Fred Rutten en René Eijkelkamp: Communicators pûr sang...

© Tekst: Ria Kerstens / foto's: Margot Jans

Het eerste gesprek met de assistent-trainers van PSV, René Eijkelkamp en Fred Rutten, is in de volle, luidruchtige 'publiekskantine' De Herdgang. Het duurt minder dan een kwartier, want de heren worden weggeroepen voor een bespreking met Guus Hiddink. Zelfs de fotografe is nog niet gearriveerd, en een paar goede foto's zijn toch wel een must voor een coverartikel. In eerste instantie trekken ze hun wenkbrauwen op als duidelijk wordt dat het niet het standaard interview over voetbal gaat worden… Maar Rutten en Eijkelkamp zijn de flauwste niet. We mogen een paar dagen later terugkomen en belanden dan alsnog ruim anderhalf uur samen met ze op het terras van het sportpark. Daar worden ze - door vasthoudendheid, inzet van vrouwelijke charmes, maar ook tot openheid gemaand door verzorger/masseur Mart van den Heuvel -, alsnog open, en vooral humoristisch.

Fred, hoe zou je René omschrijven?
'Als iemand die goed in het leven staat. Die van het leven geniet en plezier en serieus-zijn, goed kan scheiden'
En René, hoe omschrijf jij Fred?
(Fred zet onmiddellijk twee lege koffiekopjes op zijn oren)
René: 'Die kun je gerust weglaten hoor! Ik ken Fred nu een jaartje of vijf en zijn belangrijkste eigenschap is eerlijkheid. Natuurlijk is er wel eens wat, maar hij is eerlijk, recht door zee en zegt precies waar het op staat. En hij is slim.'
Jullie komen allebei uit het noorden.
René: 'Oosten! Dat is een gebrek in je opvoeding hoor… Je moet er toch eens vaker heen gaan…'
Oh Sorry, je hebt gelijk… Hebben jullie dezelfde nuchterheid als Guus? Blijf je nuchter na de successen van de afgelopen tijd?
René: 'Dat ben je van nature. Er zijn ook Brabanders die vrij nuchter zijn. Het gaat er om dat je goed kunt relativeren. Het is gewoon hartstikke leuk om mee te maken.'
Rene: 'Als trainer ervaar je dat anders dan als speler. Zo'n jaar als dit beleef je toch intenser en als trainer toch iets meer vanaf de zijlijn. Maar het verandert mij niet en ik denk Fred ook niet. Dat zou ook zo zijn als wij een heel slecht seizoen zouden draaien.'
Zou je daar wel van wakker liggen?
René: 'Ja, dat zou best eens kunnen. Het is nog niet gebeurd. We zijn wel nuchter, en ik weet dat het idee van mij bestaat dat ik alles maar wegwimpel, maar dat is niet zo. Ik zit na een slechte wedstrijd ook twee uur in de auto. Dan denk je daar echt wel over na en probeer je er een andere invulling aan te geven.'
Als speler ervaar je dat anders dan als trainer, zeg je. Houd je in je achterhoofd dat je zelf speler geweest bent?
Fred: 'Jawel. Je kunt dingen vooruitzien omdat je die ervaring zelf hebt. Soms kun je daarmee scoren. Weet je als je zó doet, je díe reactie kunt verwachten. Ik praat altijd over scenario's. Goede en slechte scenario's. Ik denk wel vaak in stappen vooruit. Je bent nu bezig met wat er misschien overmorgen of daarna kan gaan gebeuren. Je kunt dan bepaalde processen in de kleedkamer of daarbuiten beïnvloeden. Als je daar niet mee bezig bent, kun je wel eens verrast worden. Dat is een permanent proces. Ik praat misschien wel wat filosofisch, maar zo zit het vak eigenlijk in elkaar.'
René: 'Voetbal is het mooiste dat er is. Degene die er het dichtste bij staan, zijn de trainers.'

