Vredige
brandhaard
Ik stond in de loopgraven van het
Belgische Ieper afgelopen weekend. Het was er druilerig en nat, één
grote modderplas. Ik stelde me voor hoe jonge mannen hun dagen hier, week in,
maand uit (als ze al overleefden), in deze enge gangen doorbrachten. Als je je
ogen dichtdeed hoorde je de kogels nog bijna fluiten, ware het niet dat een buslading
Engelse schoolkinderen een soortement van luidruchtig tikkertje dacht te moeten
doen. Het gaf me een surrealistisch gevoel. Enerzijds de gedachte aan al die duizenden
jonge, onschuldige soldaten die op deze plek de dood vonden in de Eerste Wereldoorlog,
anderzijds een kluwen vrolijke kinderen in het nu, die het slagveld van toen gebruikten
als pretpark. Eigenlijk vond ik het respectloos. Net zoiets als hardop vloeken
in de kerk, en nee ik ben niet gelovig in de engste zin van het woord.
Aan
de andere kant begreep ik het eigenlijk wel. Zij hadden wel weet, maar geen voorstellingsvermogen
van wat er zich hier tussen 1914 en 1918 had afgespeeld. Het kind dat over 100
jaar door de Linnaeusstraat in Amsterdam loopt, zal ook geen weet hebben van de
gruwelijke moord die er op 2 november 2004 gepleegd werd. Tenzij er op die plek
een herdenkingsteken voor Theo van Gogh geplaatst wordt, maar dat hoop ik eigenlijk
niet voor hem. Op die plek zullen mensen vrijen, aan hun achterwerk krabben, elkaar
afzeiken. Kinderen zullen er spelen, fietsen en misschien wel tikkertje doen.
Het leven gaat verder.
Nou
ja, ik liep dus in die loopgraven en dacht: we hebben er geen flikker van geleerd.
Niet van al die miljoenen slachtoffers van de eerste en ook niet van die uit de
tweede wereldoorlog. Net zo min als van die uit de derde, want die woedt, verspreid
en in flarden, al lang. Tel alle slachtoffers van de laatste 50 jaar uit de brandhaarden
van de wereld maar eens bij elkaar op. En het
is trouwens allemaal niet zo ver van je bed als je denkt.
Een tijdje terug
moordde een moeder haar kinderen, en daarna gelukkig ook zichzelf uit. Vorige
week werd er nog iemand in een kroeg van mijn stad doodgestoken en gisteren sloeg
het buurjongetje het kind van die 'andere' school een vet blauw oog. Ik hoop dat
het kind niet terug gaat slaan. Niet omdat hij laf is, maar omdat al dat oog om
oog, tand om een heel gebit, alleen maar leidt tot nog meer blauwe ogen. Of erger.
En de oplossing is nabij, we dragen hem allemaal in ons hart. Het klinkt weeïg,
maar liefde is het enige antwoord. Ik stel dus voor dat jij en ik beginnen met
lief te zijn voor onszelf. Dan worden we vanzelf lief voor een ander en als die
ander dat nou ook eens doet, breidt die vlek zich, voor we het weten, uit tot
één grote, vurige, vredige brandhaard in de wereld. Nou ja, wat
ik bedoel te zeggen, houd straks gewoon eens een deur open voor iemand, of schenk
hem je liefste glimlach. Alle kleine beetjes helpen.