|
Na een ruzie met Constanza en Jordy over het niet nakomen van gemaakte afspraken, het steeds niet op hun werk verschijnen én het maken van torenhoge schulden, draaide Conny en Hans Breukhoven de geldkraan dicht. De eens zo hecht lijkende familieband werd hierdoor verbroken. Half Nederland vroeg zich af of het ging om 'normale' gezinsproblemen of dat adoptieproblemen een rol speelden in dit familieleed. Want dát er adoptieleed is, valt niet te ontkennen. Dat blijkt alleen al uit de reacties op een oproep op diverse adoptieforums op internet. "Het wordt zeker weer zo'n negatief verhaal over adoptiekinderen met hechtingsproblemen", is de veelgehoorde reactie. En inderdaad, in de gesprekken met adoptieouders die willen praten over opvoedingsproblemen komt het gesprek in alle gevallen op deze problemen uit. Zweeds onderzoek uit 2002 wees uit dat adoptiekinderen uit vooral Aziatische en Zuid-Amerikaanse landen als jongvolwassenen een grote kans hebben op psychiatrische problemen. Ze plegen driemaal zo vaak zelfmoord als leeftijdsgenoten die niet zijn geadopteerd en hebben ze een vijfmaal zo grote kans om verslaafd te raken aan drugs. Nederlands onderzoek door Dr. Geert-Jan Stams van de Universiteit van Leiden, wees uit dat zevenjarige niet-blanke adoptiekinderen driemaal zoveel gedragsproblemen hebben dan andere kinderen. Aan die gedragsproblemen wordt vaak de diagnose hechtingsprobleem geplakt. Een kind met een hechtingsprobleem kan zich niet of moeilijk hechten, en lukt het daardoor niet om een vertrouwensrelatie op te bouwen met ouders of verzorgers. Die problemen hebben te maken met een breuk in de vroege jeugd in de relatie tussen moeder/ouder(s) en kind. Bij
jongere kinderen uiten die problemen zich vaak in een permanente machtsstrijd
met de verzorgende ouder. Het kind lijkt zijn emoties aan en uit te kunnen
schakelen. Het speelt de ouders tegen elkaar uit, heeft het een sterke
behoefte om te beheersen en lijkt de oppervlakkige aandacht van onbekenden
prettiger te vinden dan de persoonlijke aandacht en liefde in het gezin.
Het kind trekt vooral negatieve aandacht en als het ergens van beschuldigd
wordt of betrapt, ontsteekt het in blinde woede. Het
zijn overigens niet alleen adoptiekinderen die last kunnen hebben van
hechtingsproblemen. Volgens onderzoek lijdt tien procent van de niet-geadopteerde
kinderen er aan, terwijl dat bij geadopteerde kinderen zo´n 15 tot
25 procent het geval is. Dat laatste is niet het geval bij kinderen met een hechtingsstoornis. Ongeveer 5% van de adoptiekinderen krijgt zulke ernstige problemen dat ze uit huis geplaatst wordt. "Die cijfers liggen bij adoptiekinderen hoger en dat is ook logisch", zegt Juffer. "Deze kinderen hebben immers vaak nare ervaringen achter de rug zoals verwaarlozing of mishandeling." De
begeleiding van adoptieouders en kinderen is de laatste tien jaar aanzienlijk
verbeterd. Aspirant-ouders worden verplicht om een zestal bijeenkomsten
te volgen waarin ze worden voorgelicht over de mitsen en maren rondom
adoptie. Daarnaast kunnen ouders via de Stichting Adoptie Voorziening
een Video Interactie Begeleiding aanvragen die zich vooral richt op het
eerste jaar van het kind in het adoptiegezin. " Nancy
en haar man Marc zijn gelukkig met een prachtige dochter van drie uit
Guatemala en wachten al maanden op de komst van het biologische zusje.
Nancy: "Van mij mag er tijdens de voorlichtingsdagen best dieper
op de praktische en psychologische problematiek rondom adoptie worden
ingegaan", zegt ze. "Je hebt als adoptieouder geen kraamtijd,
geen begeleiding. Je moet alles zelf uitzoeken, zeker als het je eerste
kindje is. Ja, je kunt bij het consultatiebureau terecht, maar dat moet
je wel zelf initiëren. Maar ook je gevoel als ouder over de adoptie
komt nauwelijks ter sprake. Toen we onze dochter in Guatemala ophaalden
vond ik het ineens heel moeilijk om haar mee te nemen. Ik werd overvallen
door een heleboel tegenstrijdige gevoelens. Welk recht had ik om haar
mee te nemen? Natuurlijk weet je dat ze het bij ons veel beter zal hebben
dan in het tehuis, maar het is en blijft een heel dubbel gevoel. Het is
ook heel moeilijk om aan anderen uit te leggen hoe je de dingen ervaart.
