|
Door Ria Kerstens P. ziet mijn (supersnelle) Alfa als een geweldig scheurijzer. Dat is ook zo in vergelijking met de tram die hij zelf rijdt. Maar ja, als ondernemer moet hij nou eenmaal een representatieve auto rijden. Vindt hij. Enfin, sinds hij stopte met rondjes rijden op Zandvoort, gebruikt hij mijn auto om zijn frustraties kwijt te raken. Rotondes steekt hij recht over en op ieder groot kruispunt worden de ideale lijnen gereden. Bij het verkeerslicht trekt hij dikke, vette BMW's het snot voor ogen en op de snelweg rijdt hij 'treintje' met andere grote kinderen. De veronderstelling dat mijn auto door zijn rijstijl slijt met de snelheid van het licht, wuift hij luchtig van de hand. Maar het ding begint steeds meer te piepen en te kraken. Dus heb ik een rijverbod ingesteld. Hij rijdt maar lekker in zijn eigen tram en om te ontstressen moet hij zijn oude straatauto maar uit de stalling halen om te pimpen tot racemonster. Verder lijkt hardlopen een mooie therapie. Goed voor zijn frustraties én zijn buikje. Naïef als ik ben, veronderstelde ik dat mijn veto wel gerespecteerd zou worden. Niet dus. 'Doei schatje, ik neem even jouw auto mee hé.' De deur valt in het slot voordat ik antwoord kan geven. Van
mijn stoel sprinten is zinloos, een mobiele telefoon met voorkeurtoetsen
sneller. Nee, hij is binnen een kwartier terug, en ja, hij zal het rustig
aan doen. Hmmmpggr
voor deze keer dan. Bah, wat ben ik toch een
vreselijk zacht ei. Hij
produceert een onweerstaanbare glimlach en brabbelt iets over een paaltje
dat in de weg stond. Het stuk kunststof blijkt de halve bodemplaat van
mijn Alfa. 'Maar het valt wel mee hoor', zegt hij, 'ik zal de rest er
zo even onderuit halen.' P's oplossing blijkt doeltreffend en adembenemend. Hij stapt in, zet het ding in zijn achteruit en geeft een flinke peut gas. De achterkant van de Alfa komt, onder het geraas van de doorslippende voorwielen, een eind omhoog. Het geluid dat ik produceer verdwijnt in het oorverdovende gekraak waarmee het restant afbreekt. Zo, klus geklaard. Díe sleept niet meer over de grond.
|
|
|
|
|
||
|
|