|
Carbecuen!
Ofwel je auto als barbecue gebruiken. Hobbyloos, zou mijn
oudste zoon zeggen. De Eindhovense kok André Amaro promootte gistermiddag
het koken-tijdens-het-rijden in een programma op Radio 2. Je rolt wat
mosselen of oesters in aluminiumfolie en klemt het tussen het motorblok
zodra je even stilstaat in de file. Niet zo gek veel later kun je weer
uit de auto springen om het pakketje op te halen en op te peuzelen. Amaro hoopt dat de andere weggebruikers er vooral de grap van inzien. Nou, nee. Zelfs niet als er een carbequer naast me stopt als ik ergens met pannen sta. Ik weet dat de grote geest én mijn privé-automonteur mij daarvoor behoeden. Autos zijn om mee te rijden (scheuren, racen, rallyen), maar worden steeds meer gebruikt als verlengstuk van de huiskamer, slaapkamer of badkamer. Opmaken, scheren, (verder) aankleden, neus- en tanden peuteren, etc. Nu is de auto zelfs verworden tot keuken. Nee, je kunt het zo gek niet bedenken of mensen doen het in hun auto. Ook dat ja. Maar dat was altijd al zo. Niet riant, wel spannend. Vroeger deed je dat omdat je nergens anders terecht kon. Dan belandde je op een afgelegen parkeerplaats waar meer lotgenoten het ouderlijke gezag probeerden te ontvluchten in een oude versleten Japanner met neergeklapte stoelen en zwaar beslagen ramen. Tegenwoordig kun je als puber gewoon thuis op je eigen slaapkamer terecht. Ouders komen zelfs niet eens meer vragen of je misschien een kopje thee wilt Beslagen ramen zie je nu alleen nog maar bij zwaar verliefde stelletjes (die niet kunnen wachten tot thuis), illegale lovers óf bij echtparen die hun relatie nieuw leven willen inblazen. In dat laatste geval adviseer ik een lekkere hotelkamer met bubbelbad en veel champagne. In het tweede geval eigenlijk ook. Die pas verliefde stelletjes zijn niet voor rede vatbaar of met tien paarden tegen te houden. Ik herinner me nog zon voorval op klaarlichte dag. Zwaar verliefd kleften ik en mijn toenmalige lover al uren voort op de route du soleil. Op een gegeven moment hadden we het niet meer. Bij de eerste de beste afrit kozen we het hazenpad om toe te geven aan onze oerdrift. Nog geen kwartier later werden we uit onze roze wolk getoeterd door een enorme tractor die met riant uitzicht pal vóór onze auto op het smalle pad stond. Met een stralende glimlach van oor tot oor wachtte de Fransoos tot we weer toonbaar waren en achteruitrijdend (met heftig schaamrood op de kaken) opnieuw het hazenpad kozen. Over
koken gesproken. |
|
|
|
|
||
|
|