Het appeltje voor de dorst
Op je oude dag niet meer werken en toch een goed inkomen hebben, het liefst zonder ANW-hiaten of gaten in WAO of AOW. Iedereen heeft onlangs in zijn persoonlijke pensioenboekje kunnen zien hoe het er met de 'oudedagsvoorziening' voor staat. Maar waar komt dat geld eigenlijk vandaag? En wie beheert het? Een portret van de SPR, de Stichting Pensioenfonds Rabobankorganisatie

Stichting Pensioenfonds Rabobankorganisatie
"Een brave huisvader die goed op de centjes past

"We leggen niet alle eieren onder één kip", zegt Aart de Leeuw, ambtelijk secretaris van het Pensioenfonds. "We zoeken naar een balans tussen optimaal rendement en een aanvaardbaar risico. Dat doen we heel degelijk en solide."Die aanpak leverde het fonds in 1988 een plaats op in de nationale top-tien van best beleggende fondsen.

He
t vermogen van de SPR bedraagt inmiddels 8,6 miljard gulden, vorig jaar goed voor een rendement van ruim 15%. De (oud) werknemers van de Rabobankorganisatie en De Lage Landen vormen samen de 70.000 deelnemers van het pensioenfonds. Vorig jaar leefden zo'n 6.000 gepensioneerden van de pensioenpremies en een deel van het rendement van het belegd vermogen. Om te zorgen dat de 64.000 overige leden te zijner tijd ook een goede pensioenuitkering krijgen, moet de pot met geld goed beheerd worden.

Anders dan bij veel andere bedrijven, is het bij de Rabobank alleen de werkgever die de jaarlijkse pensioenpremie voor haar medewerkers afdraagt. Om aan de nominale verplichtingen te kunnen voldoen is berekend dat het rendement over de betaalde premie per werknemer minimaal vier procent moet opleveren. Dat heet de rekenrente.
Het rendement is echter veel hoger dan die vier procent en dus maakt het fonds winst. Een deel van die winst is gereserveerd om de pensioenen te indexeren en dus waardevast te maken. Een ander deel komt ten goede aan de werkgever als korting op de premie.

Spanningsveld
Het beleggingsbeleid wordt vastgesteld door het bestuur van het pensioensfonds waarin zowel de werkgevers als de werknemers zijn vertegenwoordigd. De Leeuw: "Er is een zeker spanningsveld tussen die twee partijen. De werknemers hebben meer behoefte aan zekerheid en stoppen het geld het liefst in een oude sok. Voor de werkgevers geldt dat elk procent extra rendement het volgende jaar weer minder premie betekent. Maar het bestuur telt allemaal redelijke mensen die net zo lang praten tot ze het eens zijn. Je kunt het fonds zien als een brave huisvader die goed de centjes beheert."

Sinds 1996 is Interpolis verantwoordelijk voor de beleidsvoorbereiding van het fonds. Volgens Wout van Heerdt, medewerker vermogensbeheer en beleidsontwikkeling, wordt er de laatste jaren meer in aandelen belegd. "Zo'n tien, vijftien jaar geleden gebeurde dat nog maar heel mondjesmaat. Vandaag de dag beleggen we vier miljard gulden in aandelen. Dat gebeurt via de Robecogroep."

Eurolanden
Van het pakket beursgenoteerde aandelen is 60% belegd in Eurolanden en 40% in het buitenland. Vertegenwoordigd zijn solide fondsen als Ahold, Unilever, Koninklijke Olie en Heineken. In de VS onder meer Proctor and Gamble, General Motors en in Japan bijvoorbeeld Sony en Toyota.

Beleggingen in niet beursgenoteerde ondernemingen (5%) worden Private Equity genoemd. Van Heerdt: "Dat kan een eigen vermogen verstrekking zijn aan startende ondernemers of bijvoorbeeld aan een zoon die het familiebedrijf, in binnen - of buitenland, van zijn vader wil overnemen." Een half miljard gulden wordt belegd in vastgoed. Dat zijn kantoren, winkelcentra en woningen, die allemaal op Nederlands grondgebied staan. De overige vier miljard van het totale vermogen is belegd in vastrentende waarden zoals obligaties, hypotheken en onderhandse leningen.

In het pensioenfonds komt langzaam een discussie op gang over maatschappelijk bewust beleggen. Aart de Leeuw: "Die discussie is in een pril stadium. Is het verantwoord om nog te beleggen in de tabaksindustrie of bierbrouwerijen? Of de auto- en vliegtuigindustrie? Vooralsnog hebben we geen specifieke voorschriften. Als de landelijke politiek besluit om een bepaald land te boycotten, dan doen wij dat ook. Maar we zijn niet roomser dan de paus", aldus De Leeuw.

Pensioenfonds in 1906 opgericht
De Raad van Toezicht van de Coöperatieve Centrale Boerenleenbank sprak tijdens de Algemene Ledenvergadering op 7 mei 1903 voor het eerst de 'wenschelijkheid' uit van een pensioenvoorziening. Drie jaar later werd de daad bij het woord gevoegd en werd er van de winst van ƒ12.199,24 en een halve cent (!) een bedrag van ƒ1200,00 gestort in een pensioenfonds. Het Bestuur van de Coöperatieve Centrale Raiffeisenbank nam in 1911 eenzelfde besluit. Enkele jaren na de fusie tussen beide banken gingen in 1978 de fondsen op in de Stichting Pensioenfonds Rabobankorganisatie. terug