Natte Knieën

Door Ria Kerstens

Nog snel even de kippen voeren en dan weg. Dacht ik donderdag. Halverwege het kippenhok waai ik al uit mijn hemd. Maar goed, ik trotseer wind en slagregen want mijn vee moet per slot van rekening ook eten als het stormt. Eerlijk gezegd ben ik verbaasd dat die beestjes niet als veertjes door de tuin heen dwarrelen.


Ik sta nog even naar ze te kijken als ik rechts naast me – dwars door het geraas van de wind heen – een heftig gekraak hoor. Ik schrik me suf en ren als een haas de andere kant op. De kippen ook trouwens. Op veilige afstand en met kloppend hart kijk ik even later naar de ruim dertig jaar oude dennenboom aan de overkant van het kippenhok. De hele top is er uitgebroken en naast de stam neer gedonderd. Het uiteinde van de grootste tak ligt op minder dan een halve meter van waar ik en mijn kippen een paar seconden geleden stonden.

Ik raad de kippen aan ergens dichterbij het huis onder een struik te gaan zitten en zorg zelf dat ik als de sodedinges binnenkom. Maar eigenlijk moet ik weer naar buiten. De auto in. Of toch maar niet? Eerst maar eens even een kop koffie en een sigaretje voor de schrik. Nee, ik had dit jaar geen goede voornemens.

Mijn moeder belt. Of we binnen zijn en binnen blijven. Ja, mam. Ik stel haar gerust. Maar ze kent me en gelooft me niet. Dat ik eerst maar de nieuwsberichten moet luisteren voordat ik besluit de weg op te gaan. Dat van die dennentak hoeft ze niet te weten. Wat niet weet dat niet deert. Zeker in haar geval.

Dacht ik een uur geleden dat het allemaal nogal meeviel, langzaam maar zeker raak ik er van overtuigd dat het weeralarm van de KNMI vandaag iets serieuzer te nemen is dan vorige week.

Ik lees in een mail dat G ´s dochter in het gebouw op het universiteitsterrein in Utrecht zat waar de wind een kraan op kletterde. Ze is veilig. Alweer een opgeluchte ouder. Ergens anders maken er zich een paar terecht zorgen. Ik besluit mijn afspraak af te bellen.

Rond drie uur stap ik in de auto om mijn jongste zoon J.J. van school te halen. Hij is wel wat zwaarder dan een kip, maar steekt ook stukken verder boven de struiken uit. Als een echte moeder sta ik even later tot op het bot nat te worden bij het hek van de school. Samen sprinten we naar de auto.

Ik rijd de straat – met links en rechts oude dikke bomen - uit en hoor een raar geluid. En nee, het is niet de wind. Rechtsonder krast en kraakt iets verschrikkelijk onder de auto. Fokadok, nee hé. Ik rijd langzaam een stukje verder. Iets met de wielophanging. Nee, de remschijf. Of rijd ik al op de velg door een lekke band? Nog maar een stukje verder rijden. Maar het geluid verontrust me toch wel heel erg. Straks rijd ik de boel nog kapotter dan dat het al is.

Op zo’n moment krijg ik kortsluiting in mijn hersenen. Ik zie de auto al opgetakeld worden en ons al lopend terug naar huis ploeteren door de storm. J.J. kijkt me aan met zijn welbekende ‘ik-weet-het-wel’ blik en doet zijn mond open op iets te zeggen.

´Stil eens, anders hoor ik helemaal niks’, snauw ik hem toe.
‘ Ja maar mam…’.
‘ Sttt! Stil nou eens!’

Ik rijd nog een stukje verder maar het geluid wordt alleen maar erger. Wat zal ik doen? P. bellen? Of de garage?
´Jij blijft zitten´, gebied ik mijn zoon.

Ik raap mezelf bij elkaar, spring de auto uit en duik er voor onder. Fijn zo’n verlaagde auto mét spoiler. Dan maar met knieën, haren én sjaal in het water. Tussen de achterkant van de spoiler en het rechterwiel zit een dikke tak klemvast.

Pfttt... wat een opluchting. Na een keer of tien hard trekken breken de kleine takjes er af en komt er beweging in. Als ik even later als een verzopen kat weer instap, krijg ik een blik die boekdelen spreekt.
‘Zeker die tak die net voor je auto lag toen ik instapte?’

terug

 

 

 

 

 

Column Planet Internet:
Planet Auto
Vrouw en Auto

Meer columns

Wil je krassen in mijn gastenboek?
Webdesign, vraag meer informatie