Wat is jullie succesformule?
Rene: 'Weet ik niet… Succes hangt af van zoveel factoren.'
Hoe belangrijk is de bijdrage van de assistent-trainers aan het succes?
Fred: 'Wij zijn een radertje, een onderdeel van een geheel. De grote motor kan mede door dat radertje draaien.'
Rene: 'Er hoeft niet vaak olie bij.'
Fred: 'Ik denk dat we met zijn drieën een goeie aanvulling op elkaar zijn. We hebben echt niet altijd dezelfde mening. En ik heb heel veel trainers meegemaakt, maar nooit iemand die op deze manier, zoals Guus, alles onder controle heeft.'
Jullie trainen de ploeg met zijn drieën, maar Guus staat eigenlijk altijd in de schijnwerpers…
Rene: 'Dat hoort ook zo, ik vind dat heerlijk. Buiten het feit dat wij niet op de voorgrond hoeven, is hij ook degene die de eindverantwoordelijkheid heeft. Als het slecht gaat, kijken ze hem er ook op aan, maar wij zullen hem ook daarin steunen. Ik vind het prima, dat de spelers en Guus in de schijnwerpers staan. Zij hebben 't gedaan. Daar kan ik heerlijk vanaf een afstand naar gaan zitten kijken en genieten.'
Hoe staat het met jullie ambities?
René: 'Ik heb een hoop ambities, ook in de privé-sfeer. Mijn ambitie is om, datgene wat ik doe, goed te doen. Dus in dit geval assistent-trainer te zijn. Als het goed gaat, kom je vanzelf verder. Ik heb niet de ambitie om volgend jaar hoofdtrainer te worden. Het zou prachtig zijn als dat een keer mag gebeuren, maar daar ben ik nu niet mee bezig.'
(Paul van Kemenade komt ondertussen koffie brengen op het terras)
Fred: 'Mijn ambitie is om een keer de keuken over te nemen van de familie Van Kemenade…'
René: 'Ja, en hem dan eindelijk eens aan het werken te krijgen, dát is onze ambitie…'
Fred: (schaterlachend) 'Ik heb niet die illusie, wel de ambitie!'
René: 'Ja, lekker makkelijk werk.'
Fred, Paul van Kemenade lachend naroepend: 'En géén stress!!'
Fred: 'Even serieus… Ik ben niet iemand die alles uitstippelt, maar ambitieus ben ik wel. In de toekomst wil ik toch wel weer ergens hoofdtrainer zijn. Als je dat ooit geweest bent, kriebelt het wel eens van binnen. Als hoofdtrainer kun je de lijn helemaal uitzetten, weet je wat er allemaal op je afkomt. Ken je de krachten en machten…'
Wat zijn die krachten en machten?
Fred: 'Die komen vaak van buitenaf. Als je met een team werkt, vorm je een cirkel. Daar proberen altijd mensen binnen te dringen.'
Wat willen die dan bereiken?
Fred: 'Meedoen of onrust zaaien. Ik vind het wel mooi om daar de hand in te houden.'
Hoe zit het eigenlijk met de onderlinge taakverdeling binnen het drietal?
Fred: 'Wij vullen elkaar eigenlijk in alles aan. Er is geen hokjescultuur, maar een democratisch geheel…'
René: 'Ja, hier wel, thuis niet hoor…'.
Ja, over thuis wil ik het eigenlijk ook nog wel hebben. Ik vroeg aan verschillende mensen iets over jullie te vertellen, maar kreeg niet veel te horen… Hoe komt dat?
Fred: 'Dan vullen wij onze rol heel goed in, denk ik. Bij het assistentschap behoor je niet zo op de voorgrond te treden…'
Dat zal wel, maar ik wil toch iets van jullie weten…
René: 'Ik ben getrouwd, heb twee kinderen. Een dochter van vijftien en een zoon van dertien.'


(PSV-verzorger Mart van den Heuvel komt richting terras gelopen en begint van een afstand al te roepen)
Mart: 'Ik heb klachten over jullie gehad dat jullie zo zwijgzaam zijn! Vertel toch eens iets over jezelf tegen da vrouwke!'
Fred: 'Oh, jij ziet natuurlijk al vanaf van een afstand al dat wij een schild om ons heen hebben!'
Mart: 'Jazeker. Enne…Híj heeft een hele grote boerderij en híj twee!'
René: 'Hee Mart, als je teveel vertelt, kom je in al die gekke bladen terecht!.'
(Mart loopt breed lachend weer door)
René: 'Ja bedankt en ajuus hé mart!'

