Cees
Le Mair: "Dit is wat er uit mij komt"
De
bezoeker die voet zet op het erf van Eindhovens beroemdste kunstschilder Cees
le Mair (1944), waant zich op z'n minst in het zuiden van Frankrijk. Zeker op
een zonnige dag als deze. Verscholen in het groen, ademt de tuin een sfeer uit
die niet van deze wereld lijkt. Niet bepaald een architectonisch aangelegde stadstuin.
Wel een die net zoveel rust uitstraalt als - zo blijkt even later - de meester
zelf. Eenmaal door het hek, om de honden, kippen en ander gefladder binnen
te houden, verwacht ik ieder moment ontvangen te worden door een aantal witgejurkte
muzes met bloemen in het haar. Er verschijnt niet meer vrouwelijk schoon in mijn
blikveld dan een wit wassen beeld onder het afdak en dus volg ik de kwispelende
hondjes door een uitnodigend openstaande keukendeur. Om te belanden in het sprookje
van duizend-en-een-nacht

Aan
tafel in zijn, zelfgebouwde, serrekamer zit schilder, muzikant, beeldhouwer, maquettebouwer,
schrijver, levenskunstenaar én ondernemer Cees le Mair aan de thee met
fotograaf John Claessens. (Cees heet officieel Cornelis, maar die naam was volgens
hem door Fransen en Engelsen nauwelijks uit te spreken). Het zijn alleen foto's
die een beeld kunnen geven van de woon- en werkomgeving van deze detaillist in
hart en nieren. Woorden schieten tekort voor een beschrijving die recht doet aan
de sfeer die deze man in 32 jaar tijd in zijn boerderij creëerde. Tijdens
de rondleiding door zijn grootste levens(kunst)werk, zal blijken dat er nergens
een stukje muur onbedekt is gebleven. Vanuit zijn slaapkamer boven lopen we naar
het balkon dat overgaat in een loopbrug door de tuin. Halverwege een terras met
uitzicht op de stad Eindhoven, en neerkijkend op de tuin met een prieel aan het
water en het afdak waar Cees de laatste hand legt op zijn derde wassen beeld.
De loopbrug leidt verder naar waar eens de koeien loeiden, maar nu Le Mairs tweede
huis en atelier gevestigd is. Ook daar is iedere ruimte, iedere muur, iedere centimeter
met zorg in de sfeer gebracht die zo typerend is voor de kunstenaar. "Natuurlijk.
Dit is wat er uit mij komt. Als ik een ruimte heb die ik een beetje kan versieren,
gebeurt er dit kennelijk. Ik sta er zelf soms ook wel verbaasd van. Vraag ik me
af: moet dat nou allemaal? En nee, het hoeft niet per se, maar het gebeurt wel.
Ik houd niet van een kaal interieur en ik verzamel graag dingen. Mooie dingen.
Glazen, kruiken, porselein. Ik kijk uit mijn doppen als ik reis en wat ik mooi
vind neem ik mee."
'Het is wat het is', is een uitspraak die wel bij Cees le Mair past. Al filosoferend
over zijn keuze voor het kunstenaarschap vraagt hij zich af: "Had ik eigenlijk
wel een keuze?" Hij was als kind altijd al bezig met schilderen, tekenen,
boetseren, schrijven en muziek. Op school zag hij het niet zo zitten. Na de lagere
school ging hij naar de mulo en omdat hij daar slecht presteerde, kwamen zijn
ouders op het idee hem te laten testen. Zijn score bleek boven ieders verwachting.
Hij maakte de mulo niet af maar ging doen wat hij leuk vond: de kunstacademie.
Daar bleek leren geen enkel probleem. Het bestuderen van de anatomie, toch niet
bepaald een gemakkelijk vak, kostte hem geen enkele moeite. Hij deed wat hij wilde
doen. Klassiek Als
kunstschilder kende Le Mair nooit de armoede die soms zo typerend is voor kunstenaars.
