|
Mateja
Kezman begon zijn carrière bij FK Zemun. Na te zijn uitgeleend
aan achtereenvolgens Radnicki Pirot, FK Loznica en Sartis Smederovo vertrok
hij in 1998 naar Partizan Belgrado, de club waar hij al jong supporter
van was. Tijdens zijn tweede en laatste seizoen werd hij met 28 treffers,
topscorer van de club. In de zomer van 2000 verhuisde Kezman naar PSV.
Het
andere gezicht van
Mateja Kezman
In
de NRC werd hij een 'kunstenaar in overleven' genoemd. Iemand die zich,
op weg naar het doel, door niemand laat weerhouden. Andermaal een 'dribbelend
kruitvat' met het imago van een straatschoffie. Een voetzoeker die met
schokkende schouders in een kaarsrechte lijn op zijn doel afgaat. Topscorer,
topvoetballer, arrogant en zelfverzekerd. 'In Bedrijf' ging op zoek naar
de mens achter de 24-jarige voetballer van PSV en herkende in Mateja Kezman
niets van de hierboven gegeven omschrijvingen.
Hij
noemt zichzelf een vechter, een optimist en een gewone jongen die soms
te veel wil en zo nu en dan ontplofbaar is. Maar hij kan sorry zeggen
als hij fout zit. Arrogant? Nee, dat niet. "Ik heb respect voor iedereen.
Soms lijkt dat misschien niet zo, maar als die mensen met mij naar het
café zouden gaan en een half uurtje met me praten, komen ze er
vanzelf achter dat ik niet arrogant ben. Weet je, in Belgrado ben ik veel
op televisie geweest. Zo hebben de mensen daar, mij beter leren kennen.
Daarom is het jammer dat ik hier zo weinig de kans krijg die andere kant
van mezelf te laten zien."
Vaderschap
Hij krijgt een grote brede glimlach op zijn gezicht als hij praat over
zijn tweejarige zoon en zijn pasgeboren dochtertje. Het vaderschap heeft
hem veranderd, rustiger gemaakt. "Er is nu altijd iemand die op mij
wacht", zegt Kezman. "En dat is fantastisch. Ik wil alle tijd
van de wereld aan mijn kinderen geven." Toen zijn vrouw nog zijn
vriendin was, deed hij nog wel eens gekke dingen met vrienden. Ging hij
feesten en kwam hij soms nachtenlang niet thuis. "Nu wil ik elk vrij
uur dat ik heb met mijn kinderen doorbrengen. Als ik thuiskom en mijn
kinderen zie, vergeet ik alles. De wereld is dan prachtig."
In
het begin van zijn carrière bij PSV woonde Mateja Kezman, toen
nog als vrijgezel, in een appartement in Eindhoven. Later verhuisde hij
naar een woning in woensel, maar uiteindelijk vond hij de stad te druk
en het huis te klein. Niet alleen om zijn kinderen te laten opgroeien,
maar ook om zijn familie en vrienden uit Belgrado onder te brengen. Tijdens
zijn zoektocht naar een passend onderkomen, liet Kezman zich twee jaar
geleden verleiden door de charmes van het mooie Nuenen. De absolute tegenstelling
van zijn geboortestad Belgrado, waar drie miljoen mensen wonen en 24 uur
per dag leven in de brouwerij is.
"Daar is alles snel, hier is alles langzaam. In het begin was het
wel wennen ja, maar ik was altijd in de stress, en hier kom ik tot rust.
Dat is goed voor mijn gezondheid. Nuenen is een mooi en rustig dorp, ik
heb goede buren en een prima relatie met de andere dorpsbewoners. Ik ben
blij met Nederland, het is mijn tweede thuis geworden. Alleen jammer van
het slechte weer."
