|
Oprecht
genot Je
vraagt je in je laatste
column af waar jij en je (mooie) medemannen het aan verdiend hebben
dat wij jullie niet ieder moment van de dag op straat toejubelen, juichen
en zwaaien als je voorbij gereden komt. En dat al die vrouwen elders op
de wereld dat wel doen. Op
de eerste plaats bestaat er niet zoiets als DE Nederlandse vrouw. Net
zo min als dat DE Nederlandse man bestaat. Er zijn vrouwen die (mooie,
dure) auto's totaal oninteressant vinden, en ze dus niet eens zien rijden.
Er zijn er die ze 'best aardig' vinden, maar daar verder geen conclusies
aan verbinden. Laat staan dat ze zich realiseren dat ze jou er een plezier
mee doen door naar je te zwaaien. Dan zijn er die mooie, dure auto's helemaal
vet cool vinden, maar niet zo dom zijn om te denken dat de man die achter
het stuur zit, dat ook is. Das een ding. Dan nog wat. Je schrijft dat wij vrouwen alles uit de kast halen om de aandacht op ons te vestigen. Dat klopt, maar alles in die kast is van ons. Wij hebben geen accessoires nodig om die aandacht te krijgen. Alleen een beetje verf en wat textiel. En van dat laatste, als het weer het toestaat, zo weinig mogelijk. Stiekem hopen we misschien wel op een klein kettingbotsinkje als we oversteken met onze neus in de wind. Verder praat je over de groep eerlijke, nette mannen die massaal genegeerd wordt. Die met die kinderzitjes achter in de niet-foute auto's. Maar je weet toch dat wij diep in ons hart op foute mannen vallen? Zo'n eerlijke, nette hebben we zelf thuis zitten. We willen eigenlijk van die jagers die er meteen vandoor gaan als ze de buit hebben binnengesleept. Dat zit nou eenmaal in onze oergenen, zoals Midas Dekkers in menig verhaal zo lekker smeuïg uitlegt. Het heeft te maken met de instandhouding van onze soort. Een ingebakken iets dat op blijft spelen, ook al zijn we keurig getrouwd en in het bezit van meer dan voldoende kroost. Weet
je wat me nog het meeste trof? Die verontschuldiging. Dat je, 'buiten
je schuld' wel eens in (extreem) opvallende, dure auto's rijdt. Jeetje,
ik voel me helemaal niet schuldig als ik in zo'n mooie, knetterdure, opvallende,
fantastische auto rijd. Dan glimlach ik van oor tot oor, voel ik me als
een klein kind in een heel grote snoepwinkel. Heb ik overigens ook nauwelijks
oog voor al die andere weggebruikers die het mij misschien wel niet gunnen.
Sterker nog, dat bedenk ik niet eens. |
|
|
|
|
||
|
|