Ben Legebeke, violist met een absoluut gehoor
Door Ria Kerstens

Alsof er een nagel over het bord krast. Dat geluid én bijbehorende gevoel kennen we allemaal. Bij iemand die behept is (of is het gezegend?) met een absoluut gehoor, krampen de spieren al samen als er een verkeerde noot gespeeld wordt. Ben Legebeke, sinds 1981 violist bij het Residentie orkest, heeft een absoluut gehoor. En dat is handig als muzikant, maar ook niet altijd even prettig…

Hij ging pas laat viool spelen, op zijn elfde. Niet dat hij niet al eerder besloot om violist te worden. Geïnspireerd door de klassieke muziek die het huis op zondag vulde, én door een klassiek concert in de Doelen in Rotterdam, stond zijn keuze als klein manneke al veel eerder vast. Zijn ouders, pa amateur en ma professioneel muzikant, dachten daar anders over. De jonge Ben was nog veel te wild. Maar Ben's gretigheid, overtuiging en talent bleken niet te stoppen; hij ontwikkelde zich in sneltreinvaart en werd op zijn zestiende al aangenomen op het conservatorium.

Ben je met een absoluut gehoor geboren?
'Dat weet ik eigenlijk niet. Ik ben me er op een gegeven moment bewust van geworden. Als muzikant is het heel prettig, heb er veel profijt van.'

Als je aan A-groot denkt, hoor je die dan ook meteen in je hoofd?
'Jazeker. Dat is heel gemakkelijk voor de herkenbaarheid van een muziekstuk. Dat akkoord heeft een bepaalde zinderende straling die totaal anders is dan Es-groot bijvoorbeeld.

Kun jij überhaupt nog naar muziek luisteren zoals iemand anders?
'Ik luister heel technisch; ga dingen zitten vergelijken met elkaar.'
Luister je dan nog met je hart?
'Ja hoor, er zijn zeker stukken die mij kunnen ontroeren. Meestal tijdens een live-concert. Want met een absoluut gehoor klinkt muziek op een gewone cd als gestold geluid; kaal en ingeblikt. Het is als de liefde bedrijven met een foto van Birgitte Bardot. Het is niet echt. Op een minidisk was het allemaal nog veel erger. Om een muziekstuk op zo'n kleine disk te krijgen haalden ze de boventonen er uit. Dat zijn de tonen die je niet meteen hoort, maar die mee 'zweven' in een akkoord. Dat soort dingen hoor ik direct. Nee, ondanks het getik en gekras zat er veel meer ruimte in het geluid van een grammofoonplaat. Nu luister ik het liefst naar Superaudio en dat is veel beter…'

Is een absoluut gehoor een zegen of is het soms ook gewoon vervelend?
'Nou, als je in de lift staat waar ze bekende muziek draaien en het bandje is al zo vaak gedraaid dat het langzamer draait of zweeft. Dan klinkt de muziek dus een halve toon te laag. Vreselijk… Of een programma als Idols waar zelfs de jury het zelden heeft over zuiverheid of intonatie.'
En tijdens je werk?
'Een componist zet een muziekstuk welbewust in een bewuste toonsoort. Daarom stoort mij het transponeren (overzetten in een andere toonsoort) van een stuk ook zo. Dat wordt meestal gedaan vanwege het bereik van de zang, maar vaak klopt het stuk dan niet meer. Wagner gebruikte in de opera Lohengrin bijvoorbeeld veel leidmotieven in zijn muziek. Iedere persoon is een motief. Dan krijgt je in het verhaal een dialoog tussen het motief en het orkest. Zo gebruikt hij A-groot en fis-klein die erg aan elkaar verwant zijn. Daar zit een bepaalde kleur in. fis of A-groot is zilver, fis-klein is blauw. Dan kan je echt geen andere toonsoort gebruiken want dan klopt het verhaal niet meer… '
'We waren eens met een muziekstuk bezig waarin een zangpartij door de zangeres constant te hoog werd gezongen. Dat valt steeds weer op, maar het is niet zo dat ik er door in de war raak. Anders zou ik ook niet in een orkest kunnen functioneren. Vroeger had ik veel meer de neiging om me druk te maken over dingen die niet kloppen. Dat is wel belastend. Nu speel ik mijn eigen partijen zo goed mogelijk en heb ik het afgeleerd om er iets van te zeggen. Het gevaar is ook dat ik zelf vals speel of last heb van intonatieproblemen en dat ik me minder snel realiseer dat het voor mij absoluut zuiver klinkt terwijl dat voor een ander helemaal niet zo is… Dat is vervelend.'