24
uur per dag eten
Niet dat Mateja zijn geboortestad niet mist, of eigenlijk mist hij meer
de cultuur van zijn volk. Hij reist daarom regelmatig tussen de wedstrijden
door met zijn gezin naar de hoofdstad van Servië. Het eerste wat
hij doet als hij terug thuis komt is met zijn vrienden naar een café
gaan en bier drinken. "Mensen lijken daar meer tijd te hebben voor
elkaar, meer te genieten van het leven. Als ik thuis kom in Belgrado,
krijg ik meteen een warm gevoel. Nederlanders zijn wat afstandelijker,
anders. Ze lijken meer gespitst op zekerheden en lijken soms weinig anders
te doen dan werken, naar huis gaan, slapen en weer gaan werken. In Belgrado
is er altijd leven in de brouwerij én dag en nacht de mogelijkheid
om ergens iets te eten. Tussen één en drie uur 's middags
een warme lunch en 's avonds tussen tien en twee uur 's nachts kun je
overal terecht voor het diner. Hier zijn de keukens van de restaurants
rond tien uur gesloten. Dat was wel even wennen ja."
Kezman
is een echte familieman. Zijn ouders zijn net een hele periode in Nederland
geweest in verband met de geboorte van hun kleindochter en Mateja's broer
is ook regelmatig in Nuenen te vinden. En als ze elkaar niet zien, dan
bellen ze iedere dag. Hij noemt zijn familie, zijn gezin en zijn vrienden
de grootste kostbaarheid in zijn leven. "Dat is het allerbelangrijkste",
zegt hij en benadrukt dat hij eigenlijk maar drie echt goede vrienden
heeft waarmee hij alles samen doet.
Niet extravagant
Hoe zijn leven er na zijn dertigste uit zal zien? Hij maakt er zich nu
nog geen zorgen over. "Ik zit nooit stil, ben eigenlijk altijd met
van alles bezig." Samen met een paar vrienden houdt Kezman zich de
afgelopen jaren bezig met projectontwikkeling in Belgrado. "Daar
doen we goede zaken, maar of ik dat straks fulltime ga doen? Geen idee."
Ondanks zijn riante inkomen, leeft Mateja Kezman niet extravagant. "Ik
ben niet het type dat rare dingen met mijn geld doet. Ik hoef niet het
allerduurste of allergrootste te hebben. Ik heb veel respect voor geld.
Geld geeft zekerheid in je leven. Het is fijn als je je daarover geen
zorgen hoeft te maken. Dat je, als je 's ochtends wakker wordt, weet dat
er genoeg geld is om samen met je familie een fijn leven te leiden."
Kezman is jong, maar niet zorgeloos. Want de zorg voor zijn minderbedeelde
medemens in Servië houdt hem bezig. "Het is fijn om geld te
hebben om iets extra's te doen voor je medemens', zegt hij. "Bijvoorbeeld
door het financieren van kleding of medicijnen. Dat zijn vooral projecten
voor kinderen, want zij hebben er niet voor gekozen om in ellende en armoede
geboren te worden."
Voeten op de grond
Op zijn 19e werd hij in zijn geboortestad Belgrado al door zijn supporters
op handen gedragen. De supporters van de rivaliserende club Rode Ster,
waren nog veel erger dan zijn antifans in Nederland. "Soms moest
ik echt gas geven met mijn auto om geen klappen te krijgen, vertelt Mateja.
"En in Brabant krijg ik veel respect als voetballer, zeker van de
supporters van PSV. De reacties van de aanhangers van die andere clubs
zijn normaal. Het maakt me niet zo veel uit, het hoort er bij."
Toen hij in Servië een rijzende ster was, hield zijn familie hem
met zijn voeten op de grond. "Ik heb het geluk om goede familie en
vrienden te hebben die me, als dat nodig is, zonder pardon corrigeren.
Ze stonden achter me, maar schopte me altijd weer terug in mijn schoenen.
En ach, nu ben je misschien een ster, als je dertig bent is iedereen je
weer vergeten."
|
wil
je krassen in mijn
gastenboek?
Webdesign,
vraag meer informatie

|
|