Fred: 'Ik heb een heel lieve vrouw en twee lieve dochters van tien en zestien. Soms voel ik me wel eens in de minderheid… Tja, mijn vrouw doet de opvoeding, ik ben heel weinig thuis. Maar áls ik thuis ben, ben ik er voor mijn gezin. Wij zijn heel veel onderweg. Gemiddeld slapen we twee á drie keer in de week hier, afhankelijk van het programma. Of we zijn op trainingskamp en slapen in één week maar twee nachten thuis. Dan mis je een stuk van het opgroeien van je kinderen. Maar als we vakantie hebben, halen we die schade in.'
René: 'Ze worden zelfstandiger, hebben je minder nodig. Ik ben wel eens thuis en zij allebei pleite. Maar dan denk ik: ze hoeven voor mij eigenlijk ook niet thuis te blijven, ze hebben ook hun eigen leven.'
(Fred's mobiele telefoon gaat)


Jullie zeiden in het begin van het gesprek dat jullie geen humor hebben, maar volgens mij valt dat nogal mee... Vind je dat Fred humor heeft?
René: 'Ja, hij is wel een droge.'
Fred is nou toch even weg, nu kun jij gerust iets over hem vertellen. Zijn jullie behalve collega's ook vrienden?
René: 'Nee, eigenlijk niet. Wij zijn nog nooit bij elkaar thuis geweest. Het is niet puur werk hoor, maar ik heb maar een paar echte vrienden. Daarmee voetbalde ik al toen ik een meter hoog was. Als Fred en ik bij elkaar zij, is het altijd goed. Ik vind het contact wel prettig, maar ik weet eigenlijk of dat wederzijds is...'
'Hee Fred, ze vraagt of wij ook vrienden zijn. Ik heb nee gezegd. Das toch niet… ehh…
Fred lachend: 'Nee daar word ik niet boos om. Het klopt.'

Is Fred gedisciplineerder dan jij?
René: 'Ja, Fred regelt alles, is een echte planner. Ik heb een agenda, daar kun je van die hoekjes afscheuren als de dag voorbij is. Dat loopt bij mij altijd weken achter.'
Is hij meer de theoreticus en jij de practicus?
René: 'Nee, hij is ook een practicus. Hij is beide. Hij heeft veel meer ervaring, en is van nature ook netter dan ik. Daar moet ik wel iets aan doen, want ik heb er zelf last van. Ga maar niet in mijn auto kijken want je schrikt je dood. Één grote vuilnisbelt. Als ik 'm schoongemaakt heb, blijft het de eerste week wel redelijk. Maar binnen de kortste keren is het weer hetzelfde.'
Toen jij aan de telefoon zat, vertelde René dat hij zo'n sterke vrouw had. Die van jou ook?
Fred: 'Ja, dat moet wel. Ze staat er al voor het vierde jaar alleen voor. Vier belangrijke jaren voor mijn kinderen. Ik vind het heel knap dat ze zo'n goede invulling kan geven aan de opvoeding, daar heb ik respect voor.'
Hoe houd je je relatie overeind als je zo weinig thuis bent?
Rene: 'Misschien blijft het wel leuk ómdat je zo weinig thuis bent… Ik ben een jaar lang thuis geweest. Dat is het ook niet. Het is het prettigste als je gewoon 's avonds naar huis gaat na je werk. Voor mij dan. Nu ben ik te weinig thuis, maar van een jaar thuiszitten word je ook niet vrolijk.'

