|
Elisa Carter is lid van de Raad van Bestuur van GGzE en de Kempen. Ze
is een van de weinige vrouwen die deel uitmaken van de raad van bestuur
van een instelling in de gezondheidszorg. Onlangs werd ze 'Eerste zwarte
vrouwelijke manager 2005'. Een prijs van businessclub Zwarte Zakenvrouwen
Nederland. Carter werd geboren in Guyana, groeide op in Suriname en werkt
al ruim 27 jaar in Nederland in hoofdzakelijk bestuurlijk eindverantwoordelijke
functies in de gezondheidszorg. Niet strak en serieus zoals zoveel bestuurders,
maar joviaal, met passie en een gulle lach.
Elisa
Carter uitgeroepen als eerste Zwarte Vrouwelijke Manager 2005
Eerste
zwarte manager van het jaar 2005. Hoe belangrijk en vooral, hoe nodig
is deze aandacht voor de zwarte vrouw nog in deze tijd?
Carter: 'Toen ik hoorde dat ze me nomineerden, was mijn eerste reactie:
moet dat nou echt? Ik stond twintig jaar geleden al op de barricade voor
de zwarte vrouwen. Maar het antwoord is: héél belangrijk!
Het is nodig, want die achterstand is er nog steeds, het is zelfs erger
geworden. Als je kijkt naar de randstad, een gebied waar veel zwarte vrouwen
wonen, zie je dat veel vrouwen hun carrièreplafond hebben bereikt,
terwijl hun competentieplafond veel hoger ligt. Sommigen krijgen zelfs
helemaal geen kansen. Deze problematiek geldt voor alle vrouwen, maar
specifiek voor zwarte vrouwen. Kijk ook maar in Eindhoven, daar zit nauwelijks
een zwarte vrouw hoog op de ladder...'
Merk jij daar zelf nog veel van?
Carter: 'Nee. Ik ben door de storm heengegaan en zit nu ergens waar een
lekkere koele bries waait en ik op mijn gemak mijn werk kan doen. Als
je jezelf bewezen hebt gaan mensen zeggen dat je het goed doet. Dat is
het moment dat je niet meer dubbel hoeft te presteren. Ik krijg nog wel
eens de opmerking: "Ik merk er niks van dat je zwart bent".'
Ervaar je zo'n opmerking als een belediging?
Carter: 'Eerst wel, nu niet meer. Eerst dacht ik; hoezo? Ben ik verbleekt
of zo? Is het norm dat je man én wit moet zijn om iets te kunnen
presteren? Nu begrijp ik dat ze eigenlijk zeggen dat het niet uitmaakt
of je zwart of wit bent, man of vrouw.
Vooroordelen heersen dus nog steeds?
Carter: 'Sommige mensen vragen zich af hoe het komt dat ik hier aan de
top zit. En ja, ik ben in het verleden behoorlijk getest. Slechts een
enkeling geeft op den duur toe dat ze het verkeerd hebben gezien.' En
ik ben hier niet gekomen om getest te worden maar om daar waar nodig,
zaken op orde te brengen.
De
gezondheidszorg is een softe sector. Zou je ook in het gewone zakenleven
als vrouw gemakkelijk geaccepteerd worden op zo'n positie?
Carter: 'Als er mannen zitten die beseffen dat ze die vrouwelijke touch
nodig hebben in combinatie met andere kwaliteiten, ja. Dan denk ik dat
ik daar ook de ruimte zou krijgen om te presteren. Ik hoor vaak genoeg
topmannen in grote bedrijven aangeven dat ze die touch missen.Als zij
de kans zien die binnen te halen, zullen ze dat ook zullen doen.'
Wat
me opviel in het artikel dat ik over je las in 'Ronduit Intergraal', het
interne blad van de GGzE, is dat je je bewust bent van je vrouwelijke
kwaliteiten. Die ook als meerwaarde ziet in die mannenwereld. Veel vrouwen
aan- of op weg naar de top gaan zich juist als 'man' gedragen, terwijl
die zachte kant een organisatie juist in balans kan brengen.
Carter: 'Je moet vooral jezelf blijven. Ik ben een vrouw, dus gedraag
ik me zo. Natuurlijk heb ik ook een paar mannelijke trekjes zoals veel
mannen tegenwoordig gelukkig steeds vaker ook 'vrouwelijke'trekjes tonen
. Het gaat om de balans tussen zakelijkheid en emotie. Humor is belangrijk,
maar je seksualiteit speelt ook een rol. En dan heb ik het niet over rondlopen
in een kort rokje, maar het gebruiken van je charmes en je verschijning
als vrouw in je functie. Ik ben me daar de laatste jaren meer bewust van
geworden. Het heeft alles met intelligentie én presentatie te maken.
Dat beïnvloedt de manier waarop mensen met je omgaan, en hoe serieus
ze je nemen.Mannelijke leidinggevenden koketteren ook met hun mannelijkheid
door bewust "resolute kracht" uit te stralen of een "vaderlijke
approach" te hebben.'
