Eef Brouwers:
'Ik heb een denkbeeldige oliejas, waarlangs vervelende
opmerkingen als waterdruppels afglijden.'

Tekst: Ria Kerstens - Foto's: Margot Jans

'De éminence grise van de overheidscommunicatie' en 'deftigheid en warmte tegelijk'. 'Een hondenbaan waarvoor je het plichtsgevoel van de Sint Bernhard, de betrouwbaarheid van de Duitse herder en de volharding van de terriër moet hebben.' Zo omschreef premier Balkenende Eef Brouwers en zijn functie als directeur-generaal van de RVD, tijdens zijn afscheid op 28 januari van dit jaar. Eindhoven in Bedrijf had onlangs een ontmoeting met hem in eetcafé de Verlenging in het PSV-stadion. Een gesprek over journalisten, terughoudendheid, het koninklijk huis en zijn daginvulling na zijn pensionering. Brouwers is een mix van diplomatie en geheimzinnigheid en geniet soms zichtbaar van de verhalen in zijn hoofd en de hoopvolle verwachting in de ogen van zijn gesprekpartner. Hij is zichzelf bewust van de zorgvuldige manier waarop hij zijn zinnen opbouwt. De toehoorder, en in dit geval de lezer, moet dan ook vaak tussen de regels door lezen.

Het is een woelige week. Nederland staat op zijn kop na de moord op Theo van Gogh en natuurlijk houdt dat ook Eef Brouwers, ex-journalist, ex-woordvoerder en ex-directeur-generaal van de Rijksvoorlichtingsdienst, flink bezig. 'Een afschuwelijke gebeurtenis, die nooit had mogen plaatsvinden. Elke moord is afschuwelijk', vindt ook hij.
Hoewel op het moment van het interview de motieven van de moord nog niet duidelijk zijn, komt het gesprek toch op de vrijheid van meningsuiting. Dat is een groot goed, vindt Brouwers. 'Een recht waarvoor we moeten vechten om het te behouden.' Toch vindt hij dat er grenzen zijn. 'Het mag niet zo ver gaan dat iedereen, altijd, onder alle omstandigheden, over wie of over wat, kan en móet zeggen wat hij vindt. Het is wel zo dat iedereen in beginsel die vrijheid zonder beperkingen moet hebben. Het recht hebben op vrijheid van meningsuiting, betekent ook de plicht hebben er zorgvuldig mee om te gaan. De rechter moet er maar aan te pas komen om te beoordelen of iemand op sommige momenten te ver gaat. '

Brouwers was regelmatig zelf onderwerp van de columns van de vermoorde schrijver en filmer. Van Gogh omschreef hem in een van zijn columns als 'de babbelende gloeilamp' die, tijdens de welbekende Margarita-affaire, 'het vaderlandse journaille wel weer een lul-verhaal op de mouw zou spelden. En dat was niet de enige, minder flatteuze opmerking die Brouwers over zichzelf geschreven zag. En ja, natuurlijk vindt hij het fijner om stukken over zichzelf te lezen waarin hij in aangename zin over zichzelf verrast wordt. Waarin zijn goede karaktertrekken voor de verandering eens naar voren komen. Maar echt raken deed en doet het hem niet. 'De wereld zit nou eenmaal zo in elkaar', klinkt het berustend. 'Ik kan het snel van me afzetten. Ik heb een denkbeeldige oliejas, waarlangs vervelende opmerkingen als waterdruppels afglijden.'

