|
Hoedje
af
Wat
maakten die Engelsen toch mooie auto's. Als we dan over oldtimers gaan
praten (want daar vraagt [link naar 'bijzondere oldtimers gezocht] de
redactie om) dan móet ik het over mijn Woolsely
1500 hebben. Ik wilde iets bijzonders, iets anders dan dertien in een dozijn. Een auto die ik niet hoefde te zoeken op een volle parkeerplaats. Die niet snel gestolen zou worden, want veel te opvallend. Eentje die ook niet zo snel verkocht zou worden door mijn toenmalige partner die in oldtimers handelde en ze restaureerde. Naast het weg- race- en rally klaarmaken van Austin Healey's , handelde hij in moderne auto's. Waar ik natuurlijk altijd de leukste uit koos om zelf in te rijden. Alleen, telkens als ik weer helemaal aan zo'n auto verslingerd was, verdween die. Dan liep ik op een dag de deur uit om een boodschap te gaan doen en stond daar de 'doos' weer. Met al mijn spulletjes die ik steeds van auto naar auto sleurde. Ik voelde me net een zwerver. Bovendien moesten ik en de rest van de wereld weer een weekje of wat wennen. Dan zwaaide ik vanachter mijn (nieuwe) stuur naar vriend of bekende en kreeg ik alleen wie-is-dat-nou-weer-blikken toegeworpen. Zocht ik me op parkeerplaatsen weer suf naar mijn auto. Meestal naar de verkeerde. Op een dag was ik het zat. Wilde ik een auto waarvan IK bepaalde of hij wel of niet verkocht zou worden. Een auto waarvan iedereen wist dat IK er in zat als ik voorbij reed. En dus moest het iets bijzonders worden. Na een week vond ik haar in die oude schuur. Na een grote schoonmaakbeurt was ze weer als nieuw. Op een paar kleine scheurtjes in het oude, rode leer van de bekleding na, puntgaaf. Ze pruttelde, in tegenstelling tot de scheurijzers waarin ik gewend was rond te rijden. Maar ik vond het fantastisch. Alleen die geur al als ik instapte. In een fractie van een seconde kwam haar hele historie dan voorbij. Een geur die alleen rijders van oldtimers kennen. Een soort mix van oud leer, muffig vocht en de mensen (en dieren) die er ooit in vertoefde. Heerlijk. Mijn verliefdheid op mijn bolhoedje duurde een jaartje of anderhalf. Haar verliefdheid op mij ook. Ach, natuurlijk had ze wel eens wat. Ze was per slot van rekening Engels. Maar kleinigheidjes, niets om mijn trouw aan haar op te zeggen. Tot ik op een dag een drukke kruising naderde en ik het welbekende 'no breaks' uit spannende films aan eigen lijf ondervond. Enkel remsysteempje. Cupje lek. En maar stampen op die rem. Met de handrem én een ongelofelijke manoeuvre redde ik mijn vege lijf. Een kwartier later reed ik haar de garage in, gooide de sleutels op het bureau en riep: ' She's all yours!' |
|
|
|
|
||
|
|