Lekker ding

Door Ria Kerstens

Het elektrische raam van mijn auto hapert. Daar moet ik naar laten kijken door iemand die er verstand van heeft, maar het komt er steeds niet van. Zo'n beetje alle Alfa's die ik ooit reed hadden daar, vroeg of laat, last van.

Je leert er mee leven, dat wel. Ik moet gewoon vóór ik op het knopje druk de achterste bovenkant even omhoogtrekken, dan gaat hij weer als een speer. Soms is dat een beetje onhandig, als ik rijd bijvoorbeeld en het begint te stortregenen. Of als ik met één hand al iets anders aan het doen ben en ik er geen over heb om ook mijn stuur nog vast te kunnen houden.

Afgelopen week bijvoorbeeld. Ik sta in een file want ergens is er op de snelweg weer een vrachtwagen omgekiept. Al het verkeer probeert zich dan door dezelfde alternatieve route te persen. De doorgaande wegen van mijn dorp naar de stad staan dan bomvol. Normaal gesproken ben ik er binnen 8 minuten, nu deed ik er bijna drie kwartier over. Afspraak gemist natuurlijk. Maar goed, het was prachtig weer. Nou ja, knetterheet eigenlijk.
Airco vol aan, één raam open. Dat vind ik het lekkerst.

Naast mij rijdt al een tijdje een man van een jaar of 35. Lekker ding. Hij heeft geen airco, wel open ramen én dezelfde zender opstaan als ik. Samen zingen en swingen we voetstaps vooruit op de laatste hits. Zo nu en dan wisselen we blikken en een glimlach uit. Hmm. Flirten in de file is mooi.

Net als mijn favoriete nummer opstaat, en wij samen uit volle borst 'one' krijsen, trekt zijn rij sneller op dan de mijne. Filerijden is helemaal niet zo erg in prettig gezelschap. Maar nu zie ik alleen nog zijn achterkant en schuift er een halve bejaarde naast mij in een lelijke bruine auto die minstens zo oud is als hij.

Hij gunt me geen blik waardig. Terwijl zijn ramen wagenwijd openstaan, reageert hij niet eens op de decibels die uit mijn boxen knetteren. Niet alleen oud, maar waarschijnlijk ook doof. Mijn 'vriendje' kijkt nog een keer achterom. We zwaaien en hij verdwijnt uit beeld.

Ik kan het niet laten om naar de man naast mij te kijken. Eigenlijk had ik dat beter niet kunnen doen. Totaal ongegeneerd zit hij in zijn oor te pulken. Gadverdamme zeg, wat een anticlimax. Mijn hele wat-is-het-leven-toch-mooi-gevoel is binnen één honderdste van 'n seconde naar nul gereduceerd.

Ik steek een sigaret op (ja, ik ga binnenkort écht stoppen), en neem een slokje uit mijn flesje water. Het zal wel een afwijking van me zijn, maar het is alsof een onzichtbare hand mijn hoofd steeds even richting Catweazle draait. En alsof dat oor al niet erg genoeg was, nu is zijn neus aan de beurt. Ik zal je de details besparen.

Ik verslik me als hij zijn rechterarm uitstrekt om zijn buit uit het raam te schieten. Ik raak in paniek. In mijn ene hand zit een sigaret, in de andere het flesje. Als een razende klem ik het flesje tussen mijn randen en druk ik op het knopje van mijn raam. En je voelt hem al, na twee seconden zit er geen beweging meer in. Het flesje valt - zonder dop - op mijn schoot. Net als mijn hersenen mij gebieden te duiken, kan ik gas geven. Pffffft, hij mist…

terug

Column Planet Internet:
Planet Auto
Vrouw en Auto

Meer columns

Wil je krassen in mijn gastenboek?
Webdesign, vraag meer informatie