|
God doe mij een wonder! Door
Ria Kerstens Ineens begint de signalering boven de weg op te lichten. Boven de linkerrijbaan verschijnt een rood kruis en het getal 70. Ik en die paar medeweggebruikers laten braaf het gas los en vervoegen ons zoals het hoort, naar de rechterrijbaan. Ik verwacht ieder moment een ongeval of op z'n minst een hele kluit van die noeste arbeiders langs de weg. Maar die linkerrijbaan blijft leeg en de signalering blijft - kilometer na kilometer - stoïcijns doormekkeren. Na een kilometer of twee/drie begint het gevoel te komen dat je voor lul zo langzaam rijdt. Dat een of andere doorgedraaide, zwaar gefrustreerde medewerker van Rijkswaterstaat automobilistje aan het pesten is en nu met een dikke pik achter de schermen volgt hoe braaf wij naar zijn pijpen dansen. Of misschien een medewerker die na twaalf bier illegaal met zijn kroegvriendinnetje op het werk is binnengeslopen en haar nu boven op het knoppenpaneel alle sterren van de hemel laat zien? Whatever, maar alles wat ik zie zijn geen wegwerkers en al helemaal geen ongeval. Na een kilometer of zeven is ineens alle signalering uit. Is het erg dat ik me daar aan erger? Net als aan die klojo in die Renault Mégane gistermiddag. Op rondweg van Eindhoven is het gedeelte vóór het viaduct bij de Berenkuil afgesloten. Al van verre zie ik een zwaailicht van een politieauto. De kudde auto's links voor mij zet het knipperlicht naar rechts uit. Ik rijd ook links en ga probeer dus ook braaf rechts in te voegen. We ritsen voorbeeldig en als ik bijna bij het stuk ben waar ik de ventweg op gedirigeerd word, gast die gast met die Mégane ineens links voorbij om mij al afsnijdend nog even voor te wezen. Ik schrik me suf, trap op de rem en bonk tegelijkertijd op de claxon. Reflex. De klojo geeft mij het welbekende middelvingertje. Van 0 tot 100 in één seconde schiet het vuur mijn oren uit. Dat kan ik soms zo hebben. Niet dat hij het hoort, maar ik schreeuw mijn boosheid in ondubbelzinnige bewoordingen de ruimte in. Blijkbaar ziet hij aan mijn lichaamstaal (nee, ik hield mijn handen aan het stuur) dat ik pisnijdig ben en besluit mij te gaan etteren. Rem aantikken, en ja hoor, nog maar een keer dat vingertje. Hij houdt in, gast door en gaat nog maar een keer op zijn rem staan, vingertje in de aanslag. Ik haal diep adem, spreek mezelf toe en doe een schietgebedje naar boven. God doe mij een wonder in de vorm van een militaire tank. Helaas, mijn gebed wordt niet verhoord |
![]()
|
|
|
|
||
|
|