Je
bent een serieuze, intelligente vrouw, maar ook een humorvolle collega.
Hoe ervaren je -mannelijke- collega's en medewerkers dat?
Carter: 'Ik ben vaak heel jofel en dat wordt wel eens verkeerd begrepen
ja. Gisteren was ze jofel, vandaag is ze heel serieus en streng. Dat heb
ik, en merk dat mensen daar soms onzeker van worden. Ik kan soms heel
impulsief vanuit mijn buikgevoel reageren. Zo zit ik in elkaar, zo zit
de wereld in elkaar. Ik werk niet altijd volgens het boekje. Ik heb wel
geprobeerd om met dat karakterstuk iets te doen, maar dat lukt niet zo
'
Ben je een echte peoplemanager?
Carter: 'Ik ben een combinatie, heb wel oog voor mensen. Ik moet zakelijk
blijven maar dat betekent niet dat ik geen emoties heb als ik afscheid
moet nemen van iemand. Zeker als ik weet dat die vreselijk zijn best heeft
gedaan maar de capaciteit mist. Maar ik ben niet iemand die iets uitstelt
omdat het te moeilijk of pijnlijk voor mezelf is.
De fotograaf komt binnen. Elisa Carter checkt even hoe ze er uit ziet.
In november 2004, toen je net bij de GGzE kwam
had je dreadlocks, nu een keurig kort kapsel. Ben je toch wat meer in
de maat gaan lopen na verloop van tijd?
Carter: 'Ik vond mezelf er te oud uitzien met die dreadlocks, met dit
kapsel lijk ik jonger. Ik ben 50 maar wil er niet zo uitzien
De
dreadlocks had ik omdat ik wilde laten zien, vooral aan die jonge meiden
die nu dreadlocks hebben, dat je ook met deze look een behoorlijke positie
kan krijgen. Ik ben met dreadlocks op deze positie aangenomen. Nu ik deze
prijs heb gewonnen heb ik spijt dat ik ze af heb laten knippen. Want met
dat haar en die prijs zou ik nog een groter statement gemaakt kunnen hebben.'
Had
je liever de prijs gehad van de 'beste vrouwelijke manager', of zelfs
'beste manager'?
Carter: 'Ik denk dat het rolmodel dat ik nu vervul, belangrijker is dan
wat anders. Ik vind dat ik met deze prijs gerichter iets kan beteken voor
de zwarte vrouw.'
Zijn zwarte vrouwen de laatste 15 jaar in het
zelfde tempo geëmancipeerd als de blanke?
Carter: 'Je ziet die beweging sterker bij zwarte vrouwen die een hogere
of academische opleiding hebben gevolgd. Zij hebben een groter bewustzijn.
Be aware
I'm black and educated! De tweede generatie zwarte vrouwen
zijn Hollandse meiden. Die doen gewoon hun ding. Dat ze een stapje harder
moeten gaan omdat ze zwart zijn, vinden ze toch wel een probleem. Deze
emancipatie heeft een andere vorm dan die van de 70tiger jaren.
Zwaarder?
Carter: 'Ja, het is zwaarder én anders. Zwaarder omdat de sfeer
voor migranten - ik gebruik expres het woord allochtoon niet - gedomineerd
wordt door stigmatisering. Het is grimmiger, ook in de pers, politiek
en je sociale netwerk. Dan praat ik over uitsluitingsmechanismen.'
Wat
merk je daar zelf van?
Carter: 'Dat merk ik vooral als mensen niet weten wie ik ben. Als ik een
winkel binnenloop in een spijkerbroek of net van de sportschool afkom.
Dan word ik anders behandeld. Als ik aan de kassa sta wordt er vragend
gekeken alsof ik nog iets in mijn zak heb zitten dat ik niet zal afrekenen.'
Een
totaal ander egard dan dat je krijgt als je in je mantelpak de bijenkorf
binnenkomt of op een receptie rondloopt
Carter: 'Ja, en dat maken die jonge meiden constant mee. Ze checken je.
In de 70tiger jaren stapte ik een winkel binnen en vroegen mensen heel
geïnteresseerd waar ik vandaan kwam. Mensen waren oprecht nieuwsgierig
naar je. Nu is dat niet meer zo. Ik merk het bij vriendinnen, kinderen
van vrienden. Zij geloven het niet als ik vertel dat het vroeger anders
was. Eindhoven is vergeleken bij steden in de randstad overigens een blanke
stad. Maar ik woon in Maastricht en dat is de witste stad van Nederland
geloof ik. Daar is nog geen drie procent gekleurd.'
Je
bent al 27 jaar in Nederland. Wat heb je overgehouden van je eigen cultuur?
