Metro-05-12-2003

De Paashaas
Ik moest vanochtend ineens denken aan die eerste keer dat ik met een vriendin een seksshop indook. Dat was járen geleden, lang voordat Christine Le Duc deze speelgoedwinkels uit de achteraf steegjes trok en ze net zo toegankelijk maakte als de Hema.
"Zullen we dan maar?", giechelde we tegen elkaar, nadat we eerst twaalf keer voorbij liepen. 'Let's go!'We haalden diep adem, trokken ons gezicht in de 'voor ons is dit héél normaal'- stand en waagden ons tussen de ranzige rare snuiters en kleurige, hier en daar heftig bewegende, hulpstukken.

Vriendin stond bekend om haar heftige hoge uithalen, net voordat ze begon te lachen. "Je gaat niet lopen gillen hé!", had ik haar op de drempel nog toegesist. En ja, de eerste vijf minuten bewogen we ons zwijgend en zo onzichtbaar mogelijk langs de schappen. Mijn hart klopte woest bij het zien van al die genotsknotsen. Ik kende enkel de 'massagestaven' uit de Wehkampgids en voelde me net Alice in Wonderland. Ondertussen deed ik verwoedde pogingen om mijn vriendin niet in de ogen te kijken. Zij ook. Ik had het lot al geteisterd door een pikzwarte tarzan één fractie van een seconde te laten zoemen. Bij het zien van een doosje met daarop een ondefinieerbaar vleeskleurig hoopje rubber, was er geen houden meer aan. Alsof een onzichtbare hand me stuurde, ging mijn wijsvinger richting het gat in het frommelige vlezige ding. "Lekker zacht", hikte ik van de ingehouden lach. Haar rechter wenkbrauw ging omhoog, er volgde een soort ingehouden gegrom, waarna de voor mij zo bekende hoge uithaal volgde: "ÁHHHHHHHH, dat is een kunstkut!"

Om een lang verhaal kort te maken: in ons broek piesend van het lachen, strompelde we uiteindelijk de winkel uit, de rest van de bezoekers in totale verbijstering achterlatend.
Maar mijn interesse was gewekt.Via via kreeg ik een Pabogids te pakken zodat ik al dat moois nog eens op mijn gemak van dichtbij kon bestuderen. Uiteindelijk ging ik voor Robbie, een levensechte vibrator van puur latex. Hij kwam in een discreet doosje, zonder opdruk.

Maar van plezier kwam de eerste uren weinig. A-technisch als ik ben, kreeg ik met geen mogelijkheid de bovenkant los. En daar moesten toch echt de batterijen in, die niet meegeleverd waren, maar ik godzijdank in de keukenla had liggen. Ik kon moeilijk mijn oude buurman vragen me te helpen, dus haalde ik een klein schroevendraaiertje uit de schuur. Nadat ik de minuscuul kleine schroefjes op de bovenkant van het dopje had losgekregen bleek ook dat niet de weg naar verlossing. Twee uur later, mijn zin was al lang over, bleek de dop naar de andere kant open te draaien. Robbie nam me mee op ontdekkingsreis. Hij leerde me bovendien het faken af en daar was niet iedereen onverdeeld gelukkig mee. Dus Piet, Klaas en Jan gingen, maar Rob bleef.

Mijn laatste aanwinst, Calimero, een klein ondeugend trileitje, schafte ik, bij wijze van uitzondering, samen met mijn huidige verovering aan. (Eindelijk een man wiens ego er niet door in het gedrang kwam) Ik twijfelde in de winkel al tussen Calimero en Roderick en stom, stom, stom, ik koos voor prijs in plaats van kwaliteit. (Calimero ligt al weer weken met een kapot snoertje in mijn nachtkastje)

Toen ik vanochtend in mijn schoentje keek dacht ik even dat de paashaas Sint's taak had overgenomen. Zo van: 'Ah joh, collega's onder elkaar, deze straat doe ik wel, jij bent al zo druk op je verjaardag!' Paashaas had niet eens de moeite genomen om het zilverkleurige eitje in te pakken, het glom me tegemoet. Mijn hartje klopte vol verwachting: is dit wat ik denk dat het is? En jawel hoor, daar lag Roderick, de Rolls Royce onder de eitjes. Uitgevoerd met maar liefst vijf standen en per stand ook nog eens traploos verstelbaar. Dankuwel Sinterklaas!!

Terug ------------ Home ----Geef je commentaar