Philips
Eef Brouwers (Zwolle, 1939) begon ooit als journalist bij de Nieuwe Provinciale Groninger Courant, werkte vervolgens bij de het Utrechts Nieuwsblad, het Nieuwsblad van het Noorden, Regionale Omroep Noord en Oost, de AVRO, Studio Sport en het NOS-journaal. Van 1977 tot 1983 was hij hoofdredacteur bij het Nieuwsblad van het Noorden.Vandaar uit maakte hij de overstap als woordvoerder en directeur van de Philips persdienst. Van objectieve journalist, naar het verdedigen van een commercieel belang. 'Wat is daar mis mee', zegt hij. 'De werkelijkheid moet je niet mooier schilderen dan hij is, vervelende feiten brengen kan voor een onderneming juist heilzaam werken. Natuurlijk heb je te maken met adviseurs, juristen en accountants die er een andere mening op na houden. En soms moet je dan je verlies nemen. Als je echt vindt dat je je werk niet in alle vrijheid kan doen, moet je opstappen.' Maar het ging goed. 'Ik heb prima gewerkt met drie presidenten (Dekker, Van der Klugt en Timmer) en op het laatst met de toenmalige vice-president Cor Boonstra.'
Aan de pers kon hij niet altijd alles melden wat hij misschien had willen melden, maar binnen Philips werden hem weinig beperkingen opgelegd. 'Bij Philips heb ik altijd kunnen zeggen wat ik wilde. Dat betekende niet dat iedereen het altijd met me eens was. Dat is wat anders.'

Hoesten
Hoewel persvoorlichters bekend staan om hun zwijgzaamheid, en Brouwers altijd zeer zorgvuldig was in zijn bewoordingen, probeerde hij toch zoveel mogelijk te denken, te doen en te handelen als een journalist. 'Ik had al die jaren, zeker ook in mijn tijd bij de RVD, al was het inwendig, begrip voor de situatie, de druk en de omstandigheden waarin journalisten hun werk moesten doen.' Juist vanwege zijn journalistieke achtergrond verbaasde hij zich vaak over het gebrek aan doorvragen bij die beroepsgroep. 'De woorden die je uitspreekt, de manier waarop je de zinnen aaneenrijgt, de stiltes die je laat vallen, maar ook de intonatie, zijn vaak veelzeggend. Het lijkt alsof steeds minder journalisten daar op letten. Dat is jammer. Je kunt zeggen: Ík kan dat niet zeggen, of: ik kan dát niet zeggen, of ik kan het niet zeggen. Dan verwacht ik toch wel dat er een journalist opstaat en mij vraagt wat ik wel, of hóe ik het dan wél kan zeggen. En of dat ik het, bij wijze van spreken, misschien kan hoesten. Mij viel zo tegen dat die pogingen zelden of nooit werden gedaan. Dat die nuance blijkbaar nooit gehoord werd. Als waarnemer, die je als journalist toch bent, moet je ook letten op de non-verbale communicatie.' Zou Brouwers het hebben 'gehoest' als een journalist daar om gevraagd had? 'Het is me niet altijd gelukt een opkomende kuch tegen te houden…'

Dronken
Als directeur-generaal van de Rijksvoorlichtingsdienst (in journalistieke kringen ook bekend als de Rijksverzwijgingsdienst), moest Brouwers zeer op zijn hoede zijn vanwege de veelheid aan onderwerpen die op een dag op zijn pad kwamen én de altijd aanwezige camera's en microfoons. Dat betekende 24-uur per dag behoedzaam zijn. 'Ja, hoe laat je ook in je bed komt, en onder welke omstandigheden, je moet alert zijn want de telefoon kan ieder moment gaan.' Dat betekende dus nooit eens flink doorzakken? 'Je kon wel eens een extra glaasje nemen als je tien uur lang in het vliegtuig moest zitten. Maar je houdt constant in de gaten dat je hoofd optimaal moet blijven werken. Het is een constante druk waaronder je staat. Zeker in de lange aanloop naar de verloving van Willem-Alexander en Máxima. Dat was een slijtageslag."

Veel informatie krijgen en er niet over mogen praten. Na een lange werkdag ging Eef Brouwers voor het slapen gaan, altijd eerst muziek luisteren. Of hij 'brulde' in de auto even lekker met de muziek mee, om de constante druk waaronder hij stond, te ontladen. Is de mens Eef Brouwers dan het meest absolute controle type dat bestaat? Hij kon, in zijn RVD-tijd, zelfs in de veiligheid van zijn eigen huis, bij zijn vrouw Puck, het achterste van zijn tong niet laten zien. 'Zo'n baan is een aanslag op je persoonlijke leven. Je moet alles buitensluiten, zodat je anderen niet in de situatie brengt dat ze per ongeluk hun mond voorbij praten. Dat betekende ook dat ik in het bijzijn van mijn gezin niet alle telefoontjes open kon beantwoorden. Dat is niet altijd makkelijk en je ontmoet er ook niet altijd voor de volle honderd procent begrip voor, maar het is de enige manier om fouten uit te sluiten.'

