Roze bril

Gepubliceerd op zaterdag 13 mei 2006



Door Ria Kerstens
Het vakantiegevoel is een feit. Airco aan, ramen open. Niet zo logisch denk je misschien, maar ik vind dat lekker. De wind door mijn haar, de zon op mijn huid. De geuren, de geluiden. Mouwloos hemdje, blote voeten in teenslippers. Ik voel me als een spinnende poes in een zacht perkje met kattenkruid. Zo wil ik wel honderd worden. Als ik dan tenminste nog kan en mag autorijden.
Heerlijk al dat groen waar ik, breed glimlachend, aan voorbij zoef. De bomen langs de weg geven zo’n mooie onderbreking van het geluid. Zeker als je een beetje doorrijd en het rustig is op de weg. Ik zet mijn favoriete cd op en krijs uit volle borst mee. Dit is een beetje geluk.

Ik zit blijkbaar zo te smilen als ik voor het verkeerslicht sta, dat de man die oversteekt me aankijkt en breed teruglacht. Een stukje verderop stop ik voor een mevrouw met een kinderwagen. Niet dat ze voorrang heeft, maar ach, met het vakantiegevoel tot diep in je poriën, heb je nou eenmaal geen haast. Ze gunt me haar mooiste glimlach als ik haar gebaar voor te gaan. Ach ja, kom jij ook maar, gebaar ik naar de oude man die komt aanlopen. Ik krijg een knipoog.

Terwijl ik sta te wachten tot hij met zijn wandelstok voorbij is, kijk ik naar het oude kerkje waar de zon prachtig in het oude glas en loodraam schijnt. Het zand stoft een beetje van het brommertje dat voorbij gezoeft komt. Dat lijkt niemand te deren. Niemand heeft haast, niemand lijkt chagrijnig.

Terwijl ik normaal gesproken toch een behoorlijk pittige rijstijl placht te hebben, lijkt de zon nu mijn rechtervoet in bedwang te houden. Naast mij stopt een prachtige, Amerikaanse hoerensloep. Cabrio in pistache groen. Twee kerels van een jaar of dertig – allebei in wit flodderig overhemd en snelle zonnebril – lijken zo uit een film weggereden te zijn. Achterover geleund in het leer, kijken ze me onderzoekend aan. Ik doe geen enkele moeite om net te doen alsof ik ze niet zie, maar steek mijn duim op en glimlach mijn tanden bloot. De een roept: ‘Nou, jij mag anders ook niet klagen’. De ander: ‘ Hij heeft het niet over je auto hoor’. Mijn dag is goed. In gedachten hoor ik de gevleugelde opmerking van een vriendin: ‘Een dag zonder sjans, is een dag niet geleefd.’ Ze heeft gelijk.

Als ik even later het dorpsplein opgereden kom waar ik een paar stokbroden wil halen bij de bakker op de hoek, zie ik blote benen, kleurige hemdjes, zonnebrillen en lekkere koele drankjes op de terrassen. Daar zet ik mijn auto graag voor aan de kant, dat brood kan wel even wachten. Eerst maar eens een parkeerplaatsje zoeken. Nog geen drie seconden later gebaart een mooie, donkere man me hem te volgen. Hij lijkt op weg naar zijn auto. Die blijkt op het mooiste en vooral koelste plekje van de hele parkeerplaats te staan. ‘Ga je het terras op?’, informeert hij met glimmende kraalogen. Dit lekkere ding is op zich al reden genoeg voor een open raam. ‘Natuurlijk’, zeg ik. ‘Wat is er op zo’n mooie dag nou lekkerder dan mensen kijken op een zonnig terras.’ Zijn mondhoeken krullen omhoog. ‘Jammer dat ik weg moet’, zegt hij, ‘ik had je er graag bij geholpen. Ik slaak een diepe zucht. Zelfs in dit saaie dorp is vandaag het leven mooi…




terug

Column Planet Internet:
Planet Auto
Vrouw en Auto

Meer columns

Wil je krassen in mijn gastenboek?
Webdesign, vraag meer informatie