Carter: 'Ik heb er toen voor gekozen me aan te passen aan Nederland. Wel
met behoud van mijn eigenheid. Ik heb in die fase gekeken naar wat ik
nodig had om hier te kunnen aarden. Heb heel bewust niet gekozen voor
integratie in de zin zoals het politiek wordt gevraagd. Ik heb wel mijn
gedrag aangepast aan de Nederlandse cultuur.
In hoeverre kun je je vinden in het integratiebeleid
van de huidige politiek?
Carter: 'Als je naar Nederland komt is dat met een reden. Vaak als vluchteling.
Dan verwacht je dat een land je welkom heet. Natuurlijk moet je als land
condities stellen. En als je niet aan die condities voldoet, moet je snel
weer weg. Binnen anderhalf jaar moet dat helder zijn, geen oeverloze procedures.
Dán ben je gastvrij en help je mensen uit de onzekerheid. Dát
is integratie. En als je oké bent moet je met je leven kunnen beginnen
hier. Maar ze sluiten je op in gebouwen waar een groot hek omheen staat
alsof je een of andere crimineel bent. Wat is dat voor een integratiebeleid
dat begint met bewaakte separatie. Ik begrijp dat concept van deze economie
ook niet. Wat een kortzichtige verkwisting van arbeidspotentieel.'
Je
gebruikt expres het woord vreemdeling niet.
'Hoezo vreemdeling? Dat woord is zo afgrenzend, zo uitsluitend. Jij bent
vreemd, je bent anders
Maar hoe je hier ook gekomen bent, je vraagt
je welkom te heten. Ik ben geboren in
Guyana. Toen ik in Suriname kwam als jong meisje moest ik als de donder
Surinamer worden. Ik moest dezelfde taal spreken en dezelfde spelletjes
spelen als de kinderen daar. Dat is hetzelfde proces. Ik vond dat verschrikkelijk
moeilijk, maar zo komt integratie wel tot stand. Niet door de boodschap
uit te stralen naar migranten dat ze vooral hun eigen exotische gebruiken
moeten perfectioneren en hun eigen taal blijven spreken. Om ze vervolgens
niet op de arbeidsmarkt toelaten en voor de rest van hun leven als vreemdeling
te blijven behandelen . Gelukkig wordt nu van migranten geëist dat
ze zo snel mogelijk de taal leren spreken en zich ook verdiepen in de
Nederlandse gebruiken.
Had je dezelfde ervaring toen je 28 jaar geleden
de stap van daar naar hier maakte?
Carter: 'Nee, zoals ik al zei, ik deed wat nodig was om hier goed te kunnen
leven. Ik heb mezelf welkom gemaakt.'
Zo te horen was je ambitieus en krachtig destijds.
Carter: Ja en je moet een heleboel doorzettingsvermogen hebben.
Op
een gegeven moment ging je bedrijfseconomie studeren. Waarom eigenlijk?
Carter: 'Ik wilde in de gezondheidszorg blijven en ik merkte dat er een
verandering aan de gang was naar meer bedrijfsmatig werken. Ik vond de
managementopleidingen die ik toen had niet voldoende, wilde toch meer
kennis hebben over bedrijfsmatige processen en bedrijfseconomie. Daarom
koos ik ook voor een internationale MBA opleiding. Ik wilde kennis vergaren.'
Omdat je geen genoegen nam met de positie die
je had?
Carter: 'Ja, ik werkte toen in de VU en wilde hogerop.'
Je
was destijds moeder, hoe combineerde je dat?
Carter: 'Ik ben gescheiden toen mijn dochter drie was. Dat was geen makkelijke
tijd. Ze is nu 28, filmregisseur en woont in New York. Het was altijd
een makkelijk kind. Toch ken ik het schuldgevoel wel hoor omdat ik vind
dat ik te weinig tijd met haar heb doorgebracht. En mijn schuldgevoel
gaat nog verder. Als ik zie hoeveel moeders hier bij de GGzE op woensdagmiddag
vrij nemen om bij hun kinderen te zijn. Mijn kind kwam thuis met de sleutel,
daar heb ik wel spijt van ja.'
Heeft je dochter dat als vervelend ervaren dan?
Carter: 'Nee, ze vond het heel logisch dat ik moest werken. Zij vindt
het ook onzin dat ik me schuldig voel. Mijn dochter is een echte survivor,
ben wel heel trots op haar. Ze vertrok op haar zeventiende naar familie
in Amerika om te studeren.'
Hoe kijkt ze tegen jou aan? Is ze trots op je?
Carter: 'Ze zei: "Ik wist dat je het in je had. Als die mensen dat
niet hadden gezien waren ze blind geweest." Ze vond het heel jammer
dat ze niet bij die prijsuitreiking kon zijn.'
Ben
je tevreden over je loopbaan? Is het allemaal snel genoeg gegaan naar
je zin?
Carter: 'Nee, maar het is oké. (lachend) Ik wilde eigenlijk meteen
naar de top, maar ik moest toch trede voor trede.'
|