Metro 14-1-2003

Een alchemist met een drellerige plastic kip

Hij stond op de gemeentelijke stortplaats. Zag een kapotte fiets, een oude wasmachine en een lullige handgrasmaaier. In zijn brein flitsten briljante gedachten. Enkele seconden later was zijn kunstwerk, een saladesnijmachine, geboren.
Hij heette David (23), student aan de Designers Academy. Buitenlands, jong, lang, donker, lekker ding en zo gek als een deur. Gevlucht voor de harde werkelijkheid, op zoek naar de rust om te kunnen creëren. Ik kwam hem tegen op een netwerkbijeenkomst van allerlei creatieven. Want u weet, het gaat er niet om wát je kunt, maar wie je kent.

Een van David's kunstwerken stond in de ruimte geëxposeerd. Een prachtige jas, gemaakt van automaterialen. Mercedes Benz, dat wel. Daar gaf hij zo'n waanzinnig verklarend verhaal bij dat ik bijna opteerde voor ook zo'n modelletje. Ik geef toe; hij had een boeiende blik in zijn donkere vurige ogen.
Gebiologeerd luisterde ik bijna een uur naar zijn cult-achtige gedachteflitsen. Over hoe hij een foodfight in de stad wilde organiseren. Over het kussengevecht dat hij met medestudenten, diep in de nacht, midden op straat hield. En de drellerige (plastic) kip die hij naar enkele, door de herrie, toegestroomde mensen gooide. Hij zag zichzelf als een alchemist, wiens taak het was om mensen in beweging te laten komen. Zo hing hij tijdens een expositie een aantal emmers met water aan het plafond. Boven de streep waar de toeschouwers moesten staan om, dachten ze, het kunstwerk goed te bekijken. Slechts een opmerking van de kunstenaar zette het publiek in beweging. En zo werd dat zelf het kunstige werk.

In mij was geen beweging te krijgen want ik hing aan zijn lippen. Aan de hand van zijn portfolio legde hij mij het ene na het andere maffe kunstwerk uit. 'Hoe komt ie erop'. Alleen die ene zin flitste constant als een schreeuwende neonreclame door mijn hoofd.
Terwijl mijn ogen en oren waren gefocused, dwaalden mijn gedachten, op het ritme van zijn woorden, langzaam de ruimte uit. Ik was weer student. Maakte rare VPRO-achtige tv-programma's met medestudenten die minstens zo gestoord waren als ikzelf. We dachten in bochten, hoeken, cirkels met zo nu en dan een rechte lijn om de boel aan elkaar te breien. Vonden door hoogdravende associaties en gedachtekronkels oplossingen voor problemen die onze ouders nooit hadden kunnen bedenken met hun ingesukkelde bewegingloze geesten.

"Het heeft geen zin om Pro-Israelisch of Pro-Palestijns te zijn", zei David ineens tussen autojas en saladesnijmachine door. "Dat levert niets op". "Vóór de ene of de ander zijn maakt het probleem alleen maar groter. Het conflict kan pas opgelost worden als alle deelnemers bereid zijn om in nieuwe en andere patronen te gaan denken; dus als iedereen vóór een oplossing is." Deze simpele woorden, uitgesproken door een -vanwege zijn afkomst - direct betrokken jonge man maakten mij stil.Terwijl ik al die tijd al niets anders deed dan luisteren.

Ik keek hem diep in zijn donkere grote ogen en moest ineens denken aan het gesprek dat ik een paar uur eerder had. Ik zat aan de thee met een andere jonge chaotische creatieveling. Hij wilde wel meer geld met zijn werk verdienen, maar niet te commercieel worden. Hij was als de dood om zijn creativiteit te verliezen en zijn flexibele geest er door te laten verstarren. "Welnee", zei ik vastberaden. "Daar ben je toch zelf bij", en hield vervolgens een heel betoog over hoe het mij in de loop der jaren bla bla bla….

Ik zag ineens Bush voor me. En Blair, Arafat, Netanyahu, maar ook Jan-Potter en andere starre, ingesukkelde bewegingloze geesten. U en ik waren er ook. Wij stonden op de stortplaats. Voor ons lag een lullige handgrasmaaier, een kapotte fiets en …

Terug ------------ Home ----Geef je commentaar