|
Twan's alternatieve sneeuwbanden Tekst: Ria Kerstens Een dag of twee voor kerst begon het te sneeuwen. Grote dikke vlokken. Het was al avond en donker en ondanks dat ik pas een jaar of zes was, mocht ik met mijn zusje nog even naar buiten om sneeuwballen te gooien met de buurkinderen. Die nacht sneeuwde het onafgebroken. Vroeg in de ochtend trok mijn vader mij en mijn zusje met de slee over de stoep naar school terwijl wij hem ballen in zijn nek bleven gooien. Mijn vader als verschrikkelijke sneeuwman, dat was feest. Het bleef sneeuwen. Sneeuwschuivers reden zo nu en dan door de straten en maakten aan de kant van de weg metershoge muren. Vergeleken met nu was het qua verkeer altijd al rustig in onze straat. Als het sneeuwde kwamen de meeste auto's niet van hun plek en veranderden ze langzaam maar zeker in nauwelijks herkenbare modellen. Veel mannen verdwenen 's ochtends op de fiets richting werk. Slappe fietsbanden en sokken om de schoenen zorgde er voor dat de meeste van hen ook zonder kleerscheuren aan kwamen. Het was de tijd van dampende chocolademelk en speculaas bij de kachel in de keuken. Laarzen voor de deur en goed de sneeuw van je jas afkloppen voordat je binnen mocht. Mijn moeder was onverbiddelijk. Dat was ze trouwens ook als het om gevaarlijke dingen ging. Daar wilde ze ons het liefst, als een tijger, een leven lang tegen beschermen. Niet dat ik daar aan dacht toen de oudere neef van mijn buurjongens kwam aangehobbeld in zijn lelijke eend. Door zijn smalle bandjes een van de weinige auto's die redelijk moeiteloos door de spiegelgladde, witte straten ploegde. Maar dat moest harder kunnen. Twan, zo heette de neef, was een liefhebber van experimenten. Samen met de buurjongens verdween hij de garage van de buurman in op zoek naar alternatieve sneeuwkettingen. Een uur later stond de eend op de krik en kregen de banden een jasje van dik sisaltouw in combinatie met stukken oude metalen hondenketting. Na
een succesvolle proefrit werd de slee van de buurjongens achter de auto
gehangen. Gillend van plezier zoefden ze door de sneeuw. Dat wilde ik
ook! Dus bij het volgende rondje hingen er twee slees aan de bumper van
de rode 2CV. Maar neef Twan was niet begiftigd met al te veel verantwoordelijkheidsgevoel.
Hij werd overmoedig en trapte het gas steeds verder in. Bij een haakse
bocht verderop in de wijk ging het mis. De slee van de buurjongens botste
tegen de mijne en een seconde later rolden we met z'n drieën over
elkaar heen in een dikke muur van sneeuw. Niks aan de hand. Halverwege onze eigen straat hoorden we ineens gegil. Maar vanachter de auto zagen wij natuurlijk niet wat er aan de hand was. Neef Twan stampte op de rem waardoor wij volle bak tegen de achterkant van de eend botsten. Head first. Even
later stond ik, mét op mijn voorhoofd een blauwe bult zo groot
als een duivenei, oog in oog met mijn moeder. Zíj was het die Twan,
met haar gegil en door de weg op te springen, plotseling zo liet remmen.
Het arme mens, ze had ons juist voor het grote 'gevaar' willen behoeden.
Twan kreeg er stevig van langs, dat wel. Maar even later zaten we allemaal
rond de tafel in de warme keuken aan een grote mok warme chocolademelk
met slagroom. Mét extra veel speculaasjes vanwege haar enorme schuldgevoel
natuurlijk. |
![]()
|
|
|
|
||
|
|