Stijging WAO-instroom vooral onder jonge vrouwen
In ons land zijn het afgelopen jaar meer mensen ziek geworden en in de WAO terechtgekomen. Vooral vrouwen hebben een grotere kans om na een jaar ziekte in de WAO te belanden. Binnen de Rabobank zijn vergelijkbare trends waarneembaar. Het ziekteverzuim is vorig jaar met een half procent gestegen en ook de instroom in de WAO is toegenomen. Opmerkelijk daarbij is dat eenderde deel van deze medewerkers bestaat uit vrouwen in de leeftijd van 25 tot 35 jaar. Veel van deze vrouwen zijn uitgeschakeld door het zgn. burn-out syndroom. Ze kampen met spanningsklachten, extreme vermoeidheid en zijn emotioneel aan het einde van hun latijn. De medewerkers komen vooral in het eerste jaar van hun dienstverband in de problemen. Op deze pagina het relaas van een jonge collega die twee jaar geleden door het burn-out syndroom werd geveld.

Mireille kwam twee jaar geleden opgebrand thuis te zitten
'Ik dacht dat het alleen maar een dipje was'
"Mijn collega's hebben me uiteindelijk naar huis gestuurd. Iedereen had in de gaten dat het niet meer ging, behalve ikzelf. Mijn energie was totaal op." Aan het woord is Mireille, een 29-jarige medewerkster bij een lokale Rabobank. Haar ervaringen zijn uit het leven gegrepen, haar naam is - op verzoek - gefingeerd.


Twee jaar geleden werd het werk Mireille teveel en kwam ze opgebrand thuis te zitten. Het duurde ruim acht maanden voordat ze enigszins opgeknapt en met een gezonde dosis inzicht over de oorzaak van haar problemen weer gedeeltelijk aan het werk kon. "Ik was continu doodmoe en wilde eigenlijk alleen nog maar slapen", vertelt Mireille.

"Mijn hoofd zat helemaal vol, er kwam niets meer in of uit. Ik had last van hoofdpijn, paniekaanvallen en hyperventilatie. Bij het minste of geringste foutje barstte ik in huilen uit. Lange tijd dacht ik dat het wel weer over zou gaan. Dat het gewoon een dipje was. Ik had helemaal niet in de gaten dat het al veel en veel langer niet goed ging." Bijna een jaar daarvoor verruilde Mireille haar baan als filiaalmanager bij een kledingzaak voor die van cliëntadviseur bij de bank. Ze werd meteen aan de balie gezet en startte al snel met de opleiding.
"Ik was erg gemotiveerd. Ik ben iemand die altijd alles perfect wil doen. Ik was wel bang dat het werk en de opleiding te moeilijk voor me zouden zijn.
Ze legden me wel uit hoe het werk inhoudelijk in elkaar zat, maar er was te weinig aandacht en begeleiding voor de puur menselijke kant. Het kostte me een hoop energie om alles voor elkaar te krijgen en ik wilde gewoon niet aan mezelf toegeven dat het eigenlijk allemaal te veel voor me was."
Mireilles privé-leven kwam onder druk te staan. Thuis moest net als op haar werk alles perfect voor elkaar zijn. Het verwachtingspatroon van haar omgeving drukte ook als een last op haar schouders.

"Het klinkt raar, maar mijn omgeving kijkt op tegen een baan bij de bank. Mijn familie zei: Ga jij bij de bank werken met jouw opleiding? Nou, ik zou ze wel eens laten zien wat ik kon."

Tijdens haar ziekteperiode had Mireille gesprekken bij het maatschappelijk werk en de bedrijfsarts van de Arbo-dienst. Door die gesprekken leerde Mireille haar eigen grenzen kennen. Ze stopte met het cliëntadvieswerk en werkt nu als medewerkster geldhandelingen. "Ik haal nog steeds het onderste uit de kan en ik blijf gewoon een perfectioniste", zegt ze. "Ik heb op dit moment voor acht en een half uur werk per dag, terwijl ik maar zes en een half uur aanwezig ben. Het verschil is dat ik nu mijn grenzen ken en voel wanneer ik gas moet terug nemen."

Bedrijfsarts Roger Plum:
"Coaching laat te wensen over"
"Het is de explosieve combinatie van perfectionisme en faalangst", zegt Roger Plum, bedrijfsarts bij de Rabobank Arbo-dienst, in reactie op het verhaal van Mireille. Plum zegt steeds vaker door managers te worden opgebeld over medewerkers die zichzelf voorbij lopen. "Ze komen 's ochtends als eerste binnen, nemen nauwelijks pauze en gaan 's avonds als laatste naar huis. Het zijn mensen die van het werk een competitie maken. Maar die wedstrijd verliezen ze altijd. De meeste vrouwen die ik zie met burn-out klachten zijn perfectionisten. Ze worden geroemd door hun omgeving, worden overal voor gevraagd en kunnen moeilijk nee zeggen. Velen hebben niet de zekerheid van een contract voor onbepaalde tijd, wonen nog maar kort samen of zijn net getrouwd en hebben vaak hoge financiële lasten. Daarnaast is het verwachtingspatroon binnen de bank hoog. Er wordt van ze verwacht dat ze extra opleidingen en cursussen doen en krijgen daarbij te weinig persoonlijke begeleiding. De coaching laat heel vaak te wensen over. Met behulp van een mentorsysteem zouden deze jonge vrouwen kunnen leren van de ervaring van een collega. We moeten beter op ze letten, want het zijn meestal mensen die heel goed zijn in hun vak."

terug