Terughoudendheid
Wat in het karakter van Eef Brouwers liet hem dat zo lang volhouden? Zijn mondhoeken krullen op en er verschijnt een twinkel in zijn ogen als hij antwoordt: 'Absolute innemendheid. Nee, dat is flauwekul. Misschien een aangeboren terughoudendheid in mijn karakter. Misschien het bereid zijn de ander het gevoel te geven dat hij je in vertrouwen kan nemen. En dat dat gevoel terecht is. Ja, zeggen sommige mensen, je komt uit Groningen, dat zit in je. Het zit in mij om me af te vragen: waarom vraagt iemand dit of dat? Dat is een soort achterdocht. Misschien komt die vanuit mijn journalistieke achtergrond, waarin ik leerde niet alles wat iemand zegt zo maar klakkeloos aan te nemen.'

Brouwers was in zijn werk gewend om niet veel te praten. 'Althans niet veel te zeggen', zo corrigeert hij zelf. Had die terughoudendheid ook invloed op zijn privé-leven? 'Nee, ik ben privé ook altijd behoorlijk terughoudend geweest. Op feestjes voer ik nooit het hoogste woord en ben ik nooit haantje de voorste. Ik luister meer naar anderen.'
En thuis? 'Mijn vrouw heeft mij leren kennen in mijn verslaggevertijd, dus die is meegegroeid en gelukkig zichzelf gebleven. Dus met een kritisch oog op mijn doen en laten. Zij kan best haar eigen gedachten hebben gehad als ik 's ochtends heel vroeg ergens heen ging en 's avonds laat weer thuis kwam.' Ook in de communicatie over zichzelf is Brouwers 'enigszins terughoudend'. Maar hij kan zichzelf redelijk relativeren. 'Soms is het goed je even terug te trekken in de badkamer, naar je eigen spiegelbeeld te kijken en in lachen uit te barsten. Nou lach ik sowieso veel. Ik las over mezelf vaak dat ik altijd serieus ben, terwijl ik denk dat een hele hoop mensen en vrienden van clubs waar ik bij ben, zullen zeggen dat ze redelijk behoorlijk met mij kunnen lachen.'

Pensioen
Tachtig tot honderd uur in de week werken en dan met pensioen gaan. Eef Brouwers was verheugd dat de KNVB hem vroeg als communicatieadviseur voor het EK in Portugal. Daarna ging hij op vakantie. En toen? Tijd voor een hobby had hij nooit. 'Vroeger was mijn hobby lezen. Ik ben wel steeds boeken blijven kopen, maar die liggen in, voor mij aantrekkelijke, en voor mijn vrouw aanzienlijk té forse, stapels door het huis. Daar moet ik nu aan beginnen. Ik heb ook nog wat moeite met het beheren van mijn agenda. Ik ben altijd verwend omdat mijn secretaresses dat voor mij deden. Die mis ik wel. Niet alleen als mens, maar ook als verlengstuk van mezelf.'

