Conservatieve
eikel
"Dames, kunt u misschien ophouden met die herrie, ik geniet
hier van mijn rust."
"Lachen is geen herrie meneer", antwoord
ik hem allervriendelijkst terwijl ik me omdraai om te zien wie zich zo aan ons
ergert. "Ik vind het erg storend en eis dat u dat dan maar ergens anders
gaat doen", gaat de man verder.
"Ga maar klagen bij uw reisleider",
hikt een van mijn tafelgenootjes met ingehouden lach. "Proost!", roepen
we met z'n vijven in koor en nemen een flinke slok van onze sangria.
De
man loopt rood aan. Zijn lippen gaan steeds strakker op elkaar, ik hoor zijn tanden
bijna knarsen. "Die zwembroek", sist B. net iets te hard. "Nee,
die sokken in die jezusnikes bij dat rare witte lijf", giert S, "die
sokken houdt hij in bed vast ook aan." De kleur van het hoofd van onze achterbuurman
steekt met de minuut feller af bij de rest van zijn witte velletje.
"Wat
een vreselijke, betweterige, arrogante, oerconservatieve saaie eikel", fluister
ik. "Vast zo een wiens tuintje tot in de puntjes aangeharkt is, bij wie in
de schuur al het gereedschap op linie ligt en die precies om zes uur het eten
op tafel wenst te hebben. Met witte onderbroeken van de Hema, oerdegelijke schoenen,
en een Opel onder zijn kont. Die hij op zaterdagochtend in het sop zet. Ik zie
hem 's ochtends aan het ontbijt, als hoofd van het gezin, de krant opeisen en
's avonds vol afgrijnzen duivelse tv-programma's gadeslaan. Zo'n verschrikkelijk
keurige man die alles op en top voor elkaar heeft en het niet laten kan om commentaar
te leveren op iedereen die denkt zijn leven anders te moeten leven."
"Hij
heeft ook vast een muts van een vrouw en van die brave nerds van kinderen",
haakt F. in. "Van die gedrilde, saaie mormels die de hele vakantie achter
pa en ma aansjokken en mee op excursie moeten."
"Nou ja, laat 'm
maar", zegt S. "Kan die man ons boeien."
"Over disco gesproken.
Dat lekkere ding waar ik het net over had", gaat S. verder, "daar heb
ik dus zo meteen mee afgesproken hier op het terras. "Ik barst echt van de
vlinders in mijn maag. Wat een stuk zeg. Die ogen! Als hij me aankijkt, stokt
mijn adem en krijg ik steken in mijn maag." "Oh, we zijn stikbenieuwd",
joelen we z'n vieren tegelijk. "Nou, denk maar niet dat ik hier ga zitten
met 'm hoor, we gaan samen naar het strand", zegt S.
"Hoi Pa",
klinkt het achter ons. Vijf nieuwsgierige hoofden draaien tegelijk om. "Oh
sjit, nee hé", roept S. en zakt met een hoofd, zo rood als een kreeft,
onderuit in haar stoel.