|       foto's
John Claessens Aan
tafel: Peter
Bouw interieurarchitect, Mathijs Heijkers projectleider, Wilma Devies
administratief medewerker, Ariaan Boertjes architect, Trudy Heerkens
interieurarchitect, Theo Habraken tekenaar-projectleider, Willem van
der Pasch directeur, Ria Kerstens journalist
|
Wil
je krassen in mijn
gastenboek?
Webdesign,
vraag meer informatie |
| Odeon
Architecten Architectuur
is een mooi vak. Maar hoezo dan? Trudy:
Omdat je creativiteit beloond wordt. Ria: Hoeveel
creativiteit kun je in een ontwerp stoppen? Ligt het plaatje niet al voor een
heel groot deel bij voorbaat vast en maak je alleen maar een vertaling van de
wensen van de klant? Adriaan: Nee, voor veel opdrachtgevers
ligt dat helemaal niet zo duidelijk. Het is de uitdaging om uit te vinden wat
hij wil. Het mooiste is om een wisselwerking te krijgen waarbij de opdrachtgever
mee gaat in je creativiteit. Ria: Dus niet zomaar
klakkeloos maken wat iemand vraagt? Adriaan: Nee, van tevoren bestudeer en
analyseer je de zaak. Je zoekt naar wat er nog meer mogelijk is dan wat de opdrachtgever
zegt dat hij nodig heeft. Dat is de uitdaging. Ria:
Werkt dat ook zo bij interieurarchitectuur? Trudy:
Er wordt natuurlijk altijd overlegd en gekeken wat de opdracht is. Dan gaan we
brainstormen. Die ideeën gooien we op een hoop en daarna gaan we filteren.
Vervolgens doen we een voorstel aan de opdrachtgever. Ria:
Als die dat dan geweldige ideeën vindt, hoe voelt dat dan? Trudy:
Ja super! Dat voelt echt geweldig. Ria:
Maar je ideeën moeten ook uitvoerbaar zijn. Dan komen de techneuten dus om
de hoek kijken. Theo: Ik vertaal ontwerpen naar
techniek en regelgeving en check de uitvoerbaarheid. Ik probeer het ontwerp zoveel
mogelijk te handhaven, maar het moet natuurlijk wel technisch en financieel uitvoerbaar
zijn. Ik probeer zoveel mogelijk affiniteit met beide kanten te houden. Ria:
Waar ligt je persoonlijke voorkeur? Theo: Bij
de ontwerpkant. Daarom probeer ik de ontwerpen altijd zoveel mogelijk intact te
laten en pas veranderingen aan te brengen als iets echt te duur wordt. Ria:
Is dat schipperen tussen die twee kanten het mooie aan je vak? Theo:
ja, en het samenspel met mensen. Als het ontwerp technisch goed vertaald is, straalt
het een bepaald soort rust uit. Als je die rust niet vindt, klopt er iets niet. Ria:
Hoe ervaar jij dat Mathijs? Mathijs: Ik
kom tijdens de bouwfase veel in het bewuste gebouw, dat zie je dan opbloeien.
Ik ben daar heel nauw bij betrokken en zie het ontwerp letterlijk tastbaar worden.
Ik let veel op kleine dingen, details. Als ik de deur binnenkom kan ik alles precies
aanwijzen. Ria: En Peter, hoe ervaar jij die dingen?
Wat is jouw passie? Peter: Mijn passie is om de
opdrachtgever altijd meer te geven dan waarom hij vraagt. Hem te verrassen door
kleur bijvoorbeeld. Dat hij als het gebouw wordt opgeleverd zegt: 'hee, dat is
een mooie paarse wand!' Voor mij is het een uitdaging om net iets meer te doen,
mensen te verrassen. Ria: Hoe belangrijk is de
tevredenheid en trots van een opdrachtgever voor jou als het gebouw er eenmaal
staat? Peter: Dat is de kick en het leuke van
het werk. Je probeert een idee vorm te geven, gaat met tekeningen aan de slag.