Brouwers is bestuurslid van enkele maatschappelijke organisaties, o.a. voor ouderen. Hij ziet die werkzaamheden als een mogelijkheid iets terug te doen voor de kansen die hij in zijn leven kreeg. Daarnaast zetelt de Eindhovenaar in enkele adviesraden van ondernemingen, hout hij lezingen en fungeert hij als praatpaal voor bestuurders en ondernemers.
'Ik moet leren niet meteen overal ja op te zeggen en toch vriendelijk te blijven. Ik wil vooral dingen doen, die ik jarenlang wegens tijdgebrek niet kón doen. Een paar woorden spreken tijdens de presentatie van een boek van een bevriend auteur, een tentoonstelling bezoeken, vaker naar het voetballen gaan of het muziekcentrum.'
Ik kan nu ook wat vaker aan het sociale leven deelnemen. Want dat is veel meer verwaterd dan mijn vrouw en ik ooit hebben gewild. Ik heb veel verjaardagen en feesten gemist vanwege mijn werk en de spaarzame uren op zondag zat ik toch meestal met een koffer vol papieren te werken thuis.' En de contacten met zijn dochter en kleindochter?
'Daar ben ik ook in tekort geschoten.'
Is mevrouw Brouwers al gewend aan de uren die haar man tegenwoordig thuis is?
'Het is van twee kanten wennen', zegt hij lachend. Vervelen doet hij zichzelf of zijn vrouw niet. 'Ik heb gelukkig nog steeds een aardige daginvulling en niet de indruk dat zij ongelukkig is met die situatie. Al die bezigheden houden me van de straat en weerhouden me bovendien van commentaar op zaken thuis.'

De fotografe, die tijdens het gesprek zoveel mogelijk probeerde de verschillende gezichtsuitdrukkingen van Brouwers met haar camera vast te leggen, vraagt of hij nog even mee naar het buitenterras wil gaan voor het maken van de coverfoto. Dat wil hij, met als humorvol, ironisch commentaar: 'Toch zeker niet met het bijschrift: 'Eef Brouwers, in zijn laatste levensfase. Hij zit al in de verlenging'.





wil je krassen in mijn gastenboek?

Webdesign, vraag meer informatie

Koninklijke familie
Alle verlovingen en huwelijken, én het eerste overlijden, sinds 40 jaar, van een lid van het koninklijk huis, kwamen samen in de negen RVD-jaren van Eef Brouwers. Hij streek ook het kraagje van Prinses Amalia glad op het moment dat trotse vader Willem Alexander, het kind aan pers en volk toonde. Zeer aangrijpend vond Eef Brouwers de ziekte en het onvermijdelijke einde van Prins Claus en de eerste ontmoeting met de koningin en de kinderen op de vroege ochtend na zijn overlijden.
Zijn regelmatige bezoeken aan Soestdijk vond hij sowieso 'zijn eigen bekoringen' hebben. Ook na zijn pensionering heeft hij 'hier en daar' nog contacten. 'Het wordt natuurlijk een heel stuk minder. Je hoort niet meer alles van binnen uit.'
Het gesprek gaat op een gegeven moment over de huidige moderne communicatiemiddelen zoals sms-berichten. Smste hij wel eens met de koningin? Er valt een welbekende 'Brouwers' stilte. 'De koningin kan ongetwijfeld veel meer dan de meeste mensen denken. Maar ik heb met haar nooit gesms't omdat mijn sms-talent zich pas ontwikkelde na mijn vertrek bij de RDV. Dat dankzij de dames van de KNVB die net zo'n telefoon hadden als ik.'

Brouwers denkt dat de koningin behoorlijk goed met hem heeft gewerkt en vindt dat hij heel goed met haar gewerkt heeft. Het is ook nooit een probleem geweest om haar binnen de kortste keren te spreken te krijgen als dat nodig was. 'Dat gold uiteraard ook omgekeerd.'
Wat deed de communicatie met het koninklijk huis met het ego van Eef Brouwers? 'Dat moeten anderen maar beoordelen, dat is voor mijzelf erg moeilijk vast te stellen. Daar moet je vrij nuchter mee omgaan. De eerste vergaderingen brachten de nodige spanning met zich mee, daar moest ik me zorgvuldig op voorbereiden, je weet niet precies wat je kunt verwachten. De koningin is zeer bij de les, maar je kunt ook zeer met haar lachen. De koningin verstaat zeer goed de bedoeling van het woord en de intonatie.'


