig jaar sterft aan longkanker. Die gedachte blijft maar door mijn hoofd malen. Ik rijd naar mijn afspraak en steek mijn eerste sigaret op. Is dit nou lekker? Ik rijd van mijn afspraak terug naar huis en steek mijn tweede sigaret op. Nee, dit is niet lekker. Dit was mijn laatste sigaret. Ik doe het raam wijd open en haal diep adem. Mijn longen vullen zich met lucht. Ik kan ook diep ademen zonder dat ik rook. Ik moet water drinken, veel water drinken. Alle ellende wegspoelen. Het zweet breekt me uit. Ik ben nog geen vijf uur verder en het gutst over mijn rug heen. Wat een onzin, 's nachts rook ik wel meer uren niet. Wat een klotedag vandaag. Niks zit mee. Ik bid stilletjes dat iedereen me met rust laat want ik voel de agressie als een kolkende lava door mijn lijf gutsen. Diep ademhalen, water drinken, veel water drinken. Ik ga naar bed. Ik heb 14 uur niet gerookt. De
volgende dag hetzelfde recept. Water drinken en diep ademhalen. Dat gaat
goed. Tot een uur of vijf 's middags rookloos stukkies tikken achter mijn
computer. Heerlijk, niks aan de hand. Totdat. Iedereen ineens aan mijn
hoofd loopt te zeuren, mijn computer vastloopt en ik mijn stukkie kwijt
ben, de telefoon blijft gaan en er een halve kop koffie over mijn toetsenbord
druipt waardoor de oorlog in mij opnieuw losbarst. Het de schuld van alles
en iedereen als ik weer ga roken. Nee, slachtoffergedrag. Ik ben verantwoordelijk
voor mijn eigen leven. Wie straf ik nou het hardst als ik nu een peuk
opsteek? Maar weer naar die boksbal. Ik lijk wel een junk. Slaan. Links,
rechts, harder! Ik schreeuw als een indiaan op oorlogspad. Water, diep
ademhalen. |