Uiteindelijk zie je iemand trots en blij zijn met jouw ideeën. Het is heerlijk
als dat lukt. Willem: Ons beroep heeft alles te
maken met passie. Wij zijn geen droge techneuten, plezier is de meerwaarde van
ons vak. Opdrachtgevers moeten ons de kans geven om onze ideeën uit te voeren,
ons dat plezier gunnen. Dan krijgen ze veel meer dan wanneer ze eisen dat we alles
volgens zijn voorschriften doen. Peter: Of dat
zo is, schat je meteen bij je eerste contact met je opdrachtgever eigenlijk al
in. Soms klikt het meteen, maar er zijn ook opdrachtgevers die meteen op de rem
trappen of juist achterover leunen. Als ze uiteindelijk dan toch hartstikke tevreden
zijn is dat eigenlijk nog leuker. Adriaan: Ik
vind het minstens zo belangrijk dat de klant tevreden is, dan dat ik dat zelf
ben. Ook al maak ik soms iets wat niet helemaal mijn stijl is, ik kan wel blij
worden van het enthousiasme van een klant. Peter:
Er zijn ook projecten waar je op esthetisch vlak helemaal geen uitschieters kunt
maken. Maar dan zijn er weer andere dingen die een kick geven. Bijvoorbeeld dat
het in zes maanden tijd gerealiseerd moet worden. Willem:
We hebben een vak met een grote beroepseer. Dat is misschien wel het meest onderschatte
van een maakberoep. Alles is volstrekt gericht op het maken. Dat tastbare is de
grootste bevrediging van ons vak. Wij zijn alsmaar bezig om producten te zien,
te vervolmaken. Daar leg je je eer in, daar ben je trots op. Ria:
Wat is er bijzonder aan het werken bij Odeon? Theo:
Nou, dat wij hier met z'n alles zitten te praten met Willem erbij. We kunnen hier
gewoon zeggen wat we willen, ook als we het ergens niet mee eens zijn. Adriaan:
Ik denk ook dat je de brutaliteit of durf moet hebben om dat gewoon te doen. Anders
ben je verkeerd bezig. Willem: En er is saamhorigheid. Ria:
Wat draagt die bij aan het product dat jullie samen maken? Willem:
We zijn, ieder op zijn eigen gebied, met hetzelfde bezig. We geven elkaar
kritiek of goed bedoelde opmerkingen als stimulans. We accepteren elkaars nukken
en falen en zetten samen de schouders er onder. Adriaan:
We weten heel goed wat we aan elkaar hebben en het is geen probleem om elkaars
hulp te vragen. Er is altijd wel iemand bereid om te helpen. Peter:
Het leuke is dat we ons ook vaak ongevraagd met elkaar werk bemoeien. Regelmatig
komt er iemand voorbij die ineens roept: jij bent goed bezig! Matthijs:
Ook het gebouw zorgt er voor dat je lekker werkt. We zitten in een mooi pand dat
we, bij wijze van spreken, zelf zouden willen maken. Hier kom je je collega's
niet alleen bij het koffiezetapparaat tegen. De openheid die hier heerst zie je
ook in het gebouw terug. Willem: Als iemand koffie
gaat halen ziet hij meteen waar een ander mee bezig is. Ook zo houden we elkaar
scherp. Wilma: Ik moest in het begin wel wennen
aan die openheid en vrijheid. Willem: Hier gaat
niemand zitten wachten tot iemand iets aan hem komt vragen. Het is de vrijheid
die je neemt om de dingen gewoon te doen. Ria:
Wat is jouw taak in het totaal Wilma? Wilma: Nou,
om bijvoorbeeld te zeggen dat Adriaan veel te bescheiden is tijdens dit gesprek.
Hij is wel een van de drie beste architecten van Nederland hoor. Adriaan:
Ach, iedereen die hier zit weet donders goed waar hij mee bezig is en doet dat
ook voor de volle 100 procent, anders zou hij/zij hier niet zitten. Wat je taak
hier bij Odeon ook is, iedereen doet dat ontzettend gedreven. Ria:
Waarom eigenlijk? Wat is jullie drijfveer? Willem:
Omdat wij allemaal mensen zijn die tot het uiterste gaan. We maken nooit iets
waarvan de mensen zeggen: hmm, is dat het beste wat je kunt?
|