|
Metro
20-6-2003
De man (2) en zijn auto "Je moet niet zo zeiken", zei mijn toenmalige vriend. "Want als ik met mijn cabrio langs het terras rijd, dan springen er zo vijf mooie vrouwen in!" Hij was gek van oude auto's. Engelse auto's. Het was zijn hobby. Als hij er niet aan sleutelde, dan reed hij er in. Hij wel, ik niet. Want hij was er zelf te druk mee. Ik geef toe: in die tijd was ik nog een dom blondje dat zich ook nog eens liet imponeren door zo'n blik op wielen. En hij had er niet één, maar wel tig. Allemaal Engels. Nou weet iedereen met een beetje verstand van auto's, dat Engelse wagens - en zeker oude - niet betrouwbaar zijn. Ik moest daar proefondervindelijk achter komen dus duurde het even voordat de toen nog geen ex, exit ging. Het karakter van een man is af te lezen aan zijn auto. Dat heb ik zelf vastgesteld, dus die stelling durf ik hier wel zwart op wit te zetten. Nou is het niet zo dat een man zonder auto géén karakter heeft, maar het zegt wel een heleboel over 'm. Dat zijn penis groot genoeg is bijvoorbeeld. En dat hij er gewoon zo, zonder accessoires, al goed genoeg uitziet en scoort bij de vrouwen. Hoewel. Nou nee, dat hoeft natuurlijk helemaal niet zo te zijn. Het kan ook een ongelooflijke sukkel zonder rijbewijs zijn, die al zesendertig keer op rijexamen ging en na jaren de moed maar heeft opgegeven. Op mijn achttiende viel ik op zo'n soort sukkel. Een motormuis met alle, denkbare, rijbewijzen, maar zonder auto. Dat is ongeveer net zo vervelend, want ik had toen zelf nog geen auto. Al mijn vriendinnen deden 'het' op de parkeerplaats bij het kerkhof, in de auto van hun vriendje. Dat moest toen nog, want ouders waren in die tijd nog niet zo hip. Zeker de mijne niet. Motormuis was overigens ook niet van plan een vierwieler aan te schaffen. Zo'n dak belemmerde zijn vrijheid maar. Net als ik. Zo bleek later. De eerste keer dat ik ging samenwonen, want ik knielde niet zomaar voor de eerste de beste die op mijn pad kwam voor het altaar, deed ik dat met een studentikoos autootje. Dat was best leuk. Totdat ik er achter kwam dat hij net zo zuinig was als zijn auto. Niet dat hij arm was hoor, want hij had de kilo's goud en zilver in de achtertuin begraven. Nee, hij was zuiniger dan zuinig maar kon zijn. Net als zijn rode lelijke eendje. Toen ik op mijn
blondst was had ik heel even verkering met een schriel, mager (nee,
da's niet hetzelfde) ventje. Ik weet eigenlijk ook niet wat me bezielde,
behalve misschien een chronisch aandachttekort. Hij was taxichauffeur.
Nou ja, hij had een taxibedrijf met één auto, dat klinkt
wat imposanter. Zijn schrieligheid dacht hij te compenseren met een
afgetraind lijf. Hij deed aan kickboksen en was best sterk, maar bleef
schriel. Meer zo'n zak met botten. Verder deed hij heel intelligent
en aristocratisch. Wat hij niet was natuurlijk. Al dat gemis dacht hij
te op te heffen met een grote Volvo uit de 7-serie. Daar had ik, in
eerste instantie, nog wel wat associaties bij: veilig, betrouwbaar,
stevig en groot. Nadat ik hem wat beter leerde kennen, bleken de generaliserende
verhalen over mannen, auto's, ego's en penisvergroters een waarheid
als een koe. |