Autohandelaar...
'Ik heb je auto op Marktplaats gezet’, meldt mijn lief een week geleden. We hebben geen twee van die dure, grote bakken nodig als we samen gaan wonen. ‘Dan kopen we zo’n leuk, klein, snel autootje; da’s goed genoeg als tweede auto. Nog voor ik kan protesteren voegt hij er aan toe: ‘En ik heb die van mij er ook opgezet. Kijken we gewoon welke het eerst verkocht wordt.’ Vooruit dan maar. En ach, ik was best aan iets nieuws toe.
De volgende dag al meldt zich een geïnteresseerde op P’s mobiele telefoon. Ze spreken af voor zaterdag 15.00 uur. Als hij ophangt vraag ik: ‘Voor welke auto was dat?’ Met een verraste blik antwoordt hij: ‘Hij vraagt naar mijn auto, en bij die van jou heb ik gezet dat het om de auto van mijn vriendin gaat.’ ‘Dat weet je zeker?’, merk ik eigenwijs op, ‘want ik ben er zaterdagmiddag niet hoor, dan zit ik bij de kapper.’ Terugbellen om even te checken voor welke auto hij komt, gaat niet. Geen nummerweergave…

En ja hoor, ik hang net achterover met mijn hoofd in de spoelbak als mijn mobiel gaat. De Arnhemmer komt natuurlijk voor de mijne en die staat midden in de stad geparkeerd. Geen man overboord, koper ziet de humor er wel van in en stapt met P. in de auto om de sleutel bij de kapsalon op te komen halen. Hij schuift op de parkeerplaats op zijn rug onder mijn auto, rijdt een rondje en besluit dat hij mijn prachtig blauwe exemplaar de zijne wil maken. Er vliegen wat bedragen over en weer (de verkoop is inclusief de schade aan de onderkant van het portier door zo’n vreselijk, veel te laag rotpaaltje) en de koop wordt gesloten.

‘Heb je ook gemeld dat de airco soms herrie maakt?’, vraag ik later die middag. Nee, dat is hij vergeten. Aangezien koper geen louche handelaar is die een koekje van eigen deeg verdient, meldt hij het alsnog even keurig. Wat zo’n reparatie dan wel kost, vraagt koper zich af. Want stel dat de pomp kapot is, kan dat aardig in de papieren lopen. En dus rijdt P. een paar dagen later met mijn auto naar de aircoboer om te laten constateren dat het slechts de ventilator is die vervangen moet worden. De koop gaat alsnog door.

Vandaag komt hij hem halen. Uiteindelijk gaat het me toch aan mijn hart, want deze auto heeft me nooit in de steek gelaten. Ik raap de rotzooi uit alle hoeken en gaten, verzamel een cd of twintig en vul een zak met lege frisk-doosjes, sigarettenpakjes, snoepzakken en koekpapiertjes. Dan staat koper voor de deur. Het is een bijzonder aardige man die ik mijn auto wel gun. Dat maakt het afscheid gemakkelijker. Zo irrationeel ben ik nou eenmaal; ik koop ook geen auto van iemand wiens hoofd me niet aanstaat.

P. handelt het verder af, hij slingerde per slot van rekening ook de verkoop aan. Ze vertrekken samen naar het postkantoor. Koper moet nog even langs de bank om het aankoopbedrag op te halen. Dat blijkt te hoog om ineens op te kunnen nemen en dus maakt hij het restantbedrag meteen over via een spoedoverschrijving. Koper heeft een betrouwbaar gezicht, dus dat zal wel goed komen.

Eenmaal thuis wordt het geld uit de enveloppe gehaald en nageteld. ‘Sjit, het klopt niet’, zegt P. met fronsrimpels in zijn voorhoofd. Hij telt nog eens. ‘Nee, het klopt echt niet.’ Hij pakt zijn mobiele telefoon en belt de nieuwe eigenaar. Die trekt het gelukkig op zijn fatsoen en zegt meteen terug te komen. Onder toeziend oog van P. en koper tel ik het geld zelf nog maar eens hardop na.. Als ik het laatste biljet op de keukentafel leg, heeft P. een rode kop van schaamte en de geschrokken koper een sigaret in zijn hand (terwijl hij net gestopt was met roken). Breed glimlachend kijk ik beide mannen aan. ‘Kopje koffie voor de schrik heren?’

terug

Column Planet Internet:
Planet Auto
Vrouw en Auto

Meer columns

Wil je krassen in mijn gastenboek?
Webdesign, vraag meer informatie