|
Fok, brandt dat ABS-lampje al wéér. En wat is dat? Een knipperend rood uitroepteken terwijl de handrem er helemaal niet op staat? Pfft.. ja, ik weet het. Mijn Alfa had twee maanden geleden al in de garage moeten staan voor een grote beurt. Maar , er zijn natuurlijk wel duizend goede redenen waarom het er nog niet van gekomen is. Volgens P. dan. Hij heeft het onderhoud van het wagenpark in zijn takenpakket zitten. Dat spraken we zo af want hij heeft (nog) meer verstand van auto's dan ik en een (nog) grotere hekel aan de was doen. Lekker stereotiep. Standaardprobleem bij dit soort rolverdeling is het gemak waarmee je achteroverleunt en vertrouwt op een smetteloze uitvoering van de afspraken. Het is jóuw verantwoordelijkheid, dus ík hoef er niets aan te doen. Gevolg is dat P. zich regelmatig suf zoekt naar schone sokken en shirts en ik me blijf ergeren aan slappe banden en knipperende lampjes. Ondanks dat ik van te voren weet waar dat domme blondjesgedrag toe leidt. In
dit geval had ik P. al een paar keer aan zijn jasje getrokken. Dat knipperende
ABS-lampje was gewoon een Alfa-euvel en ja, hij zou die avond nog wel
even naar dat uitroepteken kijken. Dat deed hij voor de verandering ook,
maar toen hij het flesje remolie bij de benzinepomp wilde afrekenen, bleek
zijn geld thuis op de kast in de keuken te liggen. Vanochtend vertrok
hij voor drie dagen naar Duitsland. Natuurlijk vergat ik vanochtend langs de pomp te gaan. Daar kom ik pas achter als ik, na een dag hard werken, om half vijf in de auto spring voor een afspraak. Lampje. En knipperend uitroepteken dus. Straks dan maar, want ik ben weer eens te laat. En alsof de duivel er mee speelt: binnen een kilometer kom ik in de vroege avondspits terecht. Remmen,
koppeling in, auto slaat af. Tegelijk hoor ik een vreemd geluid. Ik start
en schiet meteen als een raket vooruit. Nee hé, geen koppeling.
Het pedaal blijft onvermurwbaar op de bodem plakken. Als de kortsluiting in mijn hersens over is, hoor ik achter mij een man met een kort lontje hard toeteren. 'Ignore', zeg ik tegen mezelf en realiseer me dat je van dat domme blondje spelen, ook bijna een blondje wordt. Ik veeg mezelf bij elkaar en druk de pook naar de tweede versnelling voordat ik opnieuw start. Dat werkt. Eventjes dan, want na een paar meter moet ik al weer remmen en slaat de motor opnieuw af. Ik moet rechtsomkeer maken óf op zijn minst ergens terechtkomen waar ik kan parkeren. Natuurlijk geen vluchtstrook en ik sta (vanzelfsprekend uiterst links) in- én naast een aaneengesloten rij met auto's. Net als ik echt moedeloos begin te worden en al een keer of zes een meter vooruit ben gehopt, zie ik een ontsnappingsmogelijkheid. Bij een keermogelijkheid voor politie-, brandweer-, en ziekenauto's is een ketting tussen twee palen kapot. Dít is mijn kans. Ik hobbel een stukje vooruit en draai in. Maar kan niet doorrijden omdat het op die andere rijbanen net zo druk is als aan mijn kant. Ik zoek naarstig naar mijn zwaailicht, maar helaas. Een vriendelijke dertiger in een VW Passat laat me er tussen, waardoor ik een stuk verder een ventweg- en daarna de parkeerplaats van een supermarkt kan opdraaien. Ik hijg uit, zeg mijn afspraak af, bel een vriendin, koop twee flessen rosé en besluit dat P. de komende week héél lang naar schone sokken moet zoeken
|
|
|
|
|
||
|
|