Hollandse Nieuwe
korte verhaaltjes
Maandelijkse uitgave voor Nederlandse toeristen op Gran Canaria

Terug naar Tekst


Brandend zand
Slof, slof, plof. 't Is alsof ik de Sahara door aan het ploegen ben, heuvel op, heuvel af. Zo'n soort Parijs-Dakar, maar dan te voet en met dat verschil dat er links van mij een grote plas water is. Ik sjouw me suf. Waarom neem ik toch altijd mijn hele hebben & houden mee naar het strand? Telkens als ik denk: ja! hier ga ik liggen, besluit ik toch weer om een paar meter door te lopen. In de verte zie ik de vuurtoren van Faro opdoemen. Goed dat ik mijn mobieltje bij me heb want Tjada en haar vriend Kees vinden me straks anders echt nooit meer. Ik zei een half uur geleden nog tegen ze dat ik bij de eerste de beste strandtent zou neerploffen, maar die is er in de wijde omtrek nog geen te bekennen. Pfffff het is wel klaar zo. Ik laat mijn tas (met boeken, mijn diskman en allerlei hutsels en frutsen), mijn koeltas, mijn matje, mijn reuzehanddoek en mijn tasje met smeersels in het zand vallen. Deze space bevalt me wel. Alles uit! Ik sop mezelf in met olie, zet mijn diskman op mijn hoofd en doe mijn ogen dicht. Is dat effe lekker!
"Hee gatverdamme!" Ik stuif briesend overeind. "Kijk toch uit man!" De zonnebrandolie houdt het opgewaaide zand gevangen over mijn hele lijf. "Oh sorry", zegt een donkere mannenstem en een hoofd met krullen komt dichterbij. Ik kijk tegen de zon in en kan zijn gezicht niet zien. Grote zachte handen beginnen behulpzaam het zand van mijn lijf te vegen. Als een aan de grond genageld mak schaap leun ik sprakeloos, en totaal uit het veld geslagen, achterover. De handen wrijven zachtjes over mijn benen en aansluitend over de rest van mijn lichaam. Mijn hoofd begint te draaien en mijn hele lijf tintelt. Ik sluit mijn ogen. Plotseling zoent hij me zachtjes vol op mijn mond. Mijn hart klopt als een bezetene en mijn adem stokt. Het zal de zon wel zijn want ik weersta deze zachte lippen niet en zoen met volle overgave terug. Het lijken minuten, maar moeten seconden zijn geweest tot ik weer bij zinnen kom. Ik doe mijn ogen open en schrik me rot. "Jezus Kees, doe effe normaal man! Waar is Tjada? "Oh", lacht hij me met een stralende, brede glimlach toe, " die is op zoek naar een wc, dus die is het eerste uur nog niet terug".