Meteen na zijn afstuderen verkocht hij zijn werken binnen enkele dagen. Hij had
altijd klanten, zoals destijds burgemeester Linders van Bergeijk, die weg waren
van zijn werk en die al schilderijen van hem kochten toen hij nog thuis bij zijn
ouders woonde. "In het begin heb ik wat surrealistisch werk gemaakt, maar
mijn stijl is eigenlijk altijd klassiek geweest. Daar waren meteen al liefhebbers
voor. Ik had in 1965 al een tentoonstelling in de Lambertusstraat die ik helemaal
leeg verkocht. Als ik niets zou hebben verkocht, had ik naar een alternatief moeten
zoeken. Dan had ik er iets bij moeten gaan doen. Maar juist omdat het zo goed
liep was het vanzelfsprekend dat ik bleef schilderen. Ik kon met mijn schilderijen
meer verdienen dan met wat dan ook." Cees le Mair wordt door de
belastingdienst aangemerkt als een ondernemer, maar laat het zakendoen graag aan
anderen over. "Ik ben een slechte ondernemer", zegt hij en laat zijn
financiële zaken aan zijn boekhouder, en de prijsbepaling van zijn werken
aan galeries over. En die prijzen van zijn schilderijen liegen er niet om:
zo'n 20 tot 25.000 euro per stuk. Bedragen waarvan hij zelf lachend zegt dat hij
zich een dergelijke uitgave niet zou kunnen veroorloven. Commerciëler is
Le Mair er niet van geworden. "Ik heb nooit gekeken naar wat mensen graag
wilde hebben", zegt hij. "Het maakt me niet zoveel uit of iemand het
mooi vindt, ik maak ze toch wel. Maar ik heb het geluk gehad dat mensen het wilde
hebben en kochten." Zoveel als Cees vroeger schilderde, schildert
hij al lang niet meer. "Hoe meer ik betaald krijg, hoe minder ik schilder.
Ik heb ideeën genoeg, maar schilder net zoveel als dat ik nodig heb om van
te leven en om de dingen te financieren die ik graag doe en geen geld opbrengen".
Le Mair doelt op zijn beelden, zijn boek en het fantasiepaleis Vanitas, een grote
architectuurmaquette van ongeveer drie bij drie meter en ruim anderhalve meter
hoog, waaraan hij drie jaar aan werkte. (zie kaders) 
IJdelheid Vanitas,
betekent zoveel als ijdelheid der ijdelheden. Hoe ijdel is Le Mair zelf? "Ik
denk niet ijdeler dan nodig is om een schilderij te maken. Ik maak mij geen enkele
illusie over mijn uiterlijk. Maar ijdelheid kan ook gaan over je innerlijk. Toch
maakt waardering mij niet ijdel. Ik vind het leuk dat mensen mijn werk waarderen,
maar het heeft mij nooit kunnen manipuleren of sturen. Ik haal mijn inspiratie
toch uit mijzelf. Ik ben een verzamelbak van wat ik genetisch meekreeg van mijn
ouders, mijn opvoeding, mijn omgeving, cultuur en indoctrinaties. Ik heb geen
pretenties. De critici hebben vaak slecht over mij geschreven. Niet alleen over
mijn boek, ook over mijn schilderkunst. Ik heb veel op mijn donder gehad vroeger,
het was helemaal niets. Het was ouderwets en niet creatief, niet origineel. Niet
dit, niet dat." Muzes Geen
Muze(s) voor Le Mair. In tegenstelling tot andere kunstenaars kiest hij in deze
periode van zijn leven voor een solitair bestaan. "Nee, ik moet alleen zijn,
dat vind ik heerlijk. Ik heb het wel geprobeerd, maar dan krijg je weer die verstrikking.
Je raakt ontvoerd en verliefd en dan lijdt mijn werk er onder. Ik moet niet zo
expliciet iemand in mijn leven hebben, dat kost me teveel tijd, aandacht en inspiratie.
Niet dat zij dat opeisen, beslist niet. Maar ik zit zo in elkaar."
