Hollandse Nieuwe
korte verhaaltjes
Maandelijkse uitgave voor Nederlandse toeristen op Gran Canaria

Terug naar Tekst


Tussen hemel en aarde
De eerste dode die ik zag was mijn oma. Langzaam blies ze haar laatste adem uit terwijl ik haar kleine hand vast had. Ook zonder adem leek ze nog op de vrouw waarmee ik altijd die diepe verbintenis had. Ik leek op haar. Zij was in mijn beleving de eerste feministe. Runde jarenlang, samen met haar grote Duitse herder Nero, een kroeg in het hartje van de stad. En, zo klein als ze was, zelfs grote, dronken kerels deden een stapje naar achteren als zij er een naar voren deed. (en nee dat had niks met Nero te maken, die lag meestal gewoon achter in zijn hok). Dat eigenzinnige, die eigenheid, maar ook die felheid waren in mijn genen terecht gekomen. We begrepen elkaar. Wij samen wisten dat geen enkele keten ons gevangen kon houden…
Vroeg in de ochtend dat ze in het ziekenhuis terecht kwam, zag ik haar in een droom vlak voor me. Ze praatte tegen me, maar ik verstond haar niet. Ik werd wakker en wist dat er iets met haar aan de hand was. Een half uur later ging de telefoon, of ik als de sodemieter naar het ziekenhuis wilde komen.

Ik had nog heel wat uren hand in hand met haar willen blijven zitten, maar in zo'n gezondheidsfabriek leek dat niet de bedoeling. Ze moest worden recht gelegd en de dood officieel geconstateerd. Drie kwartier later zag ik haar opnieuw en herkende ik haar nauwelijks. Ineens zag ik het verschil tussen slaap en dood: de ziel is er uit. De aanblik van die vreemde lege huls op dat bed, bevestigde de overtuiging die ik altijd al had. Oma's 'huis' had 't begeven, maar oma niet. Haar geest was bevrijd van de beperkingen van haar lichaam. Een lichaam dat de tand des tijds niet had kunnen doorstaan. Toen ik een dag later, huilend achter mijn computer de tekst voor haar bidprentje tikte, was ik er zeker van dat ze bij me was. Het kippenvel liep vanaf mijn rug naar mijn kruintje en het was goed. (en nee, ik zat niet in de tocht, deuren en ramen waren dicht, de verwarming aan) De liefde die wij samen hadden en hebben, is een energie die nooit vergaat. Die zelfs de dood niet kan slechten. Ook in de jaren daarna was ze bij me als ik haar nodig had. En nog steeds is ze de engel op mijn schouder die me die liefde laat voelen op de momenten dat ik het even niet meer weet. Wat denk jij nou? Onzin? Gelul van een dronken aardbei? Nee, ik ben niet dronken en ook niet stoned. Er is gewoon meer tussen hemel en aarde Horatio!