|
De
reis is de bestemming 'Jezus man, dit is een auto, geen vliegtuig.' Ik hoor het mezelf nog roepen toen ik tijdens onze laatste vakantiereis midden in de nacht plotseling wakker werd en me in een Boeing 747 waande in plaats van in een Volvo S80. Met een half oog en nog suf van de slaap, zag ik dat P. zonder blikken of blozen met 200 kilometer per uur over de Duitse autobaan raasde. Wat niet weet, wat niet deert, zal hij gedacht hebben Voordat hij mij naar dromenland hobbelde, reed hij keurig tussen de 130 en 140 kilometer per uur. De gedachte aan 15 uur asfalt richting Toscane, was voor mij meer dan slaapverwekkend. Ik ben dan ook een liefhebber van het vliegtuig, waarin ik overigens ook binnen een half uur in slaap sukkel. Daar hebben P. en ik dus een meningsverschil. [planet discussie: vliegtuig of auto] Hij vindt het niks om onderweg geen bal te zien van de omgeving. En, belangrijker, als het je ergens niet bevalt, stap je in de auto en ga je op zoek naar een mooier plekje, hotel of appartement. Maar goed dat hij dat laatste argument toevoegt, want 'zien' doe je echt niks als je 's nachts met 200 kilometer per uur over het asfalt plankt Inclusief één uur file én één uur ontbijt aan het Comomeer, waren we binnen 13 uur op plaats van bestemming. Mijn verzoek om ook eens een paar uur te rijden werd afgewezen. 'Nee hoor schatje, ga jij maar lekker slapen.' En dat deed ik, want tegen een echte control freak is het slecht argumenteren. Bovendien ben ik liever lui dan moe. Je kunt niet alle plekjes van de hele wereld zien, het leven bestaat uit keuzes maken. Zo simpel is het. En waar je ook bent, overal kun je een auto huren om alsnog de rest van de wereld te ontdekken. Bovendien vind ik het ongelofelijk weird om 's ochtends te ontbijten op een terras in Mexico en 's avonds (door het tijdsverschil) gewoon op je eigen terras thuis koffie te drinken. Bovendien loop ik heel wat minder risico in een vliegtuig, dan in een auto op de snelweg waar nog tig andere, misschien wel slome, vermoeide of verliefde, weggebruikers richting werk, vakantie of hun geliefde razen. Het verschil met P. en mij is bovendien ons aanpassingsvermogen. Mij interesseert het geen dinges waar ik terecht kom. Natuurlijk houd ik van 7-sterrenhotels met bubbelbad en 6-gangenmenu's. Op zijn tijd. Niet minder blij word ik van smoezelige, drukke, ondefinieerbare niet-westerse hotels. Zo lang ik niet op de 22e verdieping wordt gestald én er geen beesten in mijn bed kruipen, zal het me een worst zijn. Mij gaat het om de bijzondere plekjes en vooral om de bijzondere mensen die ik in den vreemden tegenkom. Ik wil gewoon zo snel mogelijk op de plaats van bestemming aankomen. Dáár begint de ontdekkingstocht. 'De reis is de bestemming', zegt P. dan heel filosofisch. Mooi gezegd. Dat geldt voor het leven zelf, maar niet voor mijn vakanties... |
|
|
|
|
||
|
|