Muziek In het
huis van Cees le Mair staan verschillende, door hem gemaakte en beschilderde muziekinstrumenten,
waaronder een spinet. Cees kocht de specifieke onderdelen en bouwde er zelf een
instrument omheen. Muziek speelde altijd een belangrijke rol in het leven
van de kunstenaar. Optreden doet hij de laatste jaren niet meer, maar vroeger,
in zijn studententijd verdiende hij er de kost mee. In de jaren zestig richtte
hij samen met Piet Hein de Vos de Washboard Stringband op. Cees was in die tijd
beroemd om zijn fingerpicking-stijl op gitaar. Het duo speelde vooroorlogse Amerikaanse
muziek en kreeg al snel versterking van pianist Bobby Heiligers, bassist Hans
Bongers, mondharmonicaman Rob en Charly Heitlager, wasbordbespeler. De Washboard
Stringband speelde de swingende muziek van de zwarte Amerikaanse plattelandsbevolking
in de jaren twintig en dertig. Muziek van arme mensen die gemaakt werd met de
goedkoopste instrumenten, gitaar, mondharmonica, kazoo, wasbord, 'theekistbas'
en een ouwe kan ('jug'). In 2003 kwam de formatie voor het laatst bij elkaar tijdens
het Folkwoodsfestival. Vanitas,
een roman In zijn debuutroman Vanitas verhaalt Le Mair over de jonge kunstschilder
Caspar Lestrange. "Natuurlijk is het voor een deel autobiografisch",
zegt Le Mair. "Eigenlijk is niets verzonnen, alle gebeurtenissen hebben plaatsgevonden,
maar de samenhang is anders. Een groot stuk van mijn jeugd is samengeperst in
een roman die zich afspeelt in een tijdspannen van een half jaar. Het gaat
over de motivatie om dingen te doen, hoe ik de wereld als kunstenaar bekijk, wat
mijn energiebron is." Vanitas (ijdelheid der ijdelheden) kreeg niet echt
lovende kritieken in de pers, maar daar lag Le Mair niet wakker van. "Ik
schreef het omdat ik een verhaal in mijn kop had en werkte er 15 jaar aan. Niet
elke dag, maar af en toe begon ik er eens aan. Ik ben geen schrijver, ik maak
een boek omdat ik het leuk vind. En een uitgever vond het blijkbaar goed genoeg
om het uit te geven. Ik krijg regelmatig brieven van mensen dat ze mijn boek geweldig
vinden. Die hebben er van genoten. Niet dat ik het daarom doe. Mijn motief is
eerder een soort drang, een dwangmatig iets. Ik móet het doen en laat het
niet afhangen van het publiek."
 | |  |
Vanitas;
een fantasiepaleis Eind
vorig jaar exposeerde Le Mair zijn fantasiepaleis Vanitas in Museum Kempenland.
Een grote architectuurmaquette van ongeveer drie bij drie meter en dik anderhalve
meter hoog. Het paleis is een harmonieuze combinatie van allerlei stijlen en stijlelementen
van Italiaanse, Russische, Oosterse en Chinese origine. Deze zijn samengesmolten
tot een sprookjesachtig geheel met veel verrassende details. De eerste krabbels
voor het fantasiepaleis Vanitas zette Le Mair al in 1998 op papier. Met de bouw
startte hij kort voor de millenniumwisseling. De maquette laat een imaginair,
sprookjesachtig bouwwerk zien dat uit meerdere paviljoens met torens en torentjes
bestaat. Allerlei cultuur- en stijlinvloeden zijn tot een bont, barok geheel,
samengebracht. Beelden "Ook
dit is een 'echte' Le Mair", zegt de Eindhovense kunstenaar lachend tijdens
de rondleiding op zijn erf. Het, levensgrote, wassen beeld is het derde dat hij
maakte. Niet bepaald een commerciële activiteit vanwege het arbeidsintensieve
karakter en de hoge kosten om het af te gieten in brons. Wel een liefhebberij
die afwisseling brengt in zijn kunstenaarsleven en die hij puur beschouwt als
hobby.
| |