Ruzie!
Door Ria Kerstens



'Hé? Hebben ze hier twee van die zwartgeblakerde bergen?', vraagt mijn jongste zoon tijdens een autorit in de heuvels van Toscane. 'Huh, hoezo?' zeg ik verbaasd en kijk naar rechts. Daar 'schittert' dezelfde platgebrande heuvel als die we dik een half uur geleden al achter ons lieten.

Er verschijnt een lampje boven mijn hoofd en ik roep: 'We hebben een rondje gereden!' Met een: 'Nou ja, mooi hier hé', probeer ik mezelf nog uit de situatie te redden.
P's ogen wijzen naar de hemel en hij onderdrukt zijn ergernis met een diepe zucht. 'Ik dacht dat jij zo goed kon kaartlezen', bijt hij me snibbig toe. Nee dus. En dat beweerde ik ook helemaal niet. Ik wilde alleen maar helpen omdat kaartlezen en autorijden zo moeilijk samengaat.

Als het om kaartlezen gaat, voldoe ik absoluut aan het stereotype. Ik snap er echt geen jota van. Het kost me al een kwartier om de kaart de goede richting in te laten wijzen. Dat schijnt niets met mijn IQ te maken te hebben, maar simpelweg met het vrouw zijn. Ik kan er dus niks aan doen…

'Neem dan onderhand eens een navigatiesysteem', zeg ik nog. Maar P. wil er niet aan. Hij vindt ze totaal overbodig. Hij is een man. Na de diepe zucht zet hij de auto aan de kant van de weg en grist de kaart uit mijn hand. Binnen een kwartier zijn we op plaats van bestemming. Ik glimlach liefjes en erken mijn meerdere.

Dat schijnt volgens een onderzoek door Halfords anders te lopen tijdens 76 procent van de autoritten. Die eindigen in een fikse ruzie. In 43 procent van die gevallen is het ruzie omdat hij vindt dat zij niet kan kaartlezen. 12 procent van de ruzies wordt veroorzaakt omdat zij alsmaar commentaar heeft op zijn rijgedrag.

Soms loopt het hoog op. zes procent schreeuwt zelfs naar elkaar tijdens het ruziemaken. Drie procent is in de loop der tijd zo stoïcijns geworden dat ze de radio gewoon harderzet om het gezeur niet meer aan te hoeven horen.

Dat geschreeuw ken ik gelukkig niet. Wie naar mij schreeuwt in de auto kan gaan lopen (als ik zelf rijd) of ik stap gewoon uit als ik niet zelf de macht over het stuur heb.
Zo als die keer met ex R. We waren op weg naar een optreden van een band. Hij reed, want man en dus in zijn auto. Model paste overigens helemaal niet bij het predicaat 'man'. Hij scheurde in dat koekblik op wielen alsof hij in de sportauto reed die hij zich eigenlijk wenste.

'Kan het iets minder', vroeg ik eerst allerliefst. Hij zei ja, maar deed nee. Ik deed er het zwijgen toe en kneep mijn tenen bij elkaar. Soms is dat de beste oplossing. Totdat hij zigzaggend ging inhalen met 150 kilometer per uur. Ik zag mijn crematie al voor me.
'Iets minder gedecideerd zeg ik: 'Doe eens normaal man. Misschien wel aardig als mijn kinderen morgen ook nog een moeder hebben…. '

Op het moment dat de laatste letter uit mijn mond komt, gooit hij zijn stuur naar rechts en plant zijn 'gebakje' schrijlings - met 140 kilometer per uur - tussen twee op de rechter rijbaan rijdende auto's. Beide bestuurders krijgen een spontane hartverzakking. Dankzij de veiligheidsriem plet mijn neus, tijdens de remmanoeuvre die volgt, net niet op het dashboard. 'Zo goed?' schreeuwt hij, met een rood aangelopen hoofd. Ik onderdruk de neiging om hem knock-out te slaan. Twee minuten later sta ik liftend langs de weg.

terug

Column Planet Internet:
Planet Auto
Vrouw en Auto

Meer columns

Wil je krassen in mijn gastenboek?
Webdesign, vraag meer informatie