Hollandse Nieuwe
korte verhaaltjes
Maandelijkse uitgave voor Nederlandse toeristen op Gran Canaria

Terug naar Tekst

Plafond
Ik lig op mijn rug. Dat is helemaal niet erg als je dat op het strand doet met je blote lijf in de warme zon. Ook geen ramp op een dekentje, samen met je lief, kijkend naar de sterrenhemel. Mijn op mijn rug liggen is meer te vergelijken met een omgevallen schildpad die niet meer op zijn buik kan komen. Mijn pootjes spartelen in het luchtledige en ik wil wel, maar kan niet opstaan. Even voel ik me zielig en hulpeloos. Dan realiseer ik me dat ik gewoon een ezel ben.

Ik ben het type dat altijd in de weer is. Niet met één, maar altijd met een heleboel dingen tegelijk. Nog even dit, oh… en dat ook nog. Zo'n type van: kom maar, dat doe ik wel. (niet omdat ik zo opofferig ben, maar ik blijk nog steeds te weinig NEE te zeggen en het té vaak (denken) beter te weten en te kunnen. En dan krijg je het druk. Veel te druk.

En omdat dat zo'n prachtig oud patroon is waar ik zo lang heb ingezeten, voel ik daar niks van. Nou ja, weinig. En maar doorgaan. Niks nie naar mijn lijf luisteren, dat gaat wel weer over.

Het is niet dat ik niet al vaker in die valkuil ben gesodemieterd. Maar ja, Oost-Indisch blind (en doof) hé. De laatste keer, een jaartje of twee geleden, dacht ik mijn les geleerd te hebben. Ik zou meer NEE zeggen, meer aan andere overlaten, eerder hulp vragen en naar mijn lijf luisteren. Dat ging schrikbarend goed. En nog best lang ook.

En net als je voorzichtig begint te bedenken dat het eigenlijk allemaal heel erg goed gaat, word je terug naar af verwezen. Langzaam maar zeker stapelde de stress zich op. De signalen kwamen in mammoetvorm voorbij, maar ik was te druk met andere dingen die natuurlijk veel belangrijker waren. Had ik in de gaten dat mijn hoofd het belangrijkste onderdeel van mijn lijf geworden was. Dat ik met mijn nekspieren een pijl naar de maan kon schieten, mijn onderrug zo stijf als een plank was en dat je op mijn leeftijd misschien eens wat vaker vóór twee uur 's nachts je nest in moet duiken. Welnee joh.

Doorgaan, vooral doorgaan. En dat deed ik. Dan begint de kosmos je nog duidelijkere signalen te geven. Maar ik ben al aan één kant half doof en in die andere zat een bos prei. (of wortelen) Dus ik hoorde (of zag - want die stengels zaten in de weg) niks.
Nu wel. Het plafond. Dat moet nodig gewit worden…