Ik neem aan dat je je eigen viool heel zorgvuldig op klank hebt uitgezocht?
'Ja, sommige violen zijn niet precies genoeg gebouwd of de maat van de hals klopt niet helemaal. Dan moet je je hand weer anders neerzetten om een klank te maken. Dat beleef je ook via je gehoor. Maar iedere violist heeft een goed gehoor. Dat moet wel. Omdat je zelf de toon moet maken en je instrument moet stemmen. Er zitten geen fretten op, elke noot is bij een viool in feite anders dan de vorige.'

Van wat voor klanken kun je nog meer echt genieten of geboeid raken?
'Van vogels. Ik luister heel anders naar ze. Sommige vogels kunnen echt waanzinnig mooi zingen. Ik werd vanochtend nog wakker met een prachtig vogelconcert.'

Heb je kinderen die viool spelen?
'Ja, mijn dochter. Zij speelt al beter dan ik op die leeftijd.'
En hoe ben je daarin als beroepsviolist met een absoluut gehoor? Kan zij nog ongedwongen leren of zit je er helemaal bovenop?
'Ik geef haar zelf geen les, luister wel naar haar. Maar ja. Als zij gaat spelen heb ik wel de neiging om haar viool zelf eerst nog een keer te stemmen…'


terug

 

Wil je krassen in mijn gastenboek?
Webdesign, vraag meer informatie

Wat is een absoluut gehoor?

Iemand met een absoluut gehoor benoemt een toon op bijvoorbeeld de piano meteen juist, zonder dat er eerst een C gespeeld wordt. Hij/zij kan bovendien de hoogte van een toon benoemen, net als de tonen van een gespeeld akkoord. Maar herkent en benoemt ook tonen in dagelijkse geluiden zoals het geluid dat de tram in de tramrails maakt.

Het is niet duidelijk of een absoluut gehoor aangeboren is of niet. De onderzoeken spreken zich tegen. Zo stelde de psycholoog Diana Deutsch vast dat sprekers van tonale talen - talen waarbij een toonverschil een verschil in betekenis oplevert en die door 1/3 van de wereldbevolking worden gesproken - bijna algemeen over een absoluut gehoor beschikken. Dat komt volgens Deutsch doordat zij al van jongs af aan met het belang van toonherkenning geconfronteerd worden. Bij sprekers van niet-tonale talen is het vermogen tonen te herkennen minder belangrijk, waardoor zich hier geen absoluut gehoor ontwikkelt. Tenzij al vroeg met een muzikale opleiding wordt begonnen. Jenny Saffran, hoofd van het Infant Learning Laboratory aan de Universiteit van Wisconsin, deed een onderzoek waaruit bleek dat iedereen met een absoluut gehoor wordt geboren, maar dat men deze eigenschap al snel verliest als het niet gebruikt wordt of geen nut heeft.

Het gehoor, dus ook het absolute, neemt volgens de Amerikaanse onderzoekers af met de leeftijd, vooral boven de dertig. Men hoort dan bijvoorbeeld in plaats van een F een Fis, wat een halve toon hoger is. Dat zou te verklaren zijn door het oprekken van het 'basilair membraan' dat in het 'slakkenhuis' in het binnenoor zit. De trilhaartjes op dat membraan zijn gevoelig voor verschillende toonhoogten in het geluid. Hoe dieper in het slakkenhuis, hoe hoger de frequentie die ze oppikken, en doorgeven aan de hersenen. Maar doordat het membraan langzaam oprekt, terwijl de trilhaartjes aangesloten blijven op dezelfde hersencellen, ontstemt dit mechaniek geleidelijk.