|
Geestelijke
kindermishandeling
'Je bent net zo'n klootzak als je vader'
Linda december 2005
TEKST RIA KERSTENS EN ELS ROZENBROEK
Ze
kopen leuke, warme winterjassen voor hun kroost en hippe leren laarzen.
Koken gezonde kost en verschijnen op elke ouderavond. Kortom: voor de
buitenwereld lijken het perfecte ouders. Jammer dat veel van die mensen
zich niet realiseren dat woorden ook blauwe plekken kunnen veroorzaken.
En dat er zoiets bestaat als geestelijke kindermishandeling.
De
een is niet slim genoeg, de ander te sloom en de derde lijkt sprekend
op zijn vader- die deugt ook nergens voor
Eva
is zeven en heeft moeite met lezen. Dyslexie, denkt haar onderwijzeres.
Onzin, vindt haar moeder. Eva is gewoon lui. Daarom moet Eva na schooltijd
een uur hardop voorlezen, terwijl haar ambitieuze moeder geïrriteerd
naast haar zit. Als Eva niet uit een woord komt, corrigeert haar moeder
haar zuchtend. Of op harde toon - het is maar net hoe haar bui is.
Negenjarige Reinier heeft zijn vader niet meer gezien sinds hij vier is.
Volgens zijn moeder lijkt het jongetje sprekend op zijn vader, zowel uiterlijk
als innerlijk. Een beetje introvert en achterbaks. Als hij geld nodig
heeft, pakt hij het stiekem uit de portemonnee van zijn moeder. Als de
juf boos op hem is, vertelt hij er thuis niets over. Als hij zijn fietssleutel
kwijt is, verzwijgt hij dat dagenlang. Zijn moeder probeert zich in te
houden, maar als ze moe en chagrijnig is, kan ze het niet laten haar zoontje
naar zijn hoofd te slingeren dat hij net zo'n klootzak is als zijn vader.
Een achterbakse leugenaar.
Kimberley is een verlegen, dromerige tienjarige die het liefst de hele
dag met een boekje in een hoekje zit. Haar moeder vindt echter dat ze
moet hockeyen en tennissen. Kimberley bakt er niets van op het veld. Ze
is bang voor de bal, maar dat vindt haar sportieve, extroverte moeder
maar lariekoek. 'Wat ben je toch een slome', slingert ze haar dochter
naar haar hoofd na de hockeytraining. 'Alle meisjes rennen de benen uit
hun lijf en jij staat maar een beetje suffig te kijken.'
David en Thomas gaan elk weekend naar hun vader, die hun moeder heeft
verlaten voor de vriendin met wie hij nu samenwoont. De weekenden zijn
gezellig, minder leuk is het om thuis te komen. Zoals die ene keer dat
ze allebei een felbegeerd Buzz Lightyear rugzakje hadden gekregen, die
mama meteen uit hun handen rukte. 'Die rotzooi komt er bij mij niet in',
siste ze hun vader toe die waar de kinderen bij stonden. 'Vertel dat kutwijf
van je maar dat in míjn huis geen plaats is voor smakeloze rotzooi.'
In tegenstelling tot haar mooie, sierlijke zusje is twaalfjarige Jet een
beetje lomp. Haar mond staat altijd een beetje open, wat haar gezichtje
iets slooms geeft. Haar vader maakt er grapjes over. 'Als je zo blijft
kijken, krijg je nooit een vriendje´, plaagt hij. ´Waarom
lijk je niet meer op je zus? Die moet de mannen nu al van zich afslaan.´
Zowel Eva als Reinier, David en Thomas, Kimberley en Jet worden tiptop
verzorgd. Ze dragen leuke kleren, krijgen bruine boterhammen met kaas
als ontbijt en hun kamertjes zijn gezellig ingericht. 's Avonds gaan ze
in bad en worden hun tanden door mama nog eens flink nagepoetst. Toch
zijn ze alle vijf slachtoffer van geestelijke mishandeling. De een is
niet slim genoeg, de ander te sloom en de derde moet elke avond horen
dat het wijf met wie zijn vader nu samenwoont een eersteklas trut is.
Of dat hij sprekend op zijn vader lijkt - die deugt ook nergens voor.
Of
we het nu leuk vinden of niet - we walsen vaak net zo makkelijk over de
kinderziel heen als onze ouders dat deden
Kinderpsychologen komen het elke dag tegen in hun praktijk: ouders die
zich niet realiseren dat woorden ook blauwe plekken kunnen veroorzaken.
Ze hebben heel bewust voor een kind gekozen, bestuderen nauwgezet de curven
van het consultatiebureau, kopen meteen een piano als hun kind blijk geeft
van de minste muzikaliteit en laten het op de eerste voetbaltraining verschijnen
in een perfecte outfit - inclusief peperdure, hightech kicksen. Op het
oog zijn het geweldige, zorgzame ouders. Er is echter één
probleem: ze hebben geen idee van de kinderziel.
Of we het nu leuk vinden of niet - uit elk onderzoek blijkt dat wij onze
kinderen bijna altijd opvoeden op de manier waarop we zelf zijn opgevoed.
Hadden we ouders die schoolprestaties reuze belangrijk vonden, dan verwachten
we van ons kind ook een hoge score op de Citotest. Vaders die altijd flauwe
grapjes maakten over het uiterlijk van hun dochters, hebben zonen die
hetzelfde doen bij hun kinderen. We zeggen bewust of onbewust dezelfde
dingen tegen onze kinderen waar we ons vroeger zelf rot aan ergerden.
Het tragische is dat de meeste ouders geen idee hebben dat ze opmerkingen
maken die hun kind tot in het diepst van zijn ziel raken. Ze flappen het
eruit in een slechte bui of als ze moe en geïrriteerd zijn en halen
later hun schouders erover op. Het kind moet maar begrijpen dat het zo
niet is bedoeld. Bovendien: we kunnen ze toch niet de hele dag prijzen?
Daar krijgen ze het maar hoog in de bol van.
Daarom is het geen gek idee als we allemaal regelmatig de debet-credit
test doen. Die gaat heel eenvoudig. Het enige dat is vereist is een flinke
dosis zelfkennis en eerlijkheid. Pak een vel papier en schrijf aan de
linkerkant hoeveel leuke momenten je de afgelopen week met je kind hebt
gehad. Knuffelpartijen. Vertrouwelijke gesprekjes op de bedrand. Samen
onder een warme plaid naar Dancing with the Stars gekeken. Koekjes gebakken.
Schaatsles genomen. Dubbel gelegen van het lachen. Trek een dikke streep
en beschrijf links op het papier de nare momenten. Alle keren dat je er
iets hebt uitgeflapt wat eigenlijk niet door de beugel kan: Wat ben je
toch onhandig. Snap je het nu nóg niet? Ik begrijp wel dat niemand
met jou wil spelen. Ik wou dat ik nooit aan kinderen was begonnen. Ben
je nu zo dom, of lijkt het maar zo? De momenten dat je gedesillusioneerd
reageerde omdat je kind tegenviel wat school- en sportprestaties betreft.
Die avond dat je het zonder nachtkus naar bed hebt gestuurd. Die keer
dat je bij het ontbijt al stevige ruzie had omdat je een flink ochtendhumeur
had. Of het moment dat je smalend opmerkte dat op zijn verlanglijst alleen
maar domme wensen stonden.
Als de debetlijst (links) lang is en de creditlijst (rechts) kort, dan
is er waarschijnlijk niet veel aan de hand. Dan ben je een gewone, leuke
ouder die af en toe de fout in gaat. Is de creditlijst echter vrij lang
of misschien wel langer dan de debetlijst, dan word het tijd je eens achter
de oren te krabben.
Eén troost: er zijn maar weinig ouders die hun kind bewust beschadigen.
Niemand krijgt een kind met de gedachte: 'Ik ga jou het leven eens flink
zuur maken.' De meeste ouders hebben gewoon nooit het goede voorbeeld
van hun eigen ouders gekregen en reageren vanuit hun eigen onverwerkte
emoties. Met tot gevolg dat ze de volgende generatie met precies dezelfde
problemen opzadelen. Het zijn overigens niet alleen rotopmerkingen die
kinderen voor de rest van het leven kunnen tekenen. Ook overbezorgde ouders
die hun oogappeltjes krampachtig tegen elk denkbeeldig gevaar proberen
te beschermen, moeten zich afvragen waar ze eigenlijk mee bezig zijn.
Dat geldt ook voor ouders die veel te veel van hun kinderen verwachten
(goed in sport, slim op school, vaardig op de piano, gevraagd voor elk
feestje en partijtje).
Het
komt erop neer dat we onze kinderen gebruiken om aan de buitenwereld te
laten zien hoe geweldig we zijn
Psychologe en auteur Dr. Martine Delfos beschrijft in Afscheid van het
normale kind iets waar ook veel ouders zich in zullen herkennen: intellectuele
kindermishandeling. Het komt erop neer dat we onze kinderen gebruiken
om aan de buitenwereld te laten zien hoe geweldig we zijn. We willen dat
ze intelligent zijn, sociaal vaardig, assertief, zelfbewust, creatief
én gelukkig. De druk die we daarmee op de schouders van onze kinderen
leggen is ontzettend zwaar. Kinderen beschikken over duizenden hypergevoelige
antennes, waarmee ze signalen van ouders feilloos opvangen. Ze weten dat
het een desillusie voor pa en ma is als er een VMBO advies uit de bus
komt, als ze slechts zelden voor een feestje worden uitgenodigd en een
spreekbeurt verhaspelen. Doen ze het niet goed, dan krijgen ze al snel
een etiketje opgeplakt: van ADHD als ze liever in bomen klimmen dan netjes
aan tafel zitten, tot rekenblind als ze moeite hebben met vermenigvuldigen
en motorisch gestoord als ze geen bal kunnen vangen. Werd er dertig jaar
geleden laconiek geconstateerd dat het kind gewoon niet zo slim of sportief
was, tegenwoordig wordt zoon- of dochterlief naar speciale gymnastiek
en privéles gestuurd, hoogebegaafd verklaard of een pilletje ritalin
in de mik geduwd. Het lijkt wel of kinderen tegenwoordig niet meer de
kans hun eigen ontwikkelingstempo te volgen. Delfos zegt dan ook streng
dat ouders moeten ophouden te bedenken wat zíj belangrijk vinden
en zich zouden moeten aanpassen aan de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling
van hun kinderen.
De Amerikaanse psychologe Alice Miller (auteur van onder andere Het drama
van het begaafde kind en In den beginne was er opvoeding) windt er ook
geen doekjes om. Zij beweert dat opvoeden vooral het manipuleren vanuit
onze eigen trauma's, frustraties en onzekerheid is. Veel ouders hebben
niet geleerd om naar hun gevoelens te luisteren. Sterker nog, ze hebben
van hun eigen ouders geleerd dat die gevoelens er niet toe doen. Dat je
erover heen kunt walsen of ze belachelijk maken. Zo wordt een kind dat
in een sportief gezin wordt geboren de tennisbaan opgejaagd, ook als het
liever met zijn dinosaurussen speelt. En kinderen van intellectuele ouders
krijgen steevast boeken voor hun verjaardag - ook als ze veel liever een
K3 cd willen of een baseballpet.
Ook het verwachtingspatroon dat ouders, vaak al voor de geboorte, van
hun kind hebben, kan voor problemen zorgen. Droom je van een dochtertje
om lekker mee te tutten en te winkelen, maar krijg je een eigenwijze meid
die alleen maar een spijkerbroek en sweater wil dragen en niets moet weten
van gelakte teennagels, dan kun je je flink bekocht voelen. Hetzelfde
geldt voor de vader die droomt van een zoon om mee te voetballen en die
wordt opgezadeld met een dromerig jongetje dat het liefst op de hoge hakken
van zijn moeder rondloopt.
Kinderen voelen het haarfijn als ze niet aan de verwachtingen van hun
ouders voldoen. Ze gaan op hun tenen lopen of klappen emotioneel dicht.
Storten zich in hun eigen droomwereld of in vechtpartijen. Worden bang
of apathisch. Plegen verzet of gaan in discussie. Kortom: het ene kind
reageert zus, het andere zo en dat heeft vooral te maken met temperament,
innerlijke kracht en karakter. Maar voor al deze kinderen geldt dat ze
uiteindelijk flink beschadigd uit hun jeugd tevoorschijn komen. Natuurlijk,
de perfecte ouder bestaat niet. Het is onzinnig van jezelf te eisen alles
goed te doen. Maar het is wel verstandig af en toe die debet-creditlijst
te maken. En eerst tot tien te tellen en daarna pas je mond open te doen.
Een sfeer te creëren waarin je kind zichzelf kan zijn: slim of minder
slim, sportief of onhandig, sociaal of verlegen. Het gaat immers om liefde
en waardering, niet om goals en targets.
|
|
andere
artikelen in Linda magazine
wil
je krassen
in mijn gastenboek?
Webdesign, vraag
meer informatie
|
|