Metro 01-08-2003

Buurman

Grote tuin met palmbomen, azuurblauw zwembad, glaasje champagne mét verse aardbei en een laptopje. Ik had u graag jaloers gemaakt door te zeggen dat ik deze column op dit moment in dit decor aan het schrijven ben, maar dan zou ik liegen en dat is tegen mijn principes. Bovenstaande is een omschrijving van de omstandigheden die ik begin juni genoot. Nu zit ik gewoon, weliswaar met een lekker ontbijtje en een splinternieuwe laptop, in mijn tuintje. Thuis.

Dat lijkt niet onaardig, maar die tuin is vergeven van de vliegen, de muizen én de konijnenstank. Dankzij mijn buurman. Hij is oud, woont alleen en ziet ze vliegen, maar heeft daar geen last van. Ik wel. Hij geeft van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat de betontegels voor zijn huis water (want daar groeien ze van), laat zijn stinkkonijnen loslopen zodat die in onze tuin de plantjes kunnen opvreten, strooit de hele dag door vogelvoer waardoor zijn gevederde vrienden natuurlijk op míjn platje poepen, zet zíjn kant van de schutting nóg maar eens een keer in de carboleum en rochelt ondertussen als een zieke ouwe beer die, ondanks dat de stukjes long bij elke hoest naar buiten komen, toch een pakje zware shag per dag blijft roken. Ik mag het niet hardop zeggen, laat staan schrijven, maar ik wens hem naar de eeuwige jachtvelden want in een bejaardenhuis wil hij niet.

Hij is alleen. Zijn vrouw liep een jaar geleden bij hem weg na 50 jaar huwelijk. Knap van haar. Nu woont ze bij haar zoon. Hoeft ze eindelijk zijn gekanker en getier niet meer aan te horen. En wij ook niet. Wat een rust. Van ´s ochtends vroeg tot ´s avonds laat was er altijd een van de kinderen over de vloer. Pas als pa naar bed ging en ma dus veilig was, vertrok de laatste. Hij was alcoholist. Nog steeds trouwens. Zoop zijn hersenen in de loop der jaren langzaam kapot en het leven van zijn gezin ook.

Nu zij weg is, komen de kinderen niet meer. Wat je geeft krijg je terug, zeg ik altijd maar. Vrienden heeft hij nooit gehad. De enige andere mens die zijn huis van binnen ziet is de wijkverpleegster die twee keer per dag zijn open been komt verzorgen. Een overblijfsel van zijn bypassoperatie. Hij moest gaan wandelen van de dokter maar zat liever de hele dag op een stoel zijn vrouw en kinderen te commanderen. Hij wilde wel lopen, maar kón niet lopen. Toen zij vertrok was hij binnen één dag plotseling wonderbaarlijk genezen. Stapte in zijn oude bestelbusje om naar zijn landje te gaan, op zijn weg de tuinhekken én de geparkeerde auto's in de straat rammend. Sinds een half jaar is zijn rijbewijs ingenomen en groeien de maïskolven in de voortuin want in de achtertuin huizen de konijnen.

Terwijl ik deze column zit te tikken onder het genot van een kopje cappuccino en een croissant - want je moet iets doen om een vakantiegevoel te creëren terwijl je omkomt in het werk - komt er een gore gierlucht mijn schutting over gedwarreld. Nee hé. Nu is de maat vol. Ik ga hem NU eens goed de wacht aan te zeggen. Wat denkt die seniele, stinkende, vieze, ouwe idioot met zijn versleten, twintig jaar oude overall met gaten wel niet? Dit gaat me toch echt te ver.

Eenmaal aan de andere kant van de schutting sta ik voor een wiebelende, waggelende zombie die elk moment kan omvallen. "Gaat het buurman?", vraag ik bezorgd. Hij kijkt me aan met een paar verwarde, lodderige, ontstoken, grijze staarogen. Er biggelt een dikke traan via zijn aardbeienneus langs zijn wang naar beneden. "Ik wil nog wel ………..buurvrouw, maar ik ………ik …kan niet meer."
De heftige woordenbrij op het puntje van mijn tong verstilt. Ik eet mijn vakantieontbijtje zo meteen wel binnen op.


Terug ------------ Home ----Geef je commentaar