Verhalenverteller
Vader Brouwers was een verhalenverteller. Ook Eef schreef, om zijn salaris op te vijzelen, in zijn begintijd als journalist kinderverhalen (met o.a. titels als: 'Hoe Jan een zoen van Mieke kreeg'). Kunnen we zijn memoires nog ooit tegemoet zien? 'Nee, dat denk ik niet. Ik heb natuurlijk wel wat dingen meegemaakt die mensen aardig vinden om te horen. En ik vertel graag, dat trekje heb ik van mijn vader overgenomen. Maar ik moet waarschijnlijk te veel dingen beschrijven die de grenzen van het persoonlijke overschrijden. 'Ach, er zijn wel een aantal dingen waar ik over kan praten, maar wil nou lezen over die keer dat ik met spierverslappers en pijnstillers nog net in het vliegtuig kon worden geholpen om met de minister president naar Seoul te vliegen. De avond daarvoor kwam ik thuis, groette mijn vrouw en bukte om mijn koffertje neer te zetten. Waarop ik vervolgens niet meer overeind kwam. Direct na aankomst in Seoul nodigde de hoteldirecteur Kok, de ambassadeur en mij uit voor een wandeling in de tuin. Dat bleek een rotstuin te zijn, waarin we van de ene rots op de andere moesten springen om verder te komen. Nee, leuk was dat niet, je vergaat van de pijn, maar dat laat je niet blijken.'

'Of loopt iemand direct naar de boekwinkel om te lezen hoe ik naar Brazilië ging met Wim Kok? Een paar avonden voor die reis struikelde ik over de hond (een ruwharige teckel met de naam Bommel, niet genoemd naar de PSV-voetballer, maar naar Olivier B.) en viel met mijn borstbeen tegen de rand van het aanrecht. Ik klapte daardoor om en sloeg met mijn voet tegen de stenen onderkant. Dat deed zeer. Na aankomst in Rio wilde de minister president graag een flinke strandwandeling maken. Enfin, driekwart jaar later kwam ik bij Cees-Rein van den Hoogenband voor een oude knieblessure, opgelopen tijdens een partijtje hockey ('daarom ben ik natuurlijk nooit die grote sporter geworden die ik eigenlijk graag had willen worden.'). Ik vroeg hem meteen even te kijken naar de gevolgen van de struikelpartij, want ik was wat last blijven houden. Uit de foto's bleek ik daarbij één gebroken rib en twee gebroken tenen had opgelopen.

Opa Brouwers
Ook de achtjarige kleindochter van Eef Brouwers was aanwezig op zijn RVD-afscheid in januari. Later op school vertelde het kind over het feestje van haar opa, waar ze, in de Ridderzaal naast Balkenende zat en prinsen een handje had gegeven. Die juffrouw dacht dat haar fantasie op hol geslagen was (er bestond geen naamsrelatie, het kind draagt de naam van haar vader) en sprak Brouwers' dochter aan, die vervolgens uitlegde wie die bijzondere opa was.


Brouwers over Brabant

Voor Philips kwam Eef Brouwers vanuit het noorden van het land naar Eindhoven. In zijn RVD-tijd woonde hij een paar jaar in Voorburg, maa hij kwam al snel weer terug naar de 'Lichtstad'. Vanwege zijn dochter en kleindochter én omdat hij zich er thuis voelt. 'Is het de mooiste stad waar je zou kunnen wonen? Nee, maar ik woon wel in een heel mooie buurt. Brabant heeft iets, ik vind de mensen heel plezierig. Ik kan wat minder tegen het 'Brabants kwartiertje'. Daar moet je erg aan wennen als je vanuit een ander deel van het land komt. Mensen met wie je om tien uur afgesproken hebt, bellen rustig om twee uur 's middags met de mededeling dat er iets tussengekomen is. Dáár kan ik eigenlijk nog steeds niet mee leven. Maar er zijn ook een boel prettige dingen in Brabant. Men leeft hier wat makkelijker, men eet en drinkt wat makkelijker en vindt het ook niet erg als een ander ziet dat je daar genoegen aan beleeft. Kort na mijn benoeming bij Philips belandden mijn vrouw en ik tijdens onze huizenjacht voor een kop koffie bij Trocadero. Aan een tafeltje vlakbij ons, zaten twee wat oudere dames. Het was koffietijd en zonder enige aarzeling bestelden ze elk een mooi glaasje. Ja, dat zag je op dat uur in het noorden niet.'

terug