Metro
28-8-2003
Maagzuuropwekkende ergernissen
Goedemorgen. Als u nog niet ontbeten heeft, kunt u nu beter afhaken.
Of vast
een tussen-de-middag-boterhammetje uit uw tas opdiepen. Dat geldt dan
vooral
voor vrouwelijk Metrolezend Nederland, want deze column gaat over mannen.
En
heren, mocht ik uw eetlust opgewekt hebben, laat dan wel even dat
hardgekookte eitje achterwegen. Denkt u aan uw medepassagiers!
Zo. Kan die?
Oké. Als vrouw heb je zo je maagzuuropwekkende ergernissen ten
opzichte van
het mannelijke geslacht. Dáár ga ik het nu zo'n 530 woorden
lang over
hebben. En nee, dan praat ik niet over het u allen bekende veel beloven
en
niets doen, over het 'tuurlijk schatje dat doe ik zo meteen' (echnie),
het
never uitruimen van de vaatwasser, over het 'ik weet echt niet welke
kleuren
wasgoed er nou bij elkaar mogen', dan wel het 'ik dacht dat we alleen
bier
nodig hadden van de super', of het gegeven dat ie na drie jaar nog steeds
niet weet dat die kopjes links bovenin het kastje staan en de messen
rechts
in de la liggen.
Nee. Dát valt nog allemaal best mee.
Boterhammertje op? Mooi, want als u behept bent met een beetje fantasievol
inlevingsvermogen dan smaakt die volgende snee u de eerste uren vast
niet
meer. Ik doel op smerige gewoonten, die ze nóóit de eerste
week en zélfs
niet de eerste maand lijken te hebben. Nee, dan zijn het nog attente,
lieve,
stoere, onvermoeibare modelmannen. Als de buit eenmaal binnen is en
ze je
hart veroverd hebben, zo ongeveer dezelfde tijd als ze die laatste bos
rozen
meebrengen - , dán begint het.
Ik doel hier bijvoorbeeld op het zakkrabben. De man stapt een seconde
of
drie zo'n 100.000 jaar terug in de evolutie en krabt zich als een echte
holbewoner
onder zijn ballen, met een intensiteit die doet vermoeden dat ze de
afgelopen 20 jaar niet gewassen zijn. Er zijn zelfs exemplaren die hierdoor
slijtageplekken op hun broek veroorzaken. Moet u eens op letten.
En wat dacht u van het neusboren? Ongegeneerd - ze wanen zich zelfs
in een
drukke file onbespied - wroeten ze in neusgaten als een Dagobert Duck
die
ten westen van Duckstad een nieuwe goudmijn aanboort. En waar blijft
de
buit? We willen het niet weten. Mijn maag draait om als ik zo'n klodder
zie
verdwijnen. Smakelijk!
Nee, dan het scheten laten en boeren. In gezelschap gedragen ze zich
(meestal) nog wel. Maar zo gauw het vreemde volk de deur uit is, burpt
en
knalt het alsof het een lieve lust is. Er kan nog geeneens een simpel
sorry
van af. Wel een: 'Wat heerlijk schat dat ik helemaal mezelf kan zijn
bij
je." Nou, fantastisch.
Ver-heerlijkt kijken ze als ze met hun autosleutel of jóuw haarspeld
in hun
oren aan het peuteren zijn. 'Da's bijna nog lekkerder dan klaarkomen',
zei
een man ooit tegen me. Zijn ogen gingen er bijna van tollen. Mijn maag
ook.
Zeker als hij na afloop de 'opbrengst' tussen zijn vingers tot een bolletje
boetseerde en de 'ruimte' inschoot.
Dan hebben we nog het snuffen en snuiven. Al dan niet als neurotische
afwijking. Om over het tuffen, wij Brabo's noemen dat kitsen, nog maar
te
zwijgen. Eerst wordt het snot met een fikse inwaartse luchtstoot van
de neus
naar de keel getransporteerd. Dan de keel geschraapt (zodat die rochel
goed
loskomt) en de lading vervolgens met een kracht van 10 op de schaal
van
Richter naar buiten gewerkt. De uitvinder van papieren zakdoekjes moet
een
vrouw geweest zijn.
En ach, ik kan zo nog wel even doorgaan. Ze piesen op de bril, spetteren
tegen de tegeltjes, laten remsporen achter en veranderen de toiletpot
in een ware
racebaan, zonder ook maar een keer gas geven te hebben.
Nou dames, heb ik teveel gezegd? Geen honger meer zeker. Wedden dat
die
meneer tegenover u tijdens het lezen van deze column gewoon aan zijn
boterhammetje mét ei zit te knagen?
Terug ------------
Home ----
Geef
je commentaar