Worden jullie veel herkend op straat en in gelegenheden?
Fred: 'Ja, en mijn gezin vindt dat niet leuk.'
René: 'Wij zijn eraan gewend, maar ook mijn kinderen vinden het niet prettig als we ergens zitten te eten en er komt steeds iemand aan de tafel staan. Daarom doen we dat meestal in Dalfsen, daar hebben we er weinig last van. En weet je wat het ergste is: ze bieden jou wat te drinken aan en je vrouw krijgt niks. Dan kap ik het gelijk af. Zeg ik: 'Jij hoeft niks hé Loes?' Of, 'Ik hoef niks, maar mijn vrouw misschien?' Waardeloos…'

Houd je rekening met die extra belangstelling? Gedragen jullie je daar anders door buiten de deur?
René: 'Ach, ze hebben over ons weinig te lullen denk ik. Waar zitten wij nou? Wij drinken ooit eens een pot bier in de kroeg en dat houdt 't op.'
Dus er zijn weinig roddels over jullie te melden?
Fred: 'Nee, tot voor dit interview niet…'
Rene: 'Dat zal nu wel losbarsten…'


Oh ja, ik vroeg straks aan René wat hij van je humor vond. Hij noemde die droog.
Fred: 'Tja, hoe moet je die van hem noemen? Daar is geen woord voor te vinden denk ik. Wij lachen constant. Hij is altijd heel komisch.'
Toen jij aan de telefoon zat noemde hij zichzelf een chaoot en slordig…Klopt dat?
Fred: 'Ja, een beetje wel ja.'
René: 'Maar ik zei er bij dat ik dat moet verbeteren!'
Heb jij nog verbeterpunten voor jezelf Fred?
Fred: 'Wie ik? Tja… ehh. Het is al heel wat hé, als je moet nadenken over wat je zou willen verbeteren aan jezelf. Ik ben wel meer open gaan staan voor andere mensen. Als ik iemand tegenkom, kijk ik meestal eerst de kat uit de boom. Ik ben niet iemand die zich dan meteen openstelt. Maar als het eenmaal een beetje klikt, ben ik wel heel open. Heel vaak heb ik ook meteen mijn oordeel klaar als ik iemand voor het eerst zie.'
René: 'Toen ik jou zag zitten dacht ik meteen: daar komen we zo snel niet vanaf. Je zou toch maar twee vragen stellen?'
Fred, om maar even onverstoorbaar verder te gaan: Is dat een vooroordeel of mensenkennis?
Fred: 'Dat vraag ik mezelf ook wel eens af. Ik weet niet of ik daarin moet verbeteren, maar voor andere mensen is het misschien een minder prettige kant.'
Ben je wel in staat die mening bij te stellen als je ongelijk blijkt te hebben?
Fred: 'Ik heb er moeite mee, maar ik kan het wel… Soms moet je je kwetsbaar op durven stellen. Dat is ook een kwaliteit.'
Heb jij die kwaliteit ook René? (René zat ondertussen te beppen met de fotografe over zijn meest fotogenieke kant)
René: 'Oh sorry, ik was even afgeleid…'
Heb je de vraag wel gehoord?
René: 'Ja ja, over kwetsbaarheid. Ja, dat doe ik meestal wel.'
Fred: 'Je stoot een keer je kop, dat gebeurt in het leven, maar ook in de voetballerij. Dan gaat het er om hoe je omgaat met die ervaring.'
(René roept ineens keihard 'Hee zwembroek al aan?', tegen iemand die aangelopen komt. Fred gaat onverstoorbaar door met zijn betoog)
'Die ervaring bepaalt jou weg. Ik hoop dat ik nooit een zuur mens zal worden. Ik kan er toch al niet zo goed tegen als iemand zegt: wij deden het vroeger zus of zo. Of: nee, vroeger…toen… Als mensen zo praten, zegt meer over de tekortkomingen van de boodschap die ze geven dan over de realiteit. Dat noem ik geen communicatie.'
Zijn jullie goed in communiceren?
René: 'Daar hebben we je nou toch al wel van overtuigd zeker?'

Tijdens het maken van de coverfoto blijven de droge grappen van beide assistent-trainers over en weer gaan. Ze laten zich met gemak door de fotografe alle kanten uit dirigeren terwijl ondertussen een gesprek gevoerd wordt over gestoorde hormonen bij vrouwen (en hoe zeer mannen daar last van kunnen hebben). Als we na het afscheidnemen, richting poort lopen worden we nageroepen: 'Hee bedankt hé… Wij brengen die vuile kopjes wel naar binnen hoor..!'
Bulderend van het lachen verdwijnt het trainersduo naar binnen…





wil je krassen in mijn gastenboek?

Webdesign, vraag meer informatie