Wolf in schaapskleren
Door Ria Kerstens

Mensen lijken vaak op hun auto. Net zoals baasjes op hun hond. Ik maak er soms een spelletje van. Als ik op het terras zit bijvoorbeeld. Of als ik naar de parkeergarage loop achter een horde mensen aan. Negen van de tien keer is het raak. Qua 'type' auto dan. We hebben een P-, een A- en een Y-type in de collectie. Maar ook de oldtimer, het petje, de kampbak, de Truuskar, meneer voetbalschoentjes, de snelle Jelle of de opa-auto.

Die ervaring deed ik op in mijn vrienden- kennissen- en familiekring. Neem nou P. (nee, niet de mijne). Ouwe hippie. Muzikant, dwarsbalk en zuinig. Heeft behalve een gele en een rode veter in zijn schoenen, ook een knalgele fiets en een hele oude motor. Voor de langere afstanden een onooglijke, grijze, zuinige Kadett. Met gigantische koppen van Bert en Ernie om de hoofdsteunen. Geen grapje!

Of A. Van huis uit ernstig zuinig. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Fervent bezoekster van de kringloop, want wat goed is, is goed. En dus ook een stokoude Nissan Micra waar de uitlaat al tig keer onderuit stortte, maar nog best gerepareerd kon worden. Goudkleurig, dat dan weer wel.

Nee, Y! Blond, fikse alimentatie, veel bling. Valt dan ook niet op bouwvakkers. Eerst een nieuwe Range Rover, na de scheiding een meer bescheiden Freelander. Toen die aan gort was getrapt even met de ogen geknipperd en hoppa, daar stond een zilvergrijze BWM. Weliswaar slechts een 1-serie, maar toch.

Dus toen P. (wel de mijne) het, in het begin van onze relatie, over zijn vriend R. de boekhouder had, bedacht ik daar meteen een suffe, degelijke bak bij. Een Hyundai of zo. Of een VW Jetta of Ford Fietstas.

R. en ik ontmoetten elkaar voor het eerst in een strandtent. Hij zat eerder op het terras dan wij en er stonden honderden auto's op de parkeerplaats. Soms is het heerlijk om in stereotypes te denken. Dat geeft zo lekker houvast. Zeker op een snikhete zomerdag. Dus had ik me voorbereid op een saaie avond met veel rosé om de boel toch een beetje op te vrolijken.

Hij bleek wat introvert. Vriendelijk en aimabel, dat wel.
Al snel ging het over werk. 'Jij schrijft toch een column voor Planet auto? Dan moet je maar eens in mijn auto rijden'. Ik zat op het puntje van mijn stoel. ´Wat is er zo bijzonder aan jouw auto dan?', vroeg ik zeer geïnteresseerd. (not)
'Kijk zelf maar', zei hij en schoof de sleutels over de tafel.
'Subaru', zei ik. 'Ja én?' 'Zilvergrijze. Derde rij, laatste auto. Pas je een beetje op?'

Mijn rechter wenkbrauw ging in een reflex omhoog. Vergezeld van een vurige 'duhhh-blik'. Zwijgend pakte ik de sleutels en liep richting parkeerplaats. Op de derde rij stond maar één zilvergrijze Subaru. Hmm… dat lijkt me sterk. Een gloednieuwe, gechipte (zo bleek tijdens de testrit), Impreza WRX. De sleutel paste. Mens kan zich vergissen. R. bleek een wolf in schaapskleren…

terug

Column Planet Internet:
Planet Auto
Vrouw en Auto

Meer columns

Wil je krassen in mijn gastenboek?
Webdesign, vraag meer informatie