|
Gaaf wijf
Ringweg, tweebaans. Ver voorbij middernacht, de straten zijn stil en verlaten. Ik kom van een vriendin met wie ik veel te lang muren heb staan schilderen in haar nieuwe huis. Helemaal gaar als worst ben ik en verlang naar mijn lekkere, zachte bed. Zo'n typisch moment waarop je door Scotty naar huis gebeamt wilt worden. Op deze weg véél (werkende) camera's en geen groene, wel een spiksplinternieuwe donkerblauwe Golf waar ik naast kom te staan voor het rode stoplicht. Belachelijk eigenlijk dat die dingen nog werken op dit tijdstip. De bestuurder van de Golf (geen petje) trapt een paar keer flink op het gas in de hoop zijn superioriteit aan mij te kunnen bewijzen. Hij glimlacht er schalks bij en ik denk: 'dat lachen zal je zo vergaan ' Maar ik lach terug en staar ogenschijnlijk ongeïnteresseerd langs het stoplicht af en zie intussen alles wat er in mijn ooghoeken gebeurt. Als het groen is geef ik - sneller dan het licht - gas. Een dikke neuslengte lig ik voor op de Golf. En dan schakel ik mis. De tandwielen vliegen me bijna om mijn oren, mijn hart krimpt ineen van het geluid en ik vloek op alfabet. Weg neuslengte. In gedachten zie ik die Golfer al in zijn vuistje lachen. Morgen vertelt hij aan zijn vrienden dat hij een blondje in een Alfa het snot voor ogen heeft gereden. Dat dus niet. Ik heb niet voor niets een klavertje vier op mijn auto. Ik herstel me, geef gas en schakel soepel als een F1-courreur. Ik haal hem in. Óf die jongen kan niet rijden, of die Golf is zo suf als wat, want ik sta toch echt het eerst stil bij het volgende verkeerslicht. 'Zo', denk ik, 'die houdt morgen zijn mond wel dicht over dit nachtelijke wedstrijdje.' Ik kijk mijn medestander aan, doe mijn best om mijn gezicht in de plooi te houden maar kan mijn overwinnerslach niet onderdrukken. Hij gebaart revanche te willen. Jij je zin. Bij groen zijn we haast tegelijk weg. Deze keer ben ik iets geconcentreerder, schakel niet mis en kom voor te liggen. Niet veel, maar net genoeg om ook deze tweede manche als overwinnaar uit de bus te komen. En ik P. maar steeds op zijn donder geven als hij zich weer eens laat verleiden tot racen op de openbare weg. Maar ook mijn bloed kruipt waar het niet gaan kan en dus geef ik regelmatig toe aan mijn puberale impulsen. Bij het tweede stoplicht kijk ik breed smalend naar links om mijn tegenstander zijn afgang eens lekker in te wrijven. Maar in plaats van een teleurgestelde twintiger, zie ik een open portier en helemaal niemand achter het stuur. Huh? Ik draai mijn hoofd verder naar links en zie de jongen richting mijn auto komen lopen. Ik schrik me suf. Ineens spreekt mijn moeder me in mijn hoofd vermanend toe. Waar ik mee bezig denk te zijn, hoe ik het in mijn hoofd haal om 's nachts zo alleen op straat te zijn, wat er allemaal kan gebeuren, en of ik me wel realiseer wat voor gekken er allemaal 'los' rondlopen en rijden In een fractie van een seconde neig ik er naar om de central lock er op te gooien. Ik doe het niet. In plaats daarvan steek ik mijn hoofd door het raam naar buiten op het moment dat de verliezer met een ongelofelijke vette glimlach naast mijn auto knielt. 'YO!' roept hij terwijl hij zijn duim omhoog steekt. 'Gaaf man, een wijf dat mij er uit rijdt Ik móest je even van dichtbij zien!' |
|
|
|
|
||
|
|