Zo kon ik haar in het begin heel moeilijk aan een ander overlaten, had
steeds het gevoel dat ik haar in de steek liet. Als adoptieouder krijg
je heel vaak commentaar, dat speelt altijd mee in je hoofd. Alsof je extra
je best moet doen om goed te maken wat de biologische moeder niet heeft
kunnen doen." Truus Bakker is psychotherapeut bij het Riagg en gespecialiseerd in hechtingsproblematiek. Zij weet als geen ander hoeveel geduld en extra aandacht er van ouders met een dergelijk kind gevraagd wordt. "Het belangrijkste is dat ouders het gedrag van het kind kunnen begrijpen", zegt ze. "Want als een kind geleerd heeft te schreeuwen om aandacht te krijgen, zal het dat steeds doen. Als een kind leerde dat het aandacht kreeg als het zich aanpaste, zal het zich constant aan de omgeving blijven aanpassen. Ouders moeten daar met een hoop zorg en liefde mee om kunnen gaan. Kunnen begrijpen dat een kind dat in de steek gelaten is, verlatingsangst heeft en dus moeilijk alleen gelaten kan worden. Dan moet je niet geërgerd raken, maar goed onder woorden kunnen brengen wat er aan de hand is. Zeggen: 'Je bent bang dat ik niet meer terug kom, maar geen zorgen, ik ben er straks weer.' Dat wil niet zeggen dat je het kind in alles gelijk gaat geven of steeds mee gaat in zijn behoeftebevrediging, maar wel dat je oog hebt voor de achtergrond van de problemen. Bovendien moeten ouders moeten zich realiseren dat een kind soms op een ingewikkelde manier laat merken dat er iets met hem aan de hand is. Dat dat gedrag een onderdeel van het overlevingsmechanisme is van het kind. Dat kun je niet zomaar veranderen. Erkenning van de gevoelens is belangrijk, maar wel tegelijkertijd je eigen grenzen als ouder aangeven." Adoptieouders die nu kinderen in de puberleeftijd hebben, kregen destijds nauwelijks begeleiding. Voor hen komt het grootste deel van al de goede adviezen te laat. Volgens de noodkreten op de adoptiesites laat de hulpverlening voor puberkinderen met ernstige hechtingsstoornissen het behoorlijk afweten. Er zijn te weinig echte deskundigen op dit gebied en de eerstelijns hulpverlening, zoals de huisarts, is niet goed genoeg op de hoogte van het probleem. Bovendien is het niet altijd even duidelijk waar de zorg te krijgen is voor kinderen in deze leeftijdscategorie. Bureau Jeugdzorg heeft te weinig kennis van de specifieke adoptieproblematiek, het RIAGG heeft steeds minder aandachtsfunctionarissen en bij vergunninghouders (organisaties die de adoptieprocedures regelen) kunnen deze ouders, na al die jaren, vaak niet meer terecht. Als de problemen echt uit de hand lopen komen deze kinderen in een gesloten justitiële inrichting terecht, wat niet meer of minder is dan een gevangenis. Marianne
(39) reisde in 1989 naar Brazilië om haar dochter Gabriela van twee
weken oud op te halen. "We waren niet op de hoogte van het hechtingsprobleem.
Achteraf gezien begon het al toen ze 6 jaar was. Vanuit school kwamen
er opmerkingen dat ze slecht kon invoelen naar andere kinderen. Later
begon het wegnemen van geld, het liegen, het opzoeken van conflicten,
agressief gedrag, geen (seksuele) remmingen en mensen tegen elkaar uitspelen.
Gabriella had totaal geen eigenwaarde. Ze zei: ik ben al een keer weggegeven
door mijn eigen moeder, ik ben toch niks waard en zocht daarom allerlei
gevaarlijk situaties op. Op haar elfde jaar kwam ze al met loverboys en
cocaïne in aanraking." "Welk recht heb ik om dit kind hier weg te halen", vroeg Nancy zich af terwijl ze zich terdege realiseerde dat haar dochter in een kindertehuis in Guatamala nooit de kansen zou krijgen die zij haar in Nederland kon bieden. Volgens onderzoekers gaan adoptiekinderen er sterk op vooruit als ze het kindertehuis verruilen voor een adoptiegezin. Ze groeien enorm in intellectuele mogelijkheden, en hun sociale en emotionele ontwikkeling gaat met sprongen vooruit. Iedere adoptieouder begint vol liefde en verlangen aan het adoptieavontuur. Dat deden ook de ouders die meer dan tien jaar geleden in het vliegtuig stapte om hun kindje op te halen. Het is te hopen dat ook voor hen de zorg en begeleiding op korte termijn beter zal worden. De meeste (adoptie)ouders komen met liefde, geduld en begrip een heel eind, maar ernstige beschadigingen laten zich moeilijk wegpoetsen. Dat dienen overigens ook niet-adoptieouders zich te realiseren. |
| ||
|
|