Tekst:
Ria Kerstens 'Indrukwekkend zo'n leeg stadion', zegt de van oorsprong Helmondse cabaretier Leon van der Zanden als hij na de wedstrijd PSV-Ajax de voetbalarena overziet. Hij ziet overeenkomsten met het theater. 'Toen we het stadion binnenkwamen dacht ik: die jongens gaan hier straks voor ons optreden. Ze zijn misschien net zo zenuwachtig als ik voor een show en worden ook nog eens van alle kanten bekeken. Ik zag Farfan zijn onderbroek goed trekken straks. Tja, hij kan op het veld geen enkele hoek vinden waar niemand hem ziet Cabaretier
Leon van der Zanden: Met Leon van der Zanden naar het voetbal kijken is als met een kind naar de speeltuin gaan. Zijn enthousiasme is besmettelijk. Dat enthousiasme is tekenend voor de uit Helmond afkomstige, maar tegenwoordig in Amsterdam wonende cabaretier. Van der Zanden, bekend om zijn shows 'Een coole snelle jongen met een zachte bruine vacht' (2002), 'Hoerejong' (2003), 'Zwarte Hond' (2004) en zijn Omroep Brabantprogramma 'Olifantendoders', heeft een energie en een glimlach die mensen in beweging zet. De 27-jarige Helmonder probeerde met zijn show 'Hoerejong' van zijn vriendelijke imago af te komen door zich harder op te stellen. In real life blijkt hij toch die aardige, coole, snelle jongen met een bruine, zachte vacht.
Die kleur kreeg hij van zijn moeder, afkomstig uit het Afrikaanse Mauritius. Van zijn vader, een echte Helmonder, kreeg hij zijn Brabantse inborst. En hij mist Brabant nu hij in Amsterdam woont. Zo erg, dat hij overweegt om terug te keren. De hardheid van de grote stad maakt hem ook harder en hij 'wil liever de jongen zijn die zich een beetje schikt en aanpast in het dagelijkse leven, dan de jongen die altijd maar doordrukt.' Hij vertrok destijds omdat het anonieme van een stad als Amsterdam hem wel aantrok; hij werd er niet herkend. Maar in Brabant komt hij nog altijd thuis. Het voelt vertrouwd. Jaren terug verzette hij zich er tegen, als hij er nu komt hoort hij er bij. Brabant heeft voor hem iets relativerends, een soort Bourgondische kijk op het leven. En zijn Brabantse toonje doet het goed in de rest van Nederland. Wat uit Brabant komt, moet goed zijn, vindt de rest van Nederland dankzij Hans Teeuwen (die: 'Ik geloof in jou', als prachtig commentaar op Van der Zanden gaf) en Theo Maassen. Open
lijn Van der Zanden moet het publiek aanvoelen, een toon zetten en duidelijk maken wat er die middag of avond gaat gebeuren. In de gaten hebben of ze meegaan, of niet. Als mensen niet naar hem luisteren, zoals een tijd terug in de Wildeman op de markt in Eindhoven, moet hij zien te overleven. Dan doet hij zijn show voor die paar mensen die toevallig wel interesse hebben. Gelukkig vormen dit soort voorstellingen een uitzondering en is hij meestal de publiekslieveling.
Als kind wilde hij geen politieman worden, of brandweer. Ook geen piloot. 'Ik wilde iets betekenen En wát ik uiteindelijke ook zou gaan doen, ik wilde beroemd worden. Naam maken. Een indruk achterlaten bij mensen.' Zijn wens om bij het toneel te gaan, kwam pas veel later. 'Ik deed mee aan musicals op de middelbare school en in die tijd zag ik voor het eerst een show van Youp van 't Hek. Prachtig! Hij stond in zijn eentje voor een heel grote zaal waar het publiek het ene moment hard lachte, en het andere doodstil was. Ieder woord wat hij zei was raak, hij kreeg alle aandacht.' En aandacht is heerlijk, vindt Leon van der Zanden. Als kind vond hij dat al. Hij wil geen tweede Youp worden, en ook geen alter ego van Theo of Hans. 'Ik wil dat mijn programma perfect wordt in mijn eigen vorm. Mijn eigen stijl. Ik ben voortdurend bezig om Leon van der Zanden te vervolmaken.'
Een behoorlijke portie aandacht is wel koren op de molen van Van der Zanden, maar te veel - in de zin dat je overal en altijd in de gaten wordt gehouden en mensen steeds aan je gaan zitten - moet het niet worden. 'Theo Maassen heeft volgens mij wel last van zijn beroemd-zijn, maar is gewoon zichzelf gebleven. Voor mij is het een valkuil. Ik word er lui van. Niet arrogant, maar eerder een soort slaaf van de mensen die mij te gek vinden. Ik laat mijzelf los. Daarom heet mijn tweede programma 'hoerejong', ik kan in die zin de hoer zijn van mensen. Ik voel precies aan wat ze willen.' Hoe zorgt Van der Zanden er dan voor dat hij zichzelf niet helemaal kwijtraakt? 'Als ik op 't podium sta, probeer ik zo goed mogelijk contact te houden met mijn lichaam. Mijn geest kan alle kanten uit. Naar gisteren, naar de grap die gaat komen of naar de mislukte grap van zo-even. Je moet je niet gaan aanpassen omdat een grap mislukte, of dat je bang bent voor de grap die gaat komen. Doordat ik in mijn basis blijf, is improvisatie mijn sterke kant. Het gaat op het toneel om adrem zijn, en bij mij ligt er altijd wel iets klaar op het puntje